Charles Taylor: Religie in een seculiere tijd

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Wat kunnen wij weten? Wat mogen wij hopen? Wat moeten we doen? Dat zijn de eeuwige vragen van de filosofie. Elze Riemer geeft het antwoord van twaalf ‘denkers van nu’ en legt daartoe haar oor te luisteren bij kenners. Aflevering 4: theoloog Iemke Epema over de invloedrijke Canadese filosoof Charles Taylor. “Hij ziet de secularisatie als een nieuwe gedaante die de christelijke religie heeft aangenomen, in een voortdurend proces van transformatie – dat nog volop aan de gang is.”

Tekst: Elze Riemer

De Canadese filosoof Charles Taylor (1931) helpt ons om onze eigen tijd te begrijpen, stelt Iemke Epema (1965). Aanvankelijk werd de Zwolse predikant vooral gegrepen door hoe Taylor met het thema geloof en secularisatie bezig is. Dit gaf de aanzet tot haar promotietraject, dat vorig jaar resulteerde in het boek Niets gaat ooit verloren. Transcendentie en transformatie in het denken van Charles Taylor (uitgeverij Skandalon). Epema betrekt in haar boek Taylors opvattingen ook op die van drie hedendaagse denkers: Erik Borgman, Ger Groot en Harry Kuitert. Zij laat zien dat de verschillende posities van deze drie Nederlandse denkers terug te vinden zijn in de analyse van Taylor. Epema schetst een beeld van Charles Taylor als een heel brede denker met wie je veel kanten op kunt.  Niettemin zijn er ook duidelijke constante lijnen in zijn denken te ontdekken.

Wat is de kern van Taylors filosofie?
“Taylor is voortdurend bezig met de vraag naar wie de mens is. Hij ziet de mens als een betekenisgevend wezen. In de geschiedenis was die betekenis steeds verbonden met de gerichtheid op transcendentie en werd die in religieuze taal uitgedrukt, maar nu leven we in een seculiere tijd waarin transcendentie niet meer zo voorhanden is. Door transcendentie buiten te sluiten doet de mens zichzelf fundamenteel tekort, zo stelt hij. De gerichtheid op iets wat ons overstijgt is diepmenselijk. De taal waarin dat wordt verwoord, is daarbij van fundamenteel belang. Dat gebeurt niet in analytische en wetenschappelijke taal, maar in wat hij ‘subtielere talen’ noemt. Je moet dan denken aan de zeggingskracht van expressieve talen als poëzie, kunst, spel, dans en muziek. Als het gaat om het transcendente kun je niet zonder die talen. Hij laat die talen ook echt meedoen in hoe hij zelf schrijft. Taylor is al zijn leven lang gefascineerd door de zeggingskracht van menselijke taal.”

Hoe kijkt hij tegen de secularisatie aan?
“De leidende vraag van Taylors boek Een seculiere tijd is de vraag hoe het geloof in God in de afgelopen eeuwen zo kon veranderen, dat het van een algemeen gedeeld levensgevoel een keuze is geworden. Méér nog: een steeds minder vanzelfsprekende keuze van een steeds kleiner wordende minderheid. Wat is er onderweg precies gebeurd? Door een diepgravend onderzoek laat hij zien dat de klassieke en nog steeds dominante seculariseringsthese historisch gezien gewoon niet klopt, maar voortkomt uit een bepaalde manier van kijken. Volgens die these is het geleidelijk verdwijnen van religieus geloof de logische uitkomst van het proces van rationalisering en modernisering dat de westerse cultuur doorlopen heeft. In werkelijkheid is er helemaal geen rechte lijn van een gestage teruggang te zien, maar een zig-zagbeweging. Taylor betoogt dat het juist wezenlijke elementen in het christelijk geloof zelf zijn die de ontwikkelingen van modernisering en secularisatie mogelijk hebben gemaakt. Hij ziet de secularisatie  als een nieuwe gedaante die de christelijke religie heeft aangenomen, in een voortdurend proces van transformatie –  dat nog volop aan de gang is.”

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.