FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 11 March 2019 10:47

Simone de Beauvoir: feministisch boegbeeld

Simone de Beauvoir: feministisch boegbeeld Tekst: Elze Riemer

Wat kunnen wij weten? Wat mogen wij hopen? Wat moeten we doen? Dat zijn de eeuwige vragen van de filosofie. Elze Riemer geeft het antwoord van twaalf ‘denkers van nu’ en legt daartoe haar oor te luisteren bij kenners. Aflevering 3: hoogleraar religie en gender Anne-Marie Korte over de Franse filosoof en schrijver Simone de Beauvoir: “Zij bracht de mythes die er toen over vrouwen waren, aan het licht. Hét probleem van die mythes was dat ze tot stand waren gekomen door de blik van de man.”

Filosoof Simone de Beauvoir (1908-1986) was een gigant in haar tijd. Daar mag geen twijfel over bestaan, stelt hoogleraar religie en gender Anne-Marie Korte (Bussum, 1957). Haar eerste kennismaking met De Beauvoir was toen ze op eenentwintigjarige leeftijd De tweede sekse las, De Beauvoirs in 1949 verschenen meest spraakmakende werk. Diepe indruk maakte de gedachte dat je jezelf niet afhankelijk moest maken van mannen en van de manier waarop mannen denken. Korte trok daaruit de conclusie dat het afgelopen moest zijn met haar verliefdheden op oudere mannen. De ongelijkheid die daar al bij voorbaat inzat, zou ze nooit kunnen inhalen. En zo geschiedde; ze trouwde uiteindelijk met een leeftijdsgenoot. Tijdens haar promotietraject stuitte Korte weer op de Franse filosoof. Ze schreef haar proefschrift over Mary Daly, de meest bekende feministische theoloog in de pioniersfase van de tweede feministische golf. Om haar te begrijpen was het noodzakelijk om zich te verdiepen in een van haar belangrijkste inspiratiebronnen: Simone de Beauvoir. Gaandeweg ontdekte Korte wat voor originele, autonome en revolutionaire denker De Beauvoir was, en ook hoe verrassend ze uit de hoek kon komen – met name als het gaat om liefde en religie.

U liet zich in de liefde adviseren door De Beauvoir. Is ze zo’n goede liefdesdokter?

“Dat zou ik zo niet zeggen. Maar ik denk wel dat ze op dit punt een opmerkelijke invloed heeft gehad op de vrouwen van mijn generatie. Met haar werk, dat zich kenmerkt door haar expliciet beschreven levensstijl en de theoretische uitleg die ze daarvan gaf in De tweede sekse, opende ze de ogen van veel westerse vrouwen voor een heel andere, meer vrije en onconventionele, omgang met seksualiteit en relaties. Dit is van belang, omdat juist rond deze thema’s het westers feminisme gestalte kreeg én krijgt, zoals bijvoorbeeld uit #MeToo blijkt. De tweede sekse was hierin de eerste stap, die zou leiden tot de tweede feministische golf.”

Ze had het niet als feministische uiting bedoelt, zei De Beauvoir in een zeldzaam interview in 1975.

“Dat klopt. Aanvankelijk noemde ze zichzelf ook geen feminist, dat kwam pas 23 jaar na het schrijven van De tweede sekse. Voor haar waren de ideeën in haar boek voortschrijdend inzicht, namelijk het verder doordenken van het existentialisme. Feminisme komt nooit zomaar uit de lucht vallen, ook bij De Beauvoir niet. Maar met haar visie op vrouwen als ‘de tweede sekse’, en haar uitwerking van de ongelijkheid tussen man en vrouw als een relationeel probleem, legde ze wel degelijk de grondslag voor het westerse feminisme zoals we dat nu kennen.”

‘Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt’ is de gedachte waar het denken van De Beauvoir op stoelt, stelde ze zelf. Wat bedoelde ze precies met deze uitspraak?

“Het ging haar er primair om die tweede zinsnede uit te leggen: hoe je tot vrouw wordt gemaakt. Daarmee duidde ze op het hele proces waarmee vrouwen tot de ‘tweede sekse’ gaan behoren, en als ‘de ander’, als een tweederangspersoon worden gezien – vanuit het perspectief van degene die centraal staat in de westerse cultuur: de man. Hiermee verbonden is dat gender geen kwestie is van biologie en lichamelijke gegevens, dat je dus niet als vrouw wordt geboren. Na haar is dit geleidelijk in de feministische theorie verder uitgewerkt in positieve zin, namelijk dat gender dus ook veranderbaar is.”

Wat bracht De Beauvoir ertoe om de filosofie in te gaan?

“Als kind was De Beauvoir diep religieus, in navolging van haar vrome katholieke moeder. Op een bepaald moment in haar kindertijd overwoog ze zelfs non te worden. Maar gaandeweg kreeg haar vader, een intellectueel die niks ophad met het geloof, meer en meer invloed op haar. Toen ze veertien was kreeg ze een geloofscrisis en zei ze het katholieke geloof vaarwel, iets wat voor die tijd – de jaren twintig van de vorige eeuw – een behoorlijk revolutionaire en autonome stap was. Naar eigen zeggen is het dit verschil tussen haar ouders die haar ertoe bracht de filosofie in te gaan. Ze studeerde literatuurwetenschap, wiskunde en filosofie en zette haar studie door via een docentenopleiding, waarvoor ze ook de École normale supérieure bezocht. Opvallend is overigens dat ze met haar 21 jaar de jongste was die aan die school afstudeerde. Het is ook op deze school dat ze Jean-Paul Sartre ontmoet, die levenslang haar metgezel zou blijven.”

Er is veel gezegd en geschreven over het bijzondere leven van de Beauvoir, over haar liefdesrelaties en de afspraken daarin, vooral met Sartre.

“Dat klopt, maar daar had ze ook zeker een eigen hand in. Naast de acht romans en zeven filosofische werken die ze schreef, schreef ze acht memoires. Ze heeft uitgebreid en zonder terughoudendheid geschreven over de persoonlijke zaken in haar leven, wat haar door haar geliefden niet altijd in dank werd afgenomen. Met Sartre had ze een open relatie, wat in de praktijk niet altijd vlekkeloos ging, maar waar ze haar leven lang aan vasthield. De opvattingen over relaties en seksualiteit die ze had en de manier waarop ze haar leven vormgaf, staan niet los van haar denken, integendeel. In haar romans, memoires en filosofische werken is een rode lijn te onderscheiden, namelijk haar preoccupatie met de geleefde werkelijkheid en hoe daarin het zelf verwerkelijkt wordt. Hierin zie je een van de belangrijkste erfenissen van De Beauvoirs filosofie: met haar werk in die drie verschillende genres creëerde ze een heel origineel inhoudelijk standpunt over wat filosofie is, namelijk een gelaagde manier van denken die niet los staat van de geleefde werkelijkheid. Zo verruimde ze het denken over filosofie en deconstrueerde de mythes daarover. In haar begintijd was er nog sprake van een exclusief mannelijke filosofische traditie, waardoor ze lange tijd niet erkend werd als filosoof. De filosofische werken die ze schreef, werden vooral gezien als een uitleg van het denken van Sartre. Lange tijd zag ze het zelf ook zo, later veranderde dit.”

Welk aandeel heeft zij gehad in de existentialistische filosofie?

“De existentialistische filosofie is een filosofie die ervan uitgaat dat iedereen een eigen verantwoordelijkheid heeft ten opzichte van zichzelf en de wereld om zich heen, zonder die af te schuiven op externe omstandigheden of op religieuze of sociale conventies. Juist door haar eigenzinnige keuze om deze filosofie toe te passen op de positie van vrouwen kwam De Beauvoir erachter dat je dit niet zo simpel kunt stellen. Zelfverwerkelijking staat niet los van de concrete situatie; omstandigheden, levensloop, hoe er tegen vrouwen aan werd aangekeken et cetera doen er wel degelijk toe. Daar lag de doorbraak in haar denken.”

 ‘De tweede sekse’ zette de tweede feministische golf in gang. Wat was de kracht van dit boek?

“Ze bracht de mythes die er toen over vrouwen waren, aan het licht. Bijvoorbeeld de identificatie van vrouwen met het moederschap, waarop ook veel religieuze denkbeelden over vrouwen berusten. Hét probleem van die mythes was dat ze tot stand waren gekomen door de blik van de man. Mannen hebben zichzelf door de geschiedenis heen als uitgangspunt van de wereld genomen, waarbij vrouwen alleen bestonden als afgeleide van de man – als tweede sekse dus. Opmerkelijk is dat ze hierbij de vrouw echt een schop onder de kont gaf, omdat ze zag dat vrouwen hier al te gemakkelijk in meegingen, zich dit lieten aanleunen. Talloze keren in De tweede sekse laat ze zien welk voordeel vrouwen erbij hebben – op relationeel, economisch, en religieus gebied – om geen verantwoordelijkheid te nemen en te vluchten in mooie kleding, goede manieren, toewijding en devotie. Dit zijn heel onthullende passages in dit boek. Zij is net zo scherp in haar kritiek op mannelijke intellectuelen die vrouwen kleineren als op vrouwen die daarin meegaan.”

Wat had De Beauvoir met haar werk op het oog? Wat wilde ze bereiken?

“Ze wilde de ogen openen van vrouwen voor de ongelijkheid waar zij middenin zaten. Door de mythes over de vrouw te deconstrueren wilde ze vrouwen stimuleren om in vrijheid eigen keuzes te maken. Opvallend is dat ze in haar boek maar één categorie vrouwen noemt die daarin slagen: de mystica’s uit vroegere tijden, zoals Brigitta van Zweden, Catharina van Siena en Teresa van Avila. Ze was lyrisch over hen. Zij die op veertienjarige leeftijd het geloof had afgezworen, zag in deze mystica’s het ultieme voorbeeld van vrouwen die tot zelfverwerkelijking zijn gekomen. Ze leek zich niet echt te verdiepen in wat die ‘zelfverwerkelijking’ nu concreet betekende, het ging erom dat zij een project hadden waarbij geen enkele aardse man boven hen stond – iets waar zijzelf nooit helemaal in slaagde.”

Hoe kwam dat?

“Na het verlaten van het katholicisme was liefde in zekere zin haar religie geworden. Daarin functioneerde Sartre, zo erkende ze zelf ook, als haar god. Dit correspondeerde volledig met Sartres visie dat in de liefde de ander hem als een god moest aanbidden, zonder enige vorm van wederkerigheid daarin. Hoewel ze zelf wel meer wederkerigheid verlangde, en dat ook in andere relaties vond, lukte het haar toch niet om zich helemaal aan het idee van mannen ‘als waren zij goden’ te ontworstelen. Dat ze dit erkende en hierop reflecteerde, zegt veel over haar als kritische denker. Waar Sartre volledig abstract was in zijn filosofie, had De Beauvoir in haar werk veel meer begrip voor het feit dat mensen helemaal niet in staat zijn om de nagestreefde zelfverwerkelijking op consequent nietsontziende manier te realiseren – zoals Sartre voor ogen stond. Ze was, met andere woorden, een stuk pragmatischer; ze erkende hoe bemiddeld en ambigu dat zelfverwerkelijkingsproject eigenlijk is.”

Het was haar hoop dat vrouwen en mannen ‘een gelijkwaardig broederschap’ zouden ontwikkelen. Een utopie?

“Qua wetgeving is er de afgelopen eeuw in westerse landen ontzettend veel gebeurd dat hoop geeft. Maar de mindset, evenals de geleefde werkelijkheid, is een ander verhaal. Die lijkt zich momenteel juist te verharden. Er zijn nieuwe politieke en religieuze tegenstellingen, en ook groeit de kritiek op de zogeheten ‘genderideologie’ – het idee dat gender niet iets onveranderlijks is maar een constructie – , van degenen die vast willen houden aan de ‘natuurlijke’ verschillen tussen de seksen. Als je kijkt naar de mythes over vrouwen zie je dat bepaalde stukken daarvan zijn doorgrond en afgewezen, maar dat andere stukken veel dieper zitten dan we aanvankelijk dachten. En dan zijn er ook nog nieuwe bijgekomen. Het is duidelijk geen gelopen race. Misschien kan je haar project van ontmythologiseren vergelijken met het verslaan van een enorm veelkoppig monster. Ze liet ons zien dat er überhaupt zo’n monster is, en hoe je het best zo’n kop eraf kon slaan. Vervolgens was én is het aan ons om dat dan ook daadwerkelijk te gaan doen.”

 

Paspoort

Simone de Beauvoir (Parijs, 1908 -1986) legde als filosoof met haar werk De tweede sekse (uit 1949) de grondslag van het moderne westerse feminisme.

● Omdat na de Eerste Wereldoorlog haar ouders niet genoeg geld hadden om haar te onderhouden of te laten trouwen, moest ze gaan studeren – wat haar op het lijf geschreven was.

● In 1929 kreeg ze een relatie met de filosoof Jean-Paul Sartre. Met hem had ze een levenslange, open relatie. Ze trouwden niet en kregen geen kinderen. Dagelijks lazen en becommentarieerden ze elkaars werk. Ze liggen naast elkaar in één graf in Parijs op Montparnasse.

● Na haar studies werkte De Beauvoir enige tijd als docent filosofie op middelbare scholen. Ze raakte in 1943 haar onderwijsbevoegdheid kwijt wegens de aanklacht dat ze een zeventienjarige leerlinge had verleid. Haar hele leven had ze relaties met vrouwen en met mannen.

● Gaandeweg werd ze steeds meer politiek actief. Ze streefde naar solidariteit en gelijkheid en zag het communisme en socialisme als de juiste middelen om dat te bereiken. In de jaren vijftig onderhielden zij en Sartre contacten met Fidel Castro en Che Guevara, later werd ze ook actief als feminist.

● Naast haar filosofische werken schreef ze ook romans en memoires, en greep zo de gelegenheid om haar ideeën op verschillende manieren vorm te geven.

● Haar dagen waren van een opzettelijk geconstrueerde eenvoud, zonder overbodigheden als feestjes, zodat ze in staat was haar werk te doen. Ze schreef het liefst in cafés.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda