Akwasi: 'Mijn God heeft geen kleur'

‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
“Veel Ghanese huishoudens hebben een witte Jezus aan de muur hangen. Daar ben ik allergisch voor.” Rapper en acteur Akwasi over zijn geloof, de Ghanese kerk en witte hardhorendheid. “De Nederlander in mij denkt vaak: Wacht even, dit klopt helemaal niet. Dan durf ik de discussie aan te gaan.”

Tekst: Tom Engelshoven Beeld: Joël Frijhoff

Akwasi is van vele markten thuis. Hij is onder meer rapper (met de groep Zwart Licht én solo), acteur, platenbaas en presentator. Velen kennen hem als tafelheer bij het tv-programma De Wereld Draait Door. Onlangs publiceerde hij ook het boek Laten We Het Er Maar Niet Over Hebben, vol eigenzinnige, inspirerende teksten over ongemak, onkunde en pijnlijke situaties.
Akwasi Owusu Ansah zoals zijn volledige naam luidt, werd dertig jaar geleden geboren in Amsterdam en is van afkomst Ghanees. Ook al gaat hij niet meer elke zondag naar de kerk, het geloof is uit zijn leven niet weg te denken. “Als ik bij m’n moeder thuiskom, drenkt ze haar vinger in olijfolie en tekent ze een kruis op mijn hoofd. Dat vind ik mooi. Ze doet het bij al haar kinderen, dat vindt ze belangrijk. ‘Jezus komt snel, God komt snel. Dus ga naar de kerk!’ Maar haar kerk voelt niet meer als mijn type kerk. Mijn kerk is de studio waar ik mijn muziek maak. Het geloof heeft me wel gemaakt tot wie ik ben. Ik ben gedoopt, ik heb eerste communie gedaan (toen hij opgroeide, verhuisde Akwasi naar Osdorp, waar hij ook geregeld naar een katholieke kerk ging, TE). Mijn geloof uit zich nu vooral in dankbaarheid. Voor wat ik heb gekregen en allemaal kan doen, voor de lessen die ik heb geleerd. Ik voel me gezegend. Ik bid altijd voor ik ga eten of drinken. Dat kan ik niet zonder te zeggen: ‘Here, zegen deze spijze en drank, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, amen.’ Ook dat heeft te maken met dankbaarheid. Genoeg mensen hebben namelijk niks te drinken of te eten.
Het geloof speelt dus een belangrijke rol in mijn leven. Ik ben per slot van rekening Ghanees. Als Ghanezen ergens komen en er is geen kerk, dan maken ze een kerk. Ik doe dat ook. Als ik optreed bijvoorbeeld. Door mijn manier van praten. Ik weet dat ik spreek als een predikant. Mijn theatrale bewustzijn komt grotendeels uit de kerk. Ik heb zoveel predikanten aan het werk gezien. In het Ghanees zeg je Sofwoh. Dat betekent pastor: degene bij wie het stil wordt, als hij of zij praat. Ik zou me zelf geen predikant durven noemen. Er zijn vandaag de dag zoveel valse predikanten. Ik vind me zelf meer een MC (Master Of Ceremony, TE). Een MC is een spreker. Dat kan een Maya Angelou zijn, een Martin Luther King, John F. Kennedy of Barack Obama. Bij een MC draait het om retoriek. En die beheers ik.”

Kun je als niet-Ghanees makkelijk binnenkomen in de Ghanese gemeenschap?
“Ik denk dat iedereen welkom is. Ghanezen zijn ontzettend gastvrij. Die nodigen je uit als ze je niet kennen, om te eten. Als je geen plek hebt om te slapen, dan ben je welkom. Dan gaat een kind wel ergens anders slapen, in de woonkamer, op een matras op de grond. Dan krijg jij voor een dag of twee mijn kamer. Je kunt zeker onderdeel zijn van de Ghanese gemeenschap. Maar de Ghanese gemeenschap leeft vooral in kerken. Daar is de basis. Je ontmoet elkaar echt in de kerk. Van daaruit ga je door naar een bruiloft, doop of begrafenis. De Ghanese gemeenschap woont voornamelijk in de Bijlmer, maar in Den Haag is ook een grote Ghanese gemeenschap. In de ‘echte’ Ghanese kerk waar wij in de Bijlmer heen gingen, wordt in het Ghanees gepredikt. Dat wordt dan door iemand anders in het Engels vertaald. De geloofsrichting is baptistisch.”

Is iedereen het altijd eens met de dominee?
“Doorgaans wel. Ik ben daarin anders. De Nederlander in mij denkt vaak: ‘ Wacht even, dit klopt helemaal niet.’ Dan durf ik de discussie aan te gaan. De meeste Ghanezen doen niet aan zomaar publiekelijk discussiëren. Men vindt het respectloos, misschien zelfs onbeschoft, als je openlijk met de pastor in discussie gaat. Het lijkt erop dat de pastor altijd gelijk heeft. Dat vind ik wel een beetje gevaarlijk.”

Hoe wordt de pastor in de Ghanese gemeenschap gezien?
“Als een mens die speciale vaardigheden heeft en daardoor de boodschap van God mag verkondigen.”

De boodschap van jouw boek gaat in mijn ogen heel erg over gelijkheid.
“Ja. Ik kan slecht tegen onrecht.”

Preekt de Ghanese pastor ook over een gelijkwaardige positie van de Ghanezen in de Nederlandse samenleving?
“Nee. In de Ghanese kerken hoor je niemand over bijvoorbeeld de zwartenpietdiscussie. Daar houden ze zich absoluut buiten. Ik ben echt een uitzondering. Ik ben dan wel Ghanees van afkomst, maar heel Nederlands opgevoed. In de Ghanese gemeenschap hebben ze hele andere prioriteiten. Hoe zorg ik ervoor dat ik overleef in dit landje waar ik niet ben geboren? Hoe kom ik rond? Hoe overleef ik hier in Het Westen. Ik ben gekomen om hier een beter leven te krijgen, hoe slaag ik daarin? Er wordt veel gebeden om Gods hulp. Ook daarom ga ik niet meer naar de kerk van mijn moeder. Ze hadden het mij te vaak over financial blessings en financial prayers. Daar had ik moeite mee. Ik wilde opstaan en zeggen: ‘Waar heb je het over? Sinds wanneer moeten we bidden voor geld en bidden voor financiële zegen?’ De pastor zegt dan: ‘We hebben geld nodig. Geef dat aan de kerk! Het is geld voor God, laten we bidden dat men doneert.’ Maar waar gaat dat geld naar toe? Ik spreek nu over meer Afrikaanse gemeenschappen dan alleen de Ghanese, ook de Nigeriaanse bijvoorbeeld.
Bepaalde dingen kloppen gewoon niet. Best wel heftig. Het geld wordt soms besteed aan hummers en dure pakken. Sommige predikanten rijden rond in een Lamborghini, dragen louter Gucci-schoenen en een Rolex. Het is gewoon business. Je hebt altijd mensen die kwetsbaar zijn voor manipulatieve predikanten. Straatarme mensen die dan de nalatenschap van overleden partners gaan opsturen. Of zo’n valse predikant zegt: ‘Ik heb een visioen gehad. Ik heb gezien wat er met je kind gaat gebeuren. Ik kan je helpen, maar dan moet je me wel betalen.’ Let wel, ik wil echt niet alle predikanten over een kam scheren. Er zijn er natuurlijk genoeg die dit nooit zullen doen.
Dat slavernij vroeger vanuit de religie is goedgekeurd, vind ik ook best wel heftig. Ik vind het moeilijk als ik zie dat er zoveel zwarte mensen bidden voor een witte god of een witte Jezus. Veel Ghanese huishoudens hebben een witte Jezus aan de muur hangen. Daar ben ik allergisch voor. Dat zegt wat over je zelfbeeld. Waarom bidden wij als zwarte mensen voor een wit iemand die ons een beter leven moet geven? Zo plaatsen wij ons automatisch lager dan een wit iemand. Ik heb me daar van losgemaakt. Ik discussieer er vaak over met mijn moeder. ‘Jezus hoeft niet per se wit te zijn!’ Dat vond ze eerst wel, maar ik heb haar al een beetje kunnen overtuigen. Dan zeg ik tegen haar: ‘Jezus heeft de kleur, die je zelf wil! Kijk naar waar Hij is opgegroeid. Zijn haar is wollig. Zijn huidskleur goudbruin. Waarom heeft Jezus dan blauwe ogen?’ Mijn God kan voor hetzelfde geld een vrouw zijn. Sterker nog: het geeft mij een veilig gevoel als God een Zij is. Mijn God heeft geen kleur. Mijn God is een licht. Dat licht heb je echt te allen tijde nodig. Ik heb het licht gezien. Mijn God is een entiteit, zeker geen Kerstmanachtig type.”

Een van je gedichten heet Maarten Luwte King, wat bedoel je daar precies mee?
“Dat I have a dream in de luwte terecht is gekomen. Waar is vandaag de dag de I have a dream-ideologie? Die is er niet. Als in Nederland een jongen, die geen vlieg kwaad doet, die alleen een T-shirt draagt met de opdruk Zwarte Piet Is Racisme, op basis daarvan in Dordrecht door de politie zo hard wordt aangepakt dat hij bijna stikt! Alles staat op beeld. Hij staat daar alleen maar. Toch wordt hij aangeklaagd door de politie. Het Ministerie van Justitie moet gek zijn. Zitten de mensen van het Ministerie van Justitie toevallig bij de Nederlandse afdeling van de Ku Klux Klan? Want dit is ongelijkheid. Iedereen kan zien dat dit niet klopt. Dat het gewoon oneerlijk is. Daar ben ik heel fel op. Er zijn genoeg mensen, wit, zwart of halfbloed, die denken: ‘Hoelang gaan wij dit nog pikken?’ Dat mensen ons uitschelden, zeggen dat we hier niet horen, eieren naar ons gooien? Zo respectloos. Dat er in Eindhoven mensen zijn die dan een excuus hebben gevonden om lekker Sieg Heil te kunnen roepen. Zo zie je dat het vanzelf verandert. Door de mensen van extreemrechts die zich ermee gaan bemoeien. Zij graven een kuil voor zichzelf, snijden zichzelf flink in de vingers. Ik nodig hen uit. Blijf vooral komen naar dit soort demonstraties! Dan gaat de discussie sneller voorbij. Maar het is wel wrang: als je zwart bent, wordt er niet naar je geluisterd, wat je ook doet. Je demonstreert vreedzaam. Pas als er gewelddadige, extreemrechtse demonstranten op af komen, verandert er iets.”

Een ander gedicht in je boek is getiteld Schoon Schip (over de transporten van slaven). Kan Nederland eigenlijk schoon schip maken?
“Niet als je niet wilt luisteren naar wat mensen te zeggen hebben over ongelijkheid. Je kunt onmogelijk schoon schip maken als je hardhorend blijft. De vlekken zijn hardnekkig. Nederland kan pas schoon schip maken, als we op sleutelposities mensen hebben die deze generatie snappen. Veel sleutelposities worden nog bekleed door mensen van de voorgaande generatie. Ik denk dat mijn generatie wat gemêleerder leeft. Dan heb je meer gezien, ken je meer culturen, heb je een bredere horizon en referentiekader. Mark Rutte is ontzettend intelligent, laten we dat zeker zeggen. Maar hij absoluut niet mijn minister-president. Ik denk niet dat Mark Rutte drie Marokkaanse vrienden heeft, of drie Surinaamse. Ik denk dat zijn wereld vooral wit is. Daarom zegt hij zulke domme dingen: bijvoorbeeld dat Zwarte Piet ‘gewoon zwart’ moet blijven. Hij is hardhorend. Want hij kent gewoon niemand persoonlijk, die echt met dit issue zit. Het is eigenlijk heel simpel. Je doet gewoon iets verkeerd als je sociale omgeving uit maar één bevolkingsgroep bestaat. Dat is zonde. Je leeft al zo kort. Er is veel te ontdekken. Je wilt toch een rijk bestaan hebben? Nieuwe, fascinerende mensen ontmoeten? Daar leer je enorm veel van. Ik vind het belangrijk dat ik de culturen van verschillende bevolkingsgroepen een beetje ken en snap. Marokkanen en Turken zijn de twee grootste, niet-westerse bevolkingsgroepen in Nederland, die moet je op z’n minst wel ergens in je vriendenkring hebben.”

In sommige afgelegen streken is dat misschien makkelijker gezegd dan gedaan.
“Dan moet je er wat meer moeite voor doen. Als je voedsel nodig hebt, ga je naar de bakker. Als je mentale voeding nodig hebt, ga je op zoek naar mensen uit een andere cultuur. Bijvoorbeeld op recreatiegebied. Ga biljarten, ga sporten, ga een keer met iemand daten. De wereld is echt veel te klein voor dit soort problemen. Doe een keer iets geks, doet iets anders, bezoek eens een Ethiopisch restaurant! Ga met je handen eten! Ga met je dame of met je vriend lekker Ethiopisch eten. Even geen hete bliksem, stamppot of lasagne. Ga een keer lekker met je handen eten, dan gaat er sowieso een wereld voor je open.”