FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 18 February 2019 14:17

Vaticaanse top over misbruik: is kerk nog geloofwaardig?

Demonstratie tegen r.-k. misbruik in Ierland Demonstratie tegen r.-k. misbruik in Ierland Tekst; Will Verhoef Beeld: ANP Foto

 

Komende donderdag, 21 februari, begint in het Vaticaan een topconferentie over het seksueel misbruik in de r.-k. kerk. De kerk ziet zichzelf als geroepen tot heiligheid. Maar volgens katholiek theoloog Will Verhoef vraagt deze roeping van de kerk om een grondige revisie van haar zelfverstaan.

Het is half december. De ochtendkrant leert dat de kardinalen George Pell en Francisco Javier Errázuriz Ossa door paus Franciscus zijn ontslagen als lid van de raad van kardinalen die hem bijstaat in de hervorming van de Vaticaanse curie, het centrale bestuursapparaat van de rooms-katholieke kerk. De raad adviseerde Franciscus eerder om een topconferentie te beleggen over seksueel misbruik. Die conferentie vindt van 21 tot 24 februari in Rome plaats. Nu zijn twee leden van de raad zelf heengezonden. Pell is intussen in Australië schuldig bevonden seksueel misbruik. Errázuriz heeft in Chili jarenlang priesters die misbruik pleegden, de hand boven het hoofd gehouden.
Na het lezen van de krant komt het bulletin van mijn parochie binnen. In afwachting van de goddelijke geboorte geeft het de tijden van de vieringen, aankondigingen van kerstgezang en een bijbelcursus. Geen woord over de situatie waarin de wereldkerk zich in de vloed van berichten over seksueel misbruik bevindt. De Commissie Deetman heeft in Nederland haar werk gedaan en een duidelijk beleid uitgezet. “Hoe pijnlijk ook, we hebben dit adequaat afgehandeld”, zei kardinaal Wim Eijk in een interview. Alsof het hier gaat om een kwestie van goed management.
De r.-k. kerk bevindt zich in een crisis zoals zij die sinds de Reformatie niet gekend heeft. De golf van berichten over seksueel geweld door priesters jegens jeugdige kerkleden houdt aan. De laatste maanden ligt het accent in het nieuws op het verzwijgen en versluierend handelen door verantwoordelijken, waardoor daders hun gang konden blijven gaan.

Boosheid en schaamte
Ik ga hier niet in op de pijn en het verdriet van de direct getroffenen, op de verwarring en kwetsuren waarmee zijmoeten leven. Mijn onderwerp hier is de kerkelijke gemeenschap als geheel, waarin de daders en hun slachtoffers zijn inbegrepen. In september 2018 schreef Franciscus naar aanleiding van de onthullingen een brief aan alle gelovigen. Zijn benadering herinnert aan wat ik in mijn theologische opleiding kreeg ingeprent: in de kerk bestaan geen buitenstaanders. Als één lid lijdt, lijden alle leden mee, citeert de paus de apostel Paulus. De klacht van hen die geweld is aangedaan, schreit ten hemel. Het is een verdriet dat allen in de kerk raakt, stelt Franciscus. De pijn van de slachtoffers vindt zijn weerklank in hele kerkgemeenschap.
Tot zover zal de lezer de woorden van de paus zonder moeite beamen. Maar de brief gaat verder. “Met schaamte en berouw erkennen we als kerkelijke gemeenschap dat we niet waren waar we moesten zijn, dat we niet tijdig hebben gehandeld (...), we toonden geen zorg voor de kleinen; we lieten ze in de steek.” Ho even, wie zijn die ‘we’? Het zijn toch ambtsdragers, die deze daden begingen? En ambtsdragers, bisschoppen en kardinalen, die de aanklachten verborgen en daden ongestraft lieten? De verontwaardiging over de misdrijven is onder kerkleden niet minder groot dan daarbuiten. Maar toch zegt de paus ‘we’: ‘wij als kerkelijke gemeenschap’ schoten tekort. Alsof we ons als katholieken allemáál moeten schamen.
Er is boosheid vanwege ambtsdragers en religieuzen die deze daden begingen. Boosheid om hun misdragingen en bedrog. Boosheid op het bestaan van een verborgen werkelijkheid. Boosheid om het in gevaar brengen van het in onze landen toch al fragiele bestaan van de kerk. Nietttemin: de boosheid camoufleert ook schaamte. En die schaamte kan niet anders dan voortkomen uit het feit dát we ons als katholieken beschouwen als een gemeenschap. We zijn niet alleen emotioneel betrokken bij wat deze jonge mensen is aangedaan, maar ook, zeg maar, positioneel. Het eerste is omdat we mens zijn, het tweede omdat we elkaar in de gemeenschap als broeders en zusters zien. De schaamte duidt op een bewustzijn dat we niet alleen verbonden zijn met de slachtoffers, maar ook met de daders. En dat we als leden van een ongedeelde gemeenschap delen in het berouw jegens gekwetsten. Er zijn geen buitenstaanders.
De pijnlijke boodschap dat de gemeenschap als zodanig verantwoordelijk zou zijn, deed weinig stof opwaaien. De pers in de Verenigde Staten – waar momenteel de meest actuele berichten van misbruik vandaan komen – reageert goedkeurend op het gebruik van woorden als ‘misdaden’ (in plaats van ‘zonde’) en ‘gerechtelijke maatregelen’ (in plaats van interne maatregelen). In Nederland is er vrijwel geen commentaar op de pauselijke brief. Voorzover het er is, is de toon is er een van ‘wat nu?’ Excuses zijn er genoeg geweest, er moet nu doorgepakt worden. Alsof de brief maar papier was, en woorden geen daden zijn.Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda