FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 20 February 2019 11:20

Kees Posthumus brengt Paulus op de planken

Kees Posthumus brengt Paulus op de planken Tekst: Kees Posthumus Beeld: Jan W. de Kok

Je kunt je zelf niet aan je eigen haren uit het moeras van onvrijheid trekken. Paulus is de man die ons deze vrijheid in zijn brieven als geen ander aanzegt.” Verhalenverteller Kees Posthumus had weinig met Paulus, totdat hij in diens huid kroop.

In het seizoen 2014/2015 speelde accordeonist Juul Beerda en ik de voorstelling Paulus, in het oog van de storm. Bijna zestig keer brachten wij Paulus op de planken, in een decor van grote zeilen met vragen, waarop Paulus antwoord gaf. Het schrijven van deze toneeltekst was in eerste instantie het gevolg van een persoonlijke zoektocht naar de oorsprong van de vrijheid die ik op toneel ervaar. Het antwoord vond ik bij Paulus.
Op toneel voel ik mij vrij om te doen wat ik wil. Als ik bekende en minder bekende bijbelverhalen ‘vroom en vrolijk’ opnieuw vertel, laat ik mij nergens door weerhouden.
Ik ben op zoek naar de betekenis van de oude verhalen voor mensen van nu. Zo worden de verhalen van ‘ver weg en lang geleden’ verhalen voor mensen van hier en nu. De verhalen zijn mij lief, ik zal er altijd met respect mee omgaan.
Ik studeerde theologie, maar wist op tijd te stoppen. Na vijf jaar studie weet ik genoeg om met enig verstand van zaken over theologische zaken te kunnen denken en praten. Maar niet voldoende om mij door te veel kennis te laten beperken.
Blijkbaar valt die theatrale vrijheid op, wat overigens iets zegt over de voorzichtigheid waarmee doorgaans met de bijbelverhalen wordt omgegaan. Na afloop van een voorstelling stelden mensen mij meer dan eens de vraag: “Waar komt toch jouw vrijheid vandaan om de verhalen op deze manier te vertellen?”
Dat zette mij aan het denken. Ik herinnerde mij een kerkdienst op Vlieland, waar ik op een zondag onder het gehoor was van eilanderpredikant Frans Weeda. Het was de zondag voor 5 mei en hij preekte over vrijheid. De strekking was: de vrijheid waarin je leeft, komt van buiten en moet je aangezegd worden door een ander. Je kunt jezelf niet aan je eigen haren uit het moeras van onvrijheid trekken. Paulus is de man die ons deze vrijheid in zijn brieven als geen ander aanzegt.

Een vraagteken
Eerlijk gezegd had ik tot dat moment weinig met de man. Paulus is in de christelijke traditie een veelbesproken, zelfs omstreden figuur. Hij roept sterke gevoelens op. Je loopt met hem weg of je schrijft hem af. Ik deed geen van tweeën en had mij, licht onverschillig, nooit eerder in hem verdiept.
Natuurlijk liet ik mij tijdens trouwdiensten raken door zijn prachtige loflied op de liefde. ‘Had ik de liefde niet...’ Ik leerde dat deze woorden veel breder bedoeld zijn. De liefde zoals door Paulus bedoeld, is een kracht, die persoonlijke relaties ver overstijgt en geldt voor de hele wereld. Liefde wordt de kracht waarmee mensen zich inzetten voor gerechtigheid en vrede.
Natuurlijk kende ik zijn ongemakkelijke woorden over de rol van vrouwen in de gemeente. Zij zouden beter zwijgen, schrijft hij. Een achterhaalde opvatting, meende ik, totdat ik op het spoor kwam van een spectaculaire andere uitleg, gebracht door nieuwtestamenticus Patrick Chatelion Counet.
In mijn woorden: het Grieks kent geen vraagteken. Zet een vraagteken achter Paulus’ verguisde opmerking, en de tekst verandert radicaal van inhoud. In mijn toneeltekst reageert Paulus aldus als de brief uit Korinthe op de mat valt: ‘Ik weet niet wat ik lees / Moeten vrouwen in hun bijeenkomsten hun mond houden? / Hoe kan iemand die ‘in Christus’ is dit in zijn botte hersens halen? / De een is niet meer of minder waard dan de ander, in Christus. / Zou de een dan zwijgen /en de ander het hoogste woord voeren? (...)
Hij schrijft ze terug, herhaalt hun woorden en zet er een vraagteken achter. “Ik zeg jullie: in Christus zijn jullie allen één / in Christus is er geen man en geen vrouw / Wanneer jullie vrouwen het woord willen voeren / dan doen ze dat / Daar hebben ze jullie niet bij nodig /
Punt.”
Vanuit deze noties presenteerden wij Paulus als ‘apostel van de vrijheid’. Dat begrip ‘vrijheid’ kwam naar boven toen ik mij verdiepte in recent onderzoek naar de betekenis van Paulus.

Eén lichaam
Onverdacht was daarbij het gedachtegoed van de Franse filosoof Alain Badiou, zelf atheïst, die in zijn boek Paulus. De fundering van het universalisme (2008) de held van het christendom beschouwt als grondvester van het universalistische denken. En, in mijn vertaling, als apostel van de vrijheid die grenzen tussen mensen slecht.
Dit is, volgens mij, Paulus’ grote en vaak onderbelichte verdienste. Hij onderkent de verschillen tussen mensen, maar verklaart ze als ongeldig, als voorbij. Arm of rijk, slaaf of vrije, Jood of Griek, man of vrouw: het doet er niet meer toe. Hij schoffelt bestaande verhoudingen vakkundig onderuit. Rond de tafel zijn wij alleen één, één lichaam.
In de vroege christelijke gemeenschappen heerst een voor die tijd ongedachte vrijheid en gelijkheid. Vanuit dit nieuwe denken opent Paulus, met gevaar voor eigen leven, de beweging rond de joodse Jezus van Nazaret voor de hem bekende wereld buiten de joodse traditie. Hij kijkt ver over de grenzen van zijn eigen volk en traditie heen, zonder die traditie overboord te gooien. Wij zijn ‘in Christus’, hoe moeilijk kan dat zijn?
De vraag stellen is hem beantwoorden: moeilijk. In mijn tekst weet Paulus nog niet goed raad met die gewonnen vrijheid. In theorie is het hem helder, in de praktijk stuit die eindeloze vrijheid op wetten en praktische bezwaren. Dit raakt aan wat Huub Oosterhuis dicht in zijn Lied om vrijheid: ’als vrijheid was wat vrijheid lijkt wij waren de mensen niet die wij nu angstig zijn.’
De vrijheid stelt ons in staat tot grootse daden van liefde en gerechtigheid. Vaak laten wij ons weerhouden door de gedachte klein en nietig te zijn. Als wij de aangezegde vrijheid van Paulus tot ons laten doordringen, weten wij dat wij allen gemaakt zijn naar het beeld van God, die van schepping, uittocht en opstanding. Dan kan het niet anders dan dat wij ook zelf geroepen zijn licht in het duister te zijn, de weg van de vrijheid te gaan en anderen te bevrijden, op te staan en anderen tot hun recht te laten komen.

Een licht
In het verhaal van Paulus gaat het er om spannen als hij met zijn helper Silas gevangen zit. Hij had een boze geest verdreven uit een slavin die in de straten en op de pleinen van de stad Filippi aan mensen de toekomst voorspelde.
Dat wordt hem door haar eigenaren en het stadsbestuur van de stad niet in dank afgenomen. De twee worden gevangen gezet, met hun voeten vast in het blok. Zij kunnen geen kant op. Dat wil zeggen: fysiek. Want hun geest is vrij.
Ja, ja. Zo voelt het niet. Totdat er een lied opwelt uit hun verstikte kelen. Eerst aarzelend, later uit volle borst. Elke ademteug vult hun longen met zuurstofrijke, frisse lucht. En zij zingen, en zij bidden. En de aarde trilt. De sloten springen. De weg naar buiten ligt open.
Essentieel om Paulus te begrijpen is dat ene dramatische moment waarop zijn leven compleet verandert. Hij reisde naar Damascus, om ‘de mensen van de weg’, zoals christenen werden genoemd, op te pakken en naar Jeruzalem te brengen om daar te worden berecht.
Het is tegen de avond. Niet eerder, niet later. De muren van Damascus voor hem. Achter hem de reis uit Jeruzalem. Dan ziet hij een licht in de hemel. Hij valt van zijn paard. Hij hoort een stem, Jezus zelf, die hem roept. Hij antwoordt, Jezus reageert daar in onze voorstelling op met klanken uit de accordeon.
Licht uit de hemel. Val van mijn paard. Stem die mij roept.
Dat paard kwam er in de traditie later bij. Het is onwaarschijnlijk dat joden in die tijd paard reden. Het zou kunnen dat wij het paard danken aan de Italiaanse schilder Caravaggio, die van deze gebeurtenis een dramatisch schilderij maakte. Voor de flyer van onze voorstelling maakten wij deze voorstelling na in een foto.

Menselijker
Zonder licht, val en stem begrijp je niet wat Paulus drijft. In een verlicht moment ziet hij waar het heen moet met de wereld. Dat drijft hem voort en duwt hem de wereld in om het goede nieuws van bevrijding te brengen aan joden en heidenen, aan iedereen die het horen wil en aan iedereen die het niet horen wil.
De voorstelling bracht veel teweeg. Het mooiste compliment dat ik kreeg was “ik vind het nog steeds geen aardige man, maar hij is wel menselijk geworden”.

Kees Posthumus is journalist en verhalenverteller. Meer over zijn voorstellingen op www.keesposthumus.nl.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda