FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 12 February 2019 15:46

Paulus over mannen en vrouwen: Voorhuid maakt verschil

Besnijdenis van een joods jongetje Besnijdenis van een joods jongetje Tekst: Karin Neutel Beeld: Hollandse Hoogte

Er is geen Jood of Griek, geen slaaf of vrij, geen man en vrouw, want jullie zijn allemaal één in Christus”, aldus Paulus in zijn brief aan de Galaten. Maar maakt deze ene zin Paulus tot een kampioen van gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen? Exegeet Karin Neutel meent van niet. De apostel was een man van zijn tijd. Het idee van gelijkwaardigheid was hem daarom vreemd.

Net zoals tegenwoordig was mannenbesnijdenis in de oudheid onderwerp van verhitte discussie. Men veroordeelde deze praktijk of maakte haar belachelijk, maar ook verdedigde men haar met passie om religieuze redenen én in verband met gezondheid en seksualiteit. Dat Paulus zich ook behoorlijk druk maakte over mannenbesnijdenis, daarover kunnen de meeste lezers van zijn brieven het wel eens zijn. Maar waarom dit onderwerp hem zo bezighield en wat zijn mening er nou precies over was, daarover bestaan veel verschillende opvattingen. Daarnaast kunnen we ons afvragen wat al die aandacht voor mannelijke geslachtsdelen betekent voor Paulus’ ideeën over gender, een zaak waar ook de nodige controverse over bestaat.

Innerlijk en uiterlijk
Traditioneel worden Paulus’ uitspraken over de besnijdenis gezien als een kernpunt van zijn kritiek op het jodendom en joodse gebruiken. Tegenover lichamelijke besnijdenis zou hij ‘besnijdenis van het hart’ (Romeinen 2,29) benadrukken, omdat voor hem alleen het innerlijke telt. Lastig is dan dat Paulus op de vraag: ‘Welk voordeel hebben joden dan en wat is de waarde van besnijdenis?’, het antwoord geeft: ‘Veel, in alle opzichten’ (Rom. 3:1-2).
Deze ronduit positieve waardering van besnijdenis als joodse praktijk valt moeilijk te rijmen met het gangbare idee dat Paulus het jodendom bekritiseerde en lichamelijke rituelen afwees, maar hoeft niet problematisch te zijn als we hem zien als een eerste-eeuwse joodse man die vooral niet-joden goed nieuws wilde brengen over de eindtijd en de komst van Gods Messias. Wanneer we Paulus zoveel mogelijk begrijpen vanuit de veelstemmige joodse traditie van zijn tijd en niet in tegenstelling ermee, kunnen we ook zijn ideeën over besnijdenis beter plaatsen. De metafoor van besnijdenis van het hart komt bijvoorbeeld niet voor het eerst bij Paulus voor, maar is bekend uit de traditie, waarin het geen afwijzing van lichamelijke besnijdenis impliceerde, maar er juist mee samenging. Ook voor Paulus had zowel innerlijke als uiterlijke besnijdenis blijkbaar zijn waarde, zonder tegenstrijdigheid.

Bekeerlingen
Maar hoe moeten we dan Paulus’ meer polemische uitspraken tegen besnijdenis begrijpen? Daarvoor is het belangrijk te weten dat er in de oudheid twee vormen van joodse besnijdenis waren: besnijdenis van joodse jongetjes op de achtste dag na de geboorte en besnijdenis van volwassen niet-joodse mannen, als rituele markering van de overgang naar het joodse volk. Hoe vaak die laatste vorm daadwerkelijk voorkwam en hoe dat ritueel precies in zijn werk ging weten we niet, maar in zowel joodse als Grieks-Romeinse literatuur wordt het verschillende keren genoemd. Sommige teksten stellen deze besnijdenis van bekeerlingen, in het verlengde van besnijdenis op de achtste dag, als iets positiefs voor. Andere joodse teksten laten zien dat het goed mogelijk was om veel waarde te hechten aan besnijdenis op de achtste dag, maar besnijdenis van proselieten – mannen die overgingen naar het jodendom – af te wijzen.
Deze binnen-joodse discussie over proselietenbesnijdenis vormt een plausibele achtergrond voor de controverse die we in Paulus’ brieven terug zien. Zijn ongebruikelijke voorkeur voor het woord ‘voorhuid’ als aanduiding voor niet-joden – meestal vertaald als ‘onbesneden’ of ‘niet besneden’ – onderstreept dat besnijdenis hier de scheidslijn vormt tussen etnische groepen. In dit licht kunnen we ook Paulus’ meer heftige uitspraken tegen besnijdenis begrijpen en tegen degenen die niet-joodse mannen willen overtuigen dat ze zich moeten laten besnijden. Paulus noemt hen honden en stelt voor dat zij er bij zichzelf maar wat meer afsnijden (Filippenzen 3, 2; Galaten 5,12). Hij verzet zich dus heftig tegen het idee dat besnijdenis nodig of goed is voor niet-joodse volgelingen van Christus. Deze discussie was hiermee niet alleen binnen-Joods, maar lijkt ook intern te zijn binnen de groep joden die volgers van Christus waren. De vraag is of niet-joodse mannen, nu de messiaanse tijd is aangebroken, alleen op basis van hun Messiasgeloof bij de kinderen van Abraham kunnen horen, of naast dat geloof ook nog besneden moeten worden. Over besnijdenis op de achtste dag zegt deze discussie dus niets. We kunnen zeker niet aannemen dat Paulus daar een probleem mee had, alleen omdat hij in het specifieke geval van niet-joodse volgelingen van Christus, hun geloof in de Messias beschouwde als de toegang tot Gods volk, die geen verder besnijdingsritueel vereiste.

Focus op mannen
Deze hele discussie over de besnijdenis, die in verschillende brieven voorkomt, draait duidelijk om mannen en mannelijke anatomie. Wat de implicaties zijn voor niet-joodse vrouwen die over willen gaan tot het joodse volk komt niet aan de orde. Hiervoor bestond in het jodendom van de eerste eeuw geen bekend ritueel en Paulus houdt zich daar ook niet specifiek mee bezig.
Deze vanzelfsprekende focus op mannen in Paulus’ brieven staat in contrast met de interesse van moderne lezers, die juist vooral willen weten hoe hij over vrouwen dacht. De vraag of Paulus een ‘vrouwenhater’ was, of juist gelijkwaardigheid van man en vrouw verkondigde, is al een tijd een heet hangijzer. Verschillende strategieën worden toegepast om mogelijk problematische teksten over vrouwen te verklaren, zoals de suggestie dat verzen later in de tekst zijn toegevoegd, of het idee dat Paulus tegenstanders citeert, wanneer hij dingen lijkt te zeggen die als seksistisch worden ervaren.Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda