FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 2

    VOLZIN 2019: NUMMER 2

    Volzin-special: In de ban van Paulus ‘Paulus was een rusteloze religieuze zoeker’Selfmade theoloog
    30 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 31 January 2019 10:47

'Werk ohne Autor': een ontzagwekkende Duitse eeuw

Kurt en zijn tante bezoeken expositie over ontaarde kunst Kurt en zijn tante bezoeken expositie over ontaarde kunst Tekst: Jurgen Tiekstra

Regisseur Florian Henckel von Donnersmarck maakte in 2006 furore met Das Leben der Anderen. Zijn nieuwe film, Werk Ohne Autor, die vorige week uitkwam, is een epos over het Duitsland van de jaren dertig, de Tweede Wereldoorlog en de DDR. Hij toont hoe zijn land is ontsnapt aan de ideologische massabewegingen.
Aan het begin van de drie uur lange speelfilm Werk Ohne Autor zit een magische scène. Het is 1937 en we zijn in Dresden. Het jongetje Kurt is met zijn jonge tante Elisabeth naar een tentoonstelling geweest over Entartete Kunst – de door de nazi’s zo gehate schilderijen van de Duitse modernistische kunstenaars. Het tweetal neemt de bus terug naar huis, naar een dorp buiten Dresden. Terwijl ze de binnenstad verlaten en hun streekbus via de Augustusbrug de rivier de Elbe oversteekt, zien we door het busraam het historische Dresden aan ons voorbij trekken. Ondertussen verzucht de tante hoe mooi Dresden is, en hoe jammer het is dat ze er niet meer wonen.
Dat is een van de dingen die een speelfilm vermag: ons even de illusie geven dat we een tijd beleven die niet meer bestaat, dat we heel even kunnen zien wat al lang verdwenen is. Verderop in de speelfilm wordt het dan ook februari 1945: de acht jaar oudere Kurt schrikt wakker van het gedonder van Britse bommenwerpers, hij rent naar buiten in een regen van neerdalende stroken zilverfolie die radarsignalen moeten verstoren, en ziet hoe in de verte brandbommen neerdalen op zijn geliefde Dresden.

Pijnlijke historie
Filmregisseur Florian Henckel von Donnersmarck maakte twaalf jaar geleden furore toen hij, 33 jaar oud pas, debuteerde met de speelfilm Das Leben der Anderen: over een agent van de Stasi – de geheime dienst in de DDR – van wie het hart langzaam week wordt als hij een tijdlang een dissidente toneelschrijver moet afluisteren. Dankzij het opzienbarende succes van dat debuut mocht Henckel von Donnersmarck een Hollywoodfilm maken, maar het lukte hem niet zich daarmee te onderscheiden. Nu is hij terug in Duitsland, waar hij opnieuw met grote vanzelfsprekendheid die ontzagwekkende Duitse twintigste eeuw erbij pakt: opnieuw speelt zijn verhaal zich af in de DDR, maar dus ook in het Duitsland van ná de machtsovername door de nationaalsocialisten in 1933 en de Tweede Wereldoorlog. Hij schuwt in zijn zelfgeschreven scenario zelfs niet het euthanasieprogramma dat de nazi’s ontwierpen voor psychiatrische patiënten en mensen met het syndroom van Down.
Hoe is het voor de Duitsers om elke keer opnieuw die verzengend pijnlijke historie van hun land te moeten doorleven? Acteur Sebastian Koch, die in Das Leben der Anderen de beminnelijke toneelschrijver speelde, is in dit geval een SS-arts die tijdens de oorlogsjaren meewerkt aan het euthanasieprogramma. Deze professor Carl Seeband “is zo Duits dat het pijn doet”, zei hij over zijn personage. “Dat streven van hem naar perfectie, die nadruk op het idee dat alleen telt wat meetbaar is, dat het enige van belang is dat je vooruit komt is, en dat je de beste bent.”
Deze professor Carl Seeband, zei Koch ook, is een typische nazi die de filosofie van Nietzsche heel eenzijdig geïnterpreteerd heeft.

Spagaat
Net als in zijn debuutfilm plaatst Florian Henckel von Donnersmarck tegenover die staalharde onmenselijkheid van een totalitair regime – of het nou het nazisme is of het communisme – de fijngevoeligheid en het vrijheidslievende van de kunst. Dat doet hij in Werk Ohne Autor door zich in grote mate te baseren op de biografische feiten van de beroemde Duitse kunstschilder Gerhard Richter. Naar deze Richter is het hoofdpersonage Kurt Barnert gemodelleerd.
Aan de hand van het levensverhaal van Richter wil Henckel von Donnersmarck verbeelden hoe zijn vaderland zich in de twintigste eeuw langzaam heeft kunnen we wegbewegen van de verstikkende ideologische massabewegingen. In zijn speelfilm viert hij de grote individuele waarden die in zijn ogen daarvoor in de plaats zijn gekomen: het ideaal van de mens die zijn authentieke zelf vindt, en het ideaal van de romantische liefde tussen man en vrouw.
Een klein probleem is dat Henckel von Donnersmarck ten diepste een mainstream-filmer is: hij houdt van een groots opgezet historisch verhaal, waarin goed en kwaad tamelijk netjes gesorteerd worden. Hij wil zijn vertelling niet veel complexer maken dan dat. Tegelijkertijd heeft hij wel de biografie van Gerhard Richter als uitgangspunt willen nemen. Dat is lastig, omdat diens kunst juist behoorlijk moeilijk te duiden is en met opzet onpersoonlijk.
Die spagaat is te zien aan de twee titels die de speelfilm heeft: voor de Europese markt is het Werk Ohne Autor, voor de meer internationale markt is het Never Look Away. Die tweede filmtitel verwijst naar tante Elisabeth de kleine Kurt op het hart drukt: kijk nooit weg. Ook vertelt ze hem: alles wat echt is, is mooi. Ze stuurt hem zo op een zoektocht naar het Goede, het Ware en het Schone, in een tijdsgewricht vol verderf en onmenselijkheid. Op zijn schildersdoeken moet hij het kloppende hart van de werkelijkheid vangen. En dat kan hij doen door zijn diepste zelf te laten zien.

Eenzijdigheid
Tegelijkertijd is er die andere filmtitel: Werk Ohne Autor. Dat is een naam die veel sterker aan de werkelijke Gerhard Richter refereert, aan de man die ‘geen persoonlijkheid’ zei te willen hebben, zoals Joost Zwagerman schreef in een essay over hem. In zijn eerste schildersperiode gebruikte Richter louter grijstinten. In een gepubliceerd dagboek beschreef hij jaren later waarom: “Grijs is voor mij het enig mogelijke equivalent van onbetrokkenheid, onverschilligheid, meningloosheid, vormloosheid.” En hij schreef over de gedachtewereld van waaruit hij schilderde: “Geen ideologie, geen religie, geen geloof, geen betekenis, geen verbeelding, geen ontdekking, geen creativiteit, geen hoop (...).”
Gerhard Richter problematiseerde dus juist ‘het ware’, of in elk geval de mogelijkheid om het ware af te beelden. Nadat hij in 1961 de DDR was ontvlucht, ging hij in Düsseldorf wonen en daar aan de kunstacademie studeren. Die kunstacademie was een explosie van artistieke vernieuwingsdrang. Vanuit de Verenigde Staten was de popart van Andy Warhol en diens gezellen komen overwaaien. Conceptuele kunst was de koning van het toneel. Wat moest Richter met zijn figuratieve schilderkunst? Wat moest hij met dat penseel in zijn hand? Uiteindelijk besloot hij krantenfoto’s en amateurkiekjes te gaan naschilderen: op groot formaat, en in zijn karakteristiek afstandelijke, grijsgetinte en vage schilderstijl. Door foto’s na te bootsen, kopieerde hij dus wat al kopie was. Richter had kennelijk geen illusie dat hij met zijn kunst iets waars kon verbeelden.
Maar regisseur Henckel von Donnersmarck heeft wél gelijk dat Richter als kunstenaar een belichaming was van de vrijheidsdrang ná de grote ideologische massabewegingen. En zoals acteur Sebastian Koch terecht zei: de nationaalsocialisten lazen de filosofie van Nietzsche met grote eenzijdigheid. Uitgerekend Nietzsche vierde de kunstenaar als iemand die niet in de “boeien van de meningen en de vrees is geslagen”. Over kunstenaars schreef hij: “Zij durven ons de mens te laten zien die tot in de kleinste spierbeweging zichzelf, alleen zichzelf is (...)”. Nietzsche verachtte de massamens, die lijkt op ‘fabrieksgoed’. “De mens die niet tot de massa wil behoren, hoeft alleen maar op te houden gemakzuchtig jegens zichzelf te zijn; laat hij zijn geweten gehoorzamen, dat hem toeroept: ‘Wees jezelf! Wat je nu doet, denkt, begeert, dat ben je allemaal niet’.”

 

De film Werk Ohne Autor draait sinds 24 januari in de bioscopen.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda