FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 2

    VOLZIN 2019: NUMMER 2

    Volzin-special: In de ban van Paulus ‘Paulus was een rusteloze religieuze zoeker’Selfmade theoloog
    30 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 17 January 2019 15:27

Flannery O'Connor: Van aangezicht tot aangezicht

Flannery O'Connor Flannery O'Connor Tekst: Bep van Muilekom Beeld: Hollandse Hoogte

De Amerikaanse Flannery O’Connor (1925-1964) was een gevierd schrijfster en een toegewijd katholiek. De motor van haar schrijfkunst is het geloof in Christus, in het mysterie van de verlossing, het kruis. Bep van Muilekom over hemel en hel in het werk van Flannery O’Connor.
Bep van Muilekom won met dit essay de derde prijs in de Volzin-schrijfwedstrijd 2018.

Het liep tegen het einde van een doordeweekse dag, toen ik de duivel ontmoette. Ik kwam van mijn werk, was op weg naar huis. Langzaam fietste hij voor mij uit over de rode Willemsbrug die de Rotterdamse stadsdelen Noord en Zuid met elkaar verbindt. De avondzon gaf het water van de Maas een koperkleurige gloed, zette de hoge gebouwen aan de oevers in vuur en vlam. We waren de enigen op de doorgaans drukke brug. Ik zag een man in een kleurloze regenjas, zonder horens of hoeven, op een oude fiets met drie versnellingen. Twee gezichten had hij, een januskop die groter werd naarmate ik hem naderde. We stapten af. Hij keek mij aan en ik hem. Hij boezemde mij geen angst in, wel ontzag.
“Ik herken je aan je werken”, zei ik.
Tot mijn schrik voelde ik bij het ontwaken dit weten traag uit mij wegsijpelen, omdat ik de woorden niet kon vinden waarin ik deze openbarende kennis kon vastleggen.

Tastbare ontroering
Wie daar de woorden wel voor had, was de Amerikaanse schrijfster Flannery O’Connor (1925-1964). Het is vermoedelijk mijn recente ontdekking van haar oeuvre die mij tot deze droom inspireerde. Zij toont in haar boeken de duivel aan het werk in concrete mensenlevens. In Good country people heeft hij het gezicht van een bijbelverkoper die er met het houten been van een vrouw vandoor gaat. In The lame shall enter first treedt hij op als een dubbelzinnig werktuig van de genade en redt een ziel – of twee, al kost het een kind de kop.
Ik heb mededogen met de fictieve figuren van O’Connor. Ze breekt mijn hart als ze het vijfjarig jongetje Harry laat achtervolgen door een krijsend grijs reuzenvarken. Ik heb ook mededogen met de schrijfster, die haar personages soms tot het uiterste moet folteren om ze op hun knieën te krijgen.
Daarin lijkt ze overigens wel een duivels plezier te scheppen, evenals haar bewonderaars. In een geluidsopname uit 1959 hoor je hoe ze met zwaar zuidelijke tongval een verhaal voorleest, waarbij het publiek af en toe gniffelt of in een kort lachsalvo uitbarst. Wanneer O’Connor het einde nadert, is de stilte diep en de ontroering tastbaar.
“Kunst is een gestileerd menselijk handelen (of een produkt daarvan), dat een ontroering teweegbrengt”, schreef Gerard Reve. Hetzelfde geldt voor religie, die hij als een tweelingzus van de kunst beschouwt. Beiden duiden de werkelijkheid, hun gemeenschappelijk thema is het mysterie van de dood. Brengen ze geen ontroering teweeg, dan blijven kunst en religie betekenisloos voor de betrokkene. Een definitie als een praktische, ruime jas die iedereen past en abstracte discussies over het wezen van kunst en religie en de veranderende functies ervan in onze cultuur omzeilt.
Als kleuter kreeg Flannery a frizzled chicken onder haar hoede, een kip met krulveren. Ze leerde het dier achterwaarts lopen en haalde er in 1932 het Britse bioscoopjournaal mee. Een YouTubefilmpje van een minuut showt een bloedernstig vijfjarig meisje met een armvol kippen, het pronkstuk op haar schouder. Een kleine meesteres over de schepping. Deze gebeurtenis zou haar leven tekenen. Ze genoot van de camera-aandacht en begon hoenders te verzamelen, bij voorkeur uitzonderlijke dieren, de manke en mismaakte. Later zou ze haar boeken bevolken met menselijke paradijsvogels. In haar fictie scharrelt en fladdert altijd gevogelte rond.
Het bewegend beeld van een achterwaarts lopende kip fascineert. Het opent je ogen voor het wonderlijke van de werkelijkheid. Ik speel het filmpje telkens opnieuw af, kijk met een intense blik, alsof ik voor het eerst van mijn leven een kip zie.
O’Connors fictie heeft een vergelijkbare magische uitwerking. Ze verwijst niet naar een transcendente werkelijkheid, maar onthult het mysterie van de werkelijkheid. Haar strategie is ‘uitvergroting’, zodat de lezer haar creatie goed kan zien en zichzelf herkent in groteske figuren, de lammen en de blinden die de schrijfster opvoert.Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda