FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 2

    VOLZIN 2019: NUMMER 2

    Volzin-special: In de ban van Paulus ‘Paulus was een rusteloze religieuze zoeker’Selfmade theoloog
    30 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 17 January 2019 15:09

In een ander licht

Matthias Grünewald: Isenheimer Altaar Matthias Grünewald: Isenheimer Altaar Tekst: Elske Cazemier

Sara kan zich niet uiten: niet praten, niet zingen, niet neurieën. Geestelijk verzorgster Elske Cazemier weet zelfs niet hoe haar stem klinkt. Maar de muziek tijdens de paasviering plaatst Sara’s bestaan in een ander licht. Het licht dat ook te zien is op Isenheimer altaar, meesterwerk van Matthias Grünewald.
Elske Cazemier ontving voor dit essay de tweede prijs in de Volzin-schrijfwedstrijd 2018.

Ze heeft het weer gedaan. Wat ziet ze er uit! Grote rode schrammen lopen over haar gezicht. Het blonde haar dat normaal als een krans om haar hoofd golft staat nu alle kanten op. Haar hoofd hangt op haar borst en raakt bijna het tafelblad van de rolstoel. De afdruk van haar tanden staat diep in haar handen en armen. Ze zitten vol rode bobbelige littekens.
Er moet iets zijn wat Sara spanning geeft. Maar wat? Ze kan ons niet uitleggen wat er met haar aan de hand is. Ze kan zich niet uiten: niet praten, niet zingen, niet neuriën. Ik weet niet eens of ze zou kunnen huilen of schreeuwen. Ik heb het nooit gehoord. Ik heb geen idee hoe haar stem klinkt. Daar komt bij dat ze slecht ziet en niet kan lopen. Al zou ze willen, ze kan niet weg van waar ze is. Dit wat ze nu doet – zichzelf krabben en bijten – is een van de weinige dingen die ze wel kan. Ik kan het bijna niet aanzien, zo futloos als ze in elkaar gedoken zit. Kon ik maar iets voor haar doen.
Ook Sara's begeleiders staan met lege handen. En dat is frustrerend. Zo willen ze het niet. Ze willen juist dat ze zich veilig voelt en zich kan ontspannen. Ze zoeken uit alle macht naar wat haar goed zou kunnen doen. Machteloos toezien terwijl zij pijn lijdt kunnen ze niet.
Ik ken de jonge vrouw al zo lang als ik op deze locatie kom als geestelijk verzorger. Het zal een jaar of twaalf zijn. Ik kan haar niet vragen hoe het met haar is. Maar ik ontmoet haar in de sfeerbijeenkomsten op haar groep. Zo kan ik haar een beetje volgen. En dan maak ik soms een dieptepunt mee, zoals vandaag.
“Goede morgen, Sara, wil je me een hand geven?”
En ja, ze steekt me haar hand toe. Ik schrik van de aanblik ervan, maar pak hem in de mijne.
Ze staat toe dat ik haar aanraak. Er is verbinding.
“Dank je, Sara.” Even kan ik haar bruine ogen zien, maar meteen zakt haar hoofd weer naar beneden.

Dikke splinters
Sara's rode plekken roepen een beeld bij mij op. Ik herinner me een grote, bleke Jezus aan het kruis, met een lichaam vol wonden. Het is een schilderij dat ik als kind zag, het Isenheimer altaar. Ik was geschokt. Daarom weet ik het nog zo goed, denk ik. Nu ik het schilderij weer bekijk, zie ik dat er ook doorns of dikke splinters in het lijf van Jezus zitten. Zijn hoofd is op zijn borst gezakt. Zijn gezicht drukt de ontzetting uit om wat hij doormaakt: de open mond, de diepe frons in zijn voorhoofd, de dichte ogen, zijn hele uitdrukking is een ongeuite roep om hulp, net als bij Sara.
De geliefden van Jezus staan machteloos om hem heen. Al sterft hij onschuldig voor hun ogen, ze kunnen niets voor hem doen. Maar ze blijven wel bij hem. Maria Magdalena zit op haar knieën. Ze steekt haar biddende handen omhoog. Het lijkt wel alsof ze licht geven. Achter haar staat de moeder van Jezus. Ze ziet spierwit. Handenwringend zakt ze achterover, terwijl leerling Johannes haar vasthoudt.
Naar deze afbeelding van Matthias Grünewald keken de zieken, die waren opgenomen in het antonietenklooster in Isenheim, zo'n vijfhonderd jaar geleden. Hun huid was aangetast door een afschuwelijke ziekte, die wonden veroorzaakte en een brandend gevoel in hun armen en benen. Ze werden met bed en al naar de kapel gereden. En daar lagen ze, oog in oog met het naakte leed.Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda