FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 2

    VOLZIN 2019: NUMMER 2

    Volzin-special: In de ban van Paulus ‘Paulus was een rusteloze religieuze zoeker’Selfmade theoloog
    30 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 31 January 2019 10:41

Vluchtelingen in de hel van Lesbos

Kamp Moria op Lesbos Kamp Moria op Lesbos Tekst: Nynke Sietsma Beeld: Hollandse Hoogte

Journalist Nynke Sietsma ging als vrijwilliger naar Lesbos om ontbijt uit te delen in vluchtelingendorp Kara Tepe. Ook ruimde ze vuil op in de hel van Lesbos, Moria. Ze voelt zich niet beter, nu ze terug is. “Zij zitten daar nog. Doe in godsnaam iets, Europa.”
We turen naar zee en kijken naar Turkije. We – vrijwilligers van een Nederlandse vluchtelingenorganisatie – staan op een heuvel dus we kunnen Turkije goed zien liggen. Het lijkt heel dichtbij. Naast me staan drie Koerdische zusjes en een vriendinnetje. De oudste, 22 jaar oud, neemt het voortouw. Het jongste zusje is net 19. Ze zijn bezig met hun lange zwarte haren. Elastiekje eruit en de haren losschudden. Elastiekje er weer in. Ze maken selfies en giechelen.

Zo alleen
Op dit stuk zee waar we op uitkijken, in de buurt van Molyvos, ooit de toeristische trekpleister van Lesbos, steken de meeste vluchtelingen over. Het stuk zee tussen Turkije en Lesbos is hier ‘maar’ zes kilometer.
Ook de drie zusjes staken hier over. De boot, geschikt voor vijftien man, helemaal volgepropt. “Soms zetten mensensmokkelaars wel 100 mensen op zo’n boot”, vertelt het oudste zusje. De kleinste kinderen gaan dan in het midden, de sterksten op de reling. De zusjes betaalden duizend euro per persoon voor een plek op het bootje. Ze filmden hun tocht met hun telefoon. Giechelend van spanning. Alsof het een leuk avontuur was, zoals een dropping op de middelbare school. Het wás natuurlijk ook een spannend avontuur. Alleen dan wel eentje waar je – als je pech hebt – aan dood kunt gaan. Ze deden er twee uur over. “Boten gaan vaak stuk”, zegt de oudste. De zwemvesten, die de vluchtelingen aantrekken, zijn vrijwel altijd nep. En veel mensen kunnen niet zwemmen. Afgelopen jaar verdronken honderden mensen, kinderen, baby’s. Precieze cijfers zijn er niet, maar het aantal mensen dat in 2018 tussen Turkije en Griekenland in zee verdronk, wordt op 1400 geschat.
De zusjes hebben alleen elkaar op Lesbos. Hun vader en moeder zitten al in Duitsland, er is nog een jonger zusje, die zit nog in Irak. Ze zijn hier nu tien maanden. Ze voelen zich wel oké zeggen ze, maar hun slechte huid – helemaal vol puistjes – verraadt de stress en onrust. Als wij later foto’s van een jaar daarvoor van ze zien, zien we gezichten zonder bultjes en puistjes. Een stressreactie, zegt mijn collega-vrijwilliger met wie ik deze week een huis deel. Zij is arts.
Dat de meiden hier met z’n drieën zitten, zonder ouders, komt omdat vluchtelingen die achttien jaar oud zijn, hun eigen asielprocedure krijgen. Het is waarschijnlijk, maar nog maar de vraag of ze óók in Duitsland terecht zullen komen, bij hun ouders. Zo kan het dus zijn dat families uit elkaar worden gerukt. De zusjes zijn niet de enigen. Later in die week zal ik meerdere tieners treffen die helemaal alleen op Lesbos zijn, zoals Abdullah uit Afghanistan. Negentien jaar. Een schat van een jongen, hij wil iedereen wel helpen. Altijd die glimlach. Maar zo alleen. Dat zie je in zijn ogen.

Zwemvestenkerkhof
We stappen weer in de auto. We zijn namelijk onderweg naar de Lifejacket Graveyard waar duizenden zwemvesten liggen. Lukraak bij elkaar gegooid als een monument. Grieken gebruiken de plek nu ook om illegaal afval te dumpen. We klauteren over het afval heen om bij de zwemvesten te komen. Het is onwerkelijk. Duizenden verkleurde oranje hesjes. Sommigen juist nog feloranje, die liggen er net. Er liggen resten van boten, er liggen buitenboordmotoren en zwarte zwembanden. Er liggen babyzwemvestjes tussen. Ook nep.
De giechelende meisjes staan aanvankelijk monter selfies te maken. Alsof zij niet óók zo’n zwemvest hebben aangehad en op de boot zijn gestapt. Misschien liggen die van hen er wel tussen. Maar dan komen de tranen. Bij ons allemaal. Minutenlang omhelzen we elkaar, weten we niet wat te zeggen. Het is te groot. Het jongste zusje pakt haar telefoon opnieuw. Nu zie ik pas wat ze daar de hele tijd mee doet. Ze streelt over een pasfoto van haar moeder die aan de achterkant van haar telefoon zit geplakt.
Wegwezen hier. Al leer ik later dat je dit macabere zwemvestenkerkhof ook kunt zien als een plek van hoop. Alle mensen die een zwemvest hebben gedragen, die hier bij elkaar op een berg zijn gegooid, hebben het overleefd wordt mij verteld. Vier daarvan zijn de zusjes en hun vriendinnetje. Dan ben je niet zielig, dan ben je een overlever. We praten elkaar moed in en vertrekken naar een barretje in Molyvos. We lachen, kijken Youtube-filmpjes, bekijken elkaars Instagramfoto’s en voegen elkaar toe op Facebook. Dit is nú de werkelijkheid. Die andere ligt nu voorgoed achter ze. Maar ik ga straks verder. Naar mijn nieuwe huis dat ik net heb gekocht. Zij hebben niet eens een huis. Ze weten niet eens waar dat huis zal staan. Het is zo oneerlijk, zo dubbel. Zo ingewikkeld ook. Ik kan wel íets doen. Ik kan met ze lachen, huilen en dansen. En samen ontbijt uitdelen.Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda