Bette Westera: 'Ik wil kinderen aan het denken zetten'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Met bijbelverhalen was Bette Westera na een kinderbijbelserie wel even klaar, maar levensvragen staan nog altijd centraal in haar werk. Haar filosofische kinderboeken Doodgewoon en Was de aarde vroeger plat? werden bekroond met een Gouden en Zilveren Griffel. “Ik wil kinderen aan het denken zetten over zichzelf, God en de wereld.”

Tekst: Frieda Pruim Beeld: Robert Elsing

Op de vrolijke website van kinderboekenschrijver Bette Westera (60) worden kinderen getrakteerd op drie uitspraken: ‘Ik denk, dus ik besta’ van Descartes, ‘Ik bedenk, dus ik besta’ van Bette Westera en ‘Ik ben bedacht, dus ik besta’ van ome Bert, een figuur uit een van Westera’s boeken. “Ik begeef me graag op het grensvlak van fantasie en werkelijkheid”, vertelt Westera op haar werkplek in Amersfoort, met een wand vol zelfgeschreven boeken en koffers vol materiaal voor lessen op scholen. “Als je aan kinderen vraagt of Pippi Langkous bestaat, zeggen ze: ‘Nee, die bestaat niet echt.’ ‘Maar als ik Pippi Langkous zeg, zie jij meteen iemand voor je’, zeg ik dan, ‘dus in jouw hoofd bestaat ze wel. Je hoofd is echt, en daar zit ze in.’ Ik vind het leuk om daarmee te spelen.”

Haar geloof beleeft ze ook op die manier. “Als kinderen vragen of ik in God geloof, vind ik het lastig om ja of nee te zeggen zonder er iets bij uit te leggen. Dan zeg ik liever zoiets als: ‘Ik vind het een mooie gedachte dat er een God zou bestaan aan wie ik dingen kan vragen. Ik hoef geen antwoorden, alleen het vragen helpt mij al. Ik denk dat God bestaat, omdat een heleboel mensen weten waarover ik het heb als ik God zeg: ook zij hebben het gevoel dat er meer is dan alleen wij mensen op aarde. Ze hebben er wel heel verschillende voorstellingen van. Ik houd ervan om daar met ze over te praten.”

Bibliodrama

Bette Westera groeide op in een vrijzinnig protestants milieu; haar moeder studeerde tijdens Westera’s jeugd theologie en werd later predikant. “In de kerk vond ik het wel knus: het zingen was fijn en tijdens de preek telde ik de glas-in-loodraampjes. Aan het geloof twijfelde ik weleens, maar ik dacht: voor de zekerheid kan ik beter in God blijven geloven, want stel dat de hel bestaat… Tegelijkertijd wist ik: als ik in Turkije was geboren, had ik in een andere God geloofd, en daar had ik dan echt niks aan kunnen doen. Het leek me onrechtvaardig als me dat aangerekend zou worden.”

Op haar veertiende ging ze kindernevendiensten begeleiden. “Dat was leuk, ik hoorde ergens bij; op de middelbare school klikte het niet zo met mijn klasgenoten. De kerk werd voor mij toen vooral iets sociaals, prettig om bij te horen, en het ging ergens over. Dat vind ik nog steeds belangrijk. Het was de tijd van de ontmythologisering: wonderen werden rationeel verklaard, het wijken van de Rode Zee was bijvoorbeeld een natuurverschijnsel. Dat kwam me goed van pas, want bij die wonderen had ik steeds meer twijfels. Maar daardoor ging ik wel de beleving missen. Die vond ik als pabo-student terug in bibliodramacursussen van de studentenekklesia in Leiden.”

Voor de klas staan bleek niks voor haar (“Ik kon goed lessen bedenken, maar ik had nog geen natuurlijk gezag”), dus na de pabo koos ze voor psychologie, met een bijvak theologie. Haar moeder was inmiddels met pensioen als predikant, en wilde in 1988 een nieuwe kinderbijbel gaan schrijven, Heb je wel gehoord. “Dat werd zo’n groot plan dat het een beetje te veel werd voor haar alleen. Ik was net afgestudeerd, dus ze vroeg of ik wilde meedoen. De boeken voor de verschillende leeftijden hebben we verdeeld, van drie tot twaalf jaar. Mijn moeder wilde de oudste kinderen, want aan hen kon ze haar theologische ideeën het beste kwijt. Mij ging het meer om het vertellen van verhalen, waardoor ik kinderen aan het denken kon zetten over de natuur, de schepping, de seizoenen en het doodgaan van een kevertje. In die periode kreeg ik zelf drie kinderen, dat hielp me om de juiste toon te treffen.”

De volledige tekst lezen? Abonnees van Volzin ontvangen bij verschijning van de nieuwe Volzin een e-mail met een link naar de digitale editie. Nog geen abonnee? Klik dan hier.