'De hemel is voor mij een ongelofelijk avontuur'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
“Vertellen over de sterrenhemel en over de grootheid van God – dat zie ik wel als een soort overkoepelende roeping. Daar leef ik voor, om te getuigen van de schoonheid van wat is en wat ons nog te wachten staat.” Heino Falcke, ‘fotograaf van het zwarte gat’, is niet alleen een topsterrenkundige, maar ook een gelovige: “De hemel is niet leeg. Hij is vol met Gods genade en toewijding aan ons.”

Tekst: Elze Riemer Beeld: Hollandse Hoogte

‘Een zwart gat is eigenlijk het tegenovergestelde van de hemel. Het is net zo onbereikbaar en onbegrijpelijk, maar dan wel op een angstaanjagende manier: als je erin verdwijnt ben je voorgoed verdwenen.” Aan het woord is sterrenkundige Heino Falcke (1966), die in april wereldberoemd werd met de allereerste foto ooit van een zwart gat. Het was een grote doorbraak in de sterrenkunde, iets waar hij bijna 25 jaar lang naartoe heeft gewerkt. Door de foto is hij drukker dan ooit, maar toch wil hij wel ruimte maken om over de hemel te praten – als sterrenkundige én als christen.

Waarom is die foto van het zwarte gat zo baanbrekend?
“Een superzwaar zwart gat is een verzameling van dode sterren en materie die zijn samengesmolten tot een supergrote dode ster, waarin alle massa is gecomprimeerd tot een klein punt. Dat lijkt misschien saai en onbelangrijk, maar er gebeurt iets heel geks in zo’n zwart gat. De zwaartekracht wordt daar zo groot dat die dode sterren nooit ophouden met kleiner worden. Sterker nog, alles wat in dat gat verdwijnt, verdwijnt voorgoed, zonder kans dat het ooit nog terugkomt. Natuurkundig is dat ook een gat in ons begrijpen: het is een stuk ruimte dat fundamenteel aan ons zicht wordt onttrokken. De meeste natuurkunde houdt bij de rand van het zwarte gat op. We kunnen wel wetenschappelijk berekenen wat daar gebeurt, maar we kunnen onmogelijk testen of die theorieën kloppen. Dus dat die rand van het zwarte gat, de grens die we de waarnemingshorizon noemen, nu op de foto staat – dat is echt wel iets. De nieuwe natuurkunde zal op die rand gaan ontstaan.”

U bent naast sterrenkundige ook christen en lekenpredikant. Wat betekent de hemel voor u?
“De hemel is voor mij vooral een toekomst waarnaar ik uitkijk. Thuiskomen bij God staat daarin centraal. Het is iets wat ik hier op aarde nooit volledig zal vatten, maar waar ik wel steeds aan mag raken – zowel als sterrenkundige als gelovige. Als sterrenkundige mag ik met mijn gedachten, telescopen en de natuurkunde door de hele hemel wandelen en alles bekijken en onderzoeken. Zoals een gepassioneerde tuinier vol verwondering naar de tuin kijkt, zo kijk ik naar de hemel. Als gelovige is de hemel iets wat verder gaat dan dat wat ik in het heelal aantref. De hemel die ik nu mag zien is maar een klein beetje van alles wat me nog te wachten staat. Dan bedoel ik de grootsheid van het heelal, maar ook dat wat ik in dit leven kan ervaren als hemels. Een van de centrale punten van het christelijk geloof voor mij is dat met de dood niet alles voorbij is. En dan denk ik niet dat wat daarna gebeurt enorm saai is, met engelen op wolken die de hele dag harp en lier spelen. Volgens mij is de hemel een ongelofelijk avontuur waar nog heel veel te ontdekken en te zien valt, vol mensen en mooie ontmoetingen. Dat is wel echt een grote verwachting die ik heb. De prachtigste preek die ik de laatste tijd over deze verwachting heb gehoord is van Jürgen Klopp, voetbalcoach van Liverpool, die een videoboodschap maakte voor een terminale fan. Hij sloot die af met de woorden: ‘Ik ben christen, we zien elkaar’. Zo is het precies.”

Wat in dit leven komt voor u het dichtst bij de hemel?
“Wanneer ik samen met een groep mensen, met de meest uiteenlopende achtergronden, God prijs. Ik heb dat eens meegemaakt, toen we in een stadion samenkwamen met mensen van heel verschillende achtergronden. Dat je op zo’n vreedzame en liefdevolle manier samenkomt – dat is echt wel een stukje hemel op aarde. Maar dat gevoel kan ik ook hebben bij de natuur en de sterrenhemel. Alles waar ik in contact kom met schoonheid, vreugde en vrede, maar ook ontdekking en verwondering.”

En toen het na 22 jaar gelukt was om een foto te maken van het zwarte gat, was dat ook een stukje hemel op aarde?
“Toen ik voor het eerst het zwarte gat zag, was ik wel even in de wolken. Maar dat duurde een uurtje; er was nog zoveel veel werk te doen! Dat is mijn eigen strengheid, maar ook de wetenschappelijke verantwoordelijkheid die ik voelde om hier een goed gevolg te geven. Hier op aarde heb je wat dat betreft nooit de perfecte hemel. Vroeg of laat komt de realiteit weer om de hoek kijken, en moet je weer doorgaan met het gewone leven. Volledige rust en vrede heb je hier nooit. Dat ik dat zwarte gat eindelijk kon zien, was een heel bijzonder moment. Maar die momenten heb ik ook als ik in de natuur ben, of in ontmoetingen met anderen. Dat hemelse, in de zin van een ultieme belevenis of een ultiem geluksgevoel, is niet iets wat ik najaag of waarvoor ik leef. Het zijn niet voor niets ‘hemelse’ momenten, voorproefjes van dat waar we straks een eeuwigheid van kunnen genieten. Het lijkt mij niet dat we op aarde zijn om zulke vluchtige momenten te verafgoden.”

Waar leeft u dan wel voor?
“Ik ben ervan overtuigd dat iedereen zijn of haar eigen roeping en opdracht heeft. Daarbij bestaan er, denk ik, geen kleine en grote dingen. 4,5 miljard mensen hebben de foto van het zwarte gat kunnen zien, dus ja, dat heeft een groot bereik. Maar is dat daarom belangrijker dan alle andere dingen in mijn leven? Nee. De persoonlijke gesprekken die ik soms met mensen heb ervaar ik als net zo waardevol. Zo voel ik het echt. Uiteindelijk leef ik om hier mijn roeping te vervullen, en dat kan elke dag weer wat anders zijn. Vertellen over de sterrenhemel en over de grootheid van God – dat zie ik wel als een soort overkoepelende roeping. Iets wat ook verantwoordelijkheden met zich meebrengt: enerzijds om de middelen en mogelijkheden die ik heb goed te gebruiken, anderzijds om te getuigen van de schoonheid van zowel de aardse als hemelse hemel. Daar leef ik voor, om te getuigen van de schoonheid van wat is en wat ons nog te wachten staat. Daarin is zoveel hoop door te geven.”

Is daar in de wetenschap ruimte voor, om die christelijke hoop zo centraal te zetten?
“De wetenschap kan net zo goed ingebed zijn in geloof als in ongeloof. Als je geen christen bent heb je wel een ander soort geloof of zingevingskader. Mijn ervaring is dat wetenschap en geloof prachtig samen kunnen gaan. Laat ik een voorbeeld noemen. Govert Schilling, een wetenschapsjournalist op het gebied van sterrenkunde, geeft de mooiste shows over het heelal. Hij weet de sterrenhemel waarschijnlijk beter uit te leggen dan ik. Maar we verschillen fundamenteel in hoe we naar al die grootsheid kijken. Hij zegt, heel rationeel, ‘dit is wat het is en de mens stelt eigenlijk niet veel voor’. Ik wil die grootsheid juist combineren met de hoop van het geloof: het stopt niet bij wat wij niet meer kunnen zien en begrijpen. De mens heeft een toekomst die dit alles overstijgt, zo belangrijk en geliefd is de mens. De hemel is niet leeg. Hij is vol met Gods genade en toewijding aan ons.”

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.