De grond waarop je staat is heilig

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Zoals God in den beginne enkel door zijn spreken licht en donker scheidde, hemel en aarde, het land en de zee, en daarmee orde bracht in de oerchaos, zo geven wij de wereld betekenis door bepaalde plaatsen te markeren.

Tekst & Beeld : Reinout Wibier

Toen ik in november 2017 met mijn moeder besprak of zij gecremeerd of begraven wilde worden, was die kwestie allang niet meer van louter academische aard. Het was een vrijdagavond. Zij zat, als een verdachte tijdens het verhoor, onder een felle lamp in haar roodleren Prominentstoel. Die stoel was speciaal aangeschaft na de heupoperatie van die zomer. Het ergonomische design zou zitten en opstaan gemakkelijker moeten maken. De rest van de kamer was bijna donker. Alleen de inbouwspotjes van de vitrinekast brandden. Ons gesprek vorderde langzaam, alsof elke gedachte moeizaam moest worden losgepeuterd van de schaamte. Maar de hoop dat de artsen haar nog zouden redden was steeds kleiner geworden en mijn moeder had altijd een praktische natuur gehad.

“Dat is toch niks, al die mensen op een koud, modderig kerkhof,” zei ze mopperend.
“Het gaat niet om die mensen, het gaat om jou”, antwoorde ik. “En ik wil een plek om naar toe te kunnen gaan, ook met de kinderen.”
Mijn moeder zweeg. Het onderwerp was voldoende besproken.

Toen wij haar een half jaar later naar haar graf brachten, bleek haar angst ongegrond. Het was het begin van de droogste zomer in veertig jaar. Haar vijf kleindochters werden, terwijl ze met hun boeketjes gehurkt naast de vers gegraven kuil zaten, uitgelicht door een spot zonlicht die speciaal voor de gelegenheid werd doorgelaten door de lentebladeren van de hoge beuken rondom.

Ik ben blij dat mijn moeder niet voor een crematie heeft gekozen. De afstotelijke lelijkheid van een crematorium ontneemt mij direct alle lust om te sterven. Maar belangrijker nog vind ik dat ik door mijn moeders keuze een plaats heb gekregen waar ik haar kan bezoeken, als ik dat wil. Een plaats waar zij aanwezig is. Waar haar bestaan gemarkeerd wordt door een steen waarin gebeiteld staat wanneer zij is geboren en op welke datum zij is gestorven.

Negen zwerfkeien

Plaatsen hebben iets heiligs. Ze geven toegang tot het verleden dat zich daar ooit heeft afgespeeld. Een plaats houdt op willekeurig te zijn zodra daar een bepaalde gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Vaak wordt zo’n plek gemarkeerd met een monument, zoals het kruisje bij de boom waar een overmoedige bestuurder de macht over het stuur verloor. Of de negen zwerfkeien op het eiland Texel die de plaatsen markeren waar geallieerde vliegtuigen zijn neergestort tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Vóór de zwerfkei is een plaquette met uitleg. Het vliegtuig vertrok in de nacht vanaf een vliegbasis in Bedfordshire, Engeland, maakte een noodlanding op Texel en verongelukte. Drie bemanningsleden kwamen om, de overige vier werden krijgsgevangenen gemaakt. Door de plaats fysiek te markeren heeft zij een blijvende betekenis gekregen. Het neerstorten van het geallieerde vliegtuig is er gevangen in de tijd en is er dichterbij dan op welke andere plaats dan ook. Het gebeurt steeds weer op die plek. Zoals God in den beginne enkel door zijn spreken licht en donker scheidde, hemel en aarde, het land en de zee, en daarmee orde bracht in de oerchaos, zo geven wij de wereld betekenis door bepaalde plaatsen te markeren.

Maar ook zonder specifieke markering krijgt een plaats betekenis door wat zich daar heeft afgespeeld. Ik loop nog steeds graag door de buurt waar ik ben opgegroeid. Langs het huis waar wij woonden. Over de speelplaats van de school waar ik leerde lezen en schrijven. Hoewel de tijd op die plaats even hard is opgeschoten als in de stad waar ik nu woon, is het verleden daar waar het zich heeft afgespeeld, toch net iets meer binnen handbereik. Juist daar glij ik moeiteloos in het warme, nostalgisch bad van de herinnering. Plaatsen doen iets met ons. Alsof de tijd zelf gevangen kan worden.

Hoezeer de mens geneigd is zich in bepaalde locaties vast te bijten blijkt wel uit het bordje dat door iemand werd aangebracht op de Jozef Israëlskade in Amsterdam ter hoogte van het huis waar de roman De Avonden zich afpeelt. ‘66’ staat er op dat bordje, met daaronder ‘Van Egters’. Telkens als ik langs dat bordje loop, dat doe ik soms zelfs opzettelijk want het komt maar zelden voor dat ik in de buurt moet zijn, kijk ik even naar boven of niet toevallig Frits verveeld naar buiten zit te staren. Meestal is dat niet zo.

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.