‘De middenstem wordt niet gehoord’

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Extreme meningen doen het in de media goed. “Het is de tijd van de grootste mond krijgt de meeste aandacht”, stelt Daan Roovers vast. Als Denker des Vaderlands wil ze vooral luisteren naar “mensen die zich niet zo roeren”.

Tekst: Daniël Zevenhuizen Beeld: Ruud Pos (hierboven), Hollandse Hoogte (header)

In Amsterdam ben ik op zoek naar een filosoof. Maar ik word niet naar een universiteitsgebouw gestuurd. In plaats daarvan tref ik Daan Roovers in een imposant kantorencomplex in het Oude Westen, vlak tegen het centrum van de hoofdstad aan. Het complex biedt ruimte aan ondernemers in alle soorten en maten. En aan de Denker des Vaderlands dus.

Eenmaal op het kantoor aangekomen, kom ik tegenover een grote boekenkast te zitten. Hier moet wel een filosoof werkzaam zijn.

Dan komt de Denker binnen, enigszins aan de late kant. “Druk, druk, druk.” Daan Roovers heeft net nog lesgegeven aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze colleges publieksfilosofie verzorgt. Haar assistent had me al netjes op de hoogte gebracht dat het wat later kon worden die dag. “Mijn assistent ziet erop toe dat ik alleen interviews doe waar een intrinsieke motivatie achter zit. Je wordt maar al te vaak gevraagd om zomaar een rubriekje te vullen.”

Toch kijkt ze positief terug op de eerste periode van haar termijn als Denker des Vaderlands. “Het begin was overweldigend. Er stond een interview in dagblad Trouw met de bescheiden kop ‘Waarom zou mijn mening belangrijker zijn dan die van jou?’. Ik had verwacht dat de mensen hun schouders zouden ophalen. Binnen een dag kwamen er zevenhonderd reacties binnen. Dat was een ontzettend warm bad.”

De storm aan reacties was een verrassing voor Roovers. Haar constatering is juist dat extreme meningen hoogtij vieren, omdat ze veel meer aandacht krijgen in de media en het politieke debat. Daarbij wordt de gematigde mening systematisch weggedrukt en genegeerd. Voor de ‘gematigden’ is de boodschap van de filosoof een bevrijding.

Ooit bent u begonnen als student geneeskunde. Was het uw roeping om filosoof te worden?
“Ach…, roeping. In mijn geboortedorp ging ik naar een katholieke school en daar vertelde een zuster over hoe roeping in het werk ging. Dan zat je op de fiets en hoorde je God roepen. Dat vond ik echt fascinerend… Nou, zo gaat dat met de filosofie niet.

“Ik kwam in aanraking met mensen die filosofie studeerden via mijn studentenhuis. Ik dacht: dat lijkt me wel wat. Ik ben naar college gegaan en wist meteen: dit is het. Mijn eerste college ging over Galileo Galilei, over het moderne wereldbeeld. Een week later ging het weer over een volgende filosoof, René Descartes. Dan werd het wereldbeeld weer een beetje gekanteld.”

Wat boeide u zo aan die filosofen?
“Bij geneeskunde zat ik me altijd te vervelen en naar het plafond te staren. Nu moest ik echt opletten. Als ik eindelijk een beetje doorhad wat een filosoof bedoelde, dan behandelden we de week daarop weer een andere denker. Dan moest ik weer begrijpen dat het nog anders zat. Dat er nog weer een filosoof was die het beter wist.

“Mijn interesse was ook te danken aan mijn docent, Harm Boukema. Hij kon het elke week zo uitleggen, dat het leek alsof de filosoof die hij besprak de ultieme visie op de werkelijkheid had verwoord. En hij zei: filosofie is de strijd tegen de vooroordelen. Dat bleek wel, doordat ik ertoe werd aangezet elke week mijn oordeel weer op te schorten en mijn wereldbeeld bij te stellen.”

Niet iedereen kan filosoof zijn. Toch moet filosofie volgens u de publieke ruimte in.
“Niet iedereen heeft daar zin in of er het geduld voor. En dat hoeft natuurlijk ook niet. Ik heb mezelf een ontzettend plezier gedaan door filosofie te gaan studeren. Daarmee kon ik uit de voeten. Ik wist eerst niet eens dat het bestond. En mijn ambitie is om zoveel mogelijk mensen mee te laten profiteren van het feit dat ik filosofie gestudeerd heb.

“Als hoofdredacteur bij Filosofie Magazine viel mij op dat er veel interesse was. Veel abonnees, lezingen in volle zalen. Laatst stond ik in het dorp waar ik vandaan kom. Niemand wist daar wat filosofie was vroeger. En ook nu kwamen de meeste mensen daar voor mij persoonlijk naar de lezing. Maar ze zeiden na afloop toch: ‘Goh, wat interessant allemaal.’ Of ze Plato zijn gaan lezen weet ik niet. Maar er zijn denk ik wel één of twee ideeën blijven hangen.”

U heeft het in uw werk ook over ‘publiek denken’.
“Die term ontleen ik deels aan Kant. Die heeft het over het öffentliche Gebrauch en het Privatgebrauch van het verstand. Dat laatste is in dienst van een bepaalde functie, met een bepaald doel. Een baas van een bedrijf moet de winst maximaliseren, en neemt daarom bepaalde beslissingen waar hij zijn verstand voor gebruikt. Dat doet hij ‘in functie van z’n functie’.

“Het openbaar gebruik van het verstand zet het denken in met het oog op onze gezamenlijkheid. Niet mijn doelen zijn van belang, maar de mensheid als geheel. Daarnaast heeft Kant het nog over laut denken. Hardop denken, in interactie met anderen. Ik wil, een beetje zoals Socrates, erop uitgaan en mensen vragen wat zij denken.”

Socrates werd uiteindelijk tot de dood veroordeeld. Wat dat betreft is onze samenleving er wel op vooruit gegaan.
“Onze samenleving is een stuk weerbaarder dan die van Socrates. Hij moest moedig zijn om de normen van zijn samenleving te trotseren. Die moed hoef ik niet op te brengen, omdat het een onderdeel is van onze samenleving om meningen tegenover elkaar te zetten.

“Dat betekent overigens niet dat alle meningen tegenwoordig goed aan bod komen in het publieke debat. En ook niet dat wat er leeft aan opvattingen goed vertaald wordt naar politieke machtsstructuren. We leven in een democratie en toch voelen veel mensen zich niet gehoord. Hoe kan dat? Onder andere doordat politieke macht tamelijk willekeurig tot stand komt. Denk bijvoorbeeld aan het aantal zwevende kiezers op de dag voor verkiezingen. Dat ligt rond de vijftig procent. Hoe kan zo’n stemming dan een goed beeld geven? Als het regent is de opkomst een stuk lager.”→

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.

Zie ook: de site van Denker des Vaderlands Daan Roovers.