FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 07 January 2019 10:39

Denkers van nu: Paul Ricoeur en de hoop

Denkers van nu: Paul Ricoeur en de hoop Tekst: Elze Riemer

Wat kunnen wij weten? Wat mogen wij hopen? Wat moeten we doen? Dat zijn de eeuwige vragen van de filosofie. Elze Riemer geeft het antwoord van twaalf ‘denkers van nu’ en legt daartoe haar oor te luisteren bij kenners. Aflevering 1: theoloog Theo Hettema over Paul Ricoeur. “Het leven is een voortdurende uitdaging om hoopvol te blijven, om ons uit te strekken naar het goede, zonder daarbij het kwaad uit de weg te gaan.”

De Franse filosoof Paul Ricoeur (1913-2005) verdiepte zich uitvoerig in de filosofische stromingen van zijn tijd. Overal nam hij wat van mee, om uiteindelijk zijn eigen onderscheidende hermeneutische filosofie neer te zetten. Hij dacht na over wat de zinvolle betekenis is van teksten en handelingen en verbond dat aan de grote vragen van de filosofie. Zijn denken kenmerkt zich door een groot gevoel voor spanningen, voorzichtig aftasten en heen en weer bewegen tussen uitersten. Bovenal is hij een filosoof van hoop en vertrouwen, stellen Ricoeur-kenners.
Theoloog en docent Theo Hettema (1965, Nunspeet) is zo’n kenner. In 1990 werd hij door zijn promotor gewezen op het toen net uitgekomen boek van Ricoeur Soi-même comme un autre (Jezelf als een ander). Het maakte diepe indruk. Sindsdien heeft Ricoeur een blijvende invloed op hoe Hettema het leven denkt, leeft en ontvangt. Want dat is precies wat de filosofie van Ricoeur met je doet, stelt Hettema: “Het zoekt voortdurend naar concretisering in het mensenleven.”

Ziet u Ricoeur ook als een filosoof van de hoop?
“Absoluut. Hoop is voor hem niet zomaar een mooie intentie maar iets dat in de werkelijkheid ligt als mogelijkheid en erom vraagt tevoorschijn te komen. Maar let wel: het is een hoop die je voortdurend moet bevechten, omdat zij geen moment de confrontatie met het kwaad, wat Ricoeur het ‘onherleidbare lijden’ noemt, uit de weg gaat. Hij haalt hierbij Kant aan: ‘Wij zijn geneigd tot het kwaad en we strekken ons uit naar het goede.’ De echte hoop is dat je weet wat het echte kwaad is. Op het moment dat je weet wat het echte kwaad is, ben je er niet meer aan overgeleverd. Dan is de angel eruit, om het maar eens bijbels uit te drukken.”

Wie is de mens in Ricoeurs denken?
“Ricoeur ziet de mens als een competente mens. Als het gaat om zijn nalatenschap vind ik dat een van zijn belangrijkste ideeën. Hiermee bedoelt hij dat de mens capabel is om een zinvol leven te ontwikkelen. Een mens ligt niet vast in wie hij of zij is, maar heeft een vermogen in zich om zich te ontwikkelen qua denken, handelen, vertellen, reageren op anderen en werken aan rechtvaardige instituties.
Ricoeur heeft ooit een dik boek geschreven over Freud, waarin het ‘volledig mens-zijn’ wordt uitgediept. In dat boek laat hij zien hoe een mens gestuurd wordt door wat Freud heeft blootgelegd aan machten en krachten en hoe je ego bepaald wordt door lagen die er onder liggen, door je onbewuste. Hij eindigt het boek echter met een hoofdstuk waarin hij zegt: dat is allemaal archeologie, graven in het verleden. Maar dat is maar een deel van het verhaal. We hebben ook een teleologie: een doelgerichtheid naar voren toe. Dan heb je pas de hele mens te pakken. Anders gezegd: je kunt bij een therapeut zicht krijgen op je verleden, maar dat is maar een deel van je mens-zijn. Een deel van wie jij bent is ook dat wat je hoopt, waar je van droomt, wat je wilt bereiken. Dat is de mens naar voren toe. Daarbij heb je concrete verhalen nodig om die volledige mens te leren kennen. Zonder deze concrete ‘figuraties’ krijg je niet de hele mens te pakken. Dat was de grote hermeneutische ontdekking voor Ricoeur.”

U heeft het over een zinvol leven. Hoe vult Ricoeur dat in?
“Ethiek is zeer belangrijk voor hem. De competente mens dient de ander. ‘Hier ben ik, voor jou’: dat te kunnen zeggen – dan ben je echt een capabel mens voor Ricoeur. Laten we het goede leven beogen, in en met elkaar, in rechtvaardige instituties – dat was zijn boodschap. Daarbij is die ander regelmatig een ongewenste interruptie, om met Levinas te spreken. De ander breekt in op jouw rust, zekerheid en houvast. Een competent mens zijn betekent niet dat je alles aankunt, het betekent juist dat je je uit het veld durft te laten slaan door een ander. Dat je je laat overrompelen, door de tragiek van het bestaan, die in kan breken op alle prachtige plannen in je leven. Dan is bij uitstek de taak van de mens voor Ricoeur: om je levensverhaal te ontwikkelen, je te laten raken en dat alles in te zetten in een hoopvol handelen. Het leven is een voortdurende uitdaging om hoopvol te blijven, om ons uit te strekken naar het goede, zonder daarbij het kwaad uit de weg te gaan.”

Hoe werkt dat in de praktijk van alledag?
“Laat ik een voorbeeld noemen van iets waar ik nu zelf intensief mee bezig ben: het kerkasiel voor het uitgeprocedeerde Armeense gezin Tamrazyan, in buurt-en-kerkhuis Bethel in Den Haag. Ik ben hierbij betrokken als woordvoerder, voorzitter van de Algemene Kerkenraad Protestantse Kerk Den Haag en predikant. Ik beet het spits af van het kerkasiel met een kerkdienst waarin ik preekte over psalm 121: ‘Ik hef mijn ogen op naar de bergen, waar komt mijn hulp vandaan?’ Na de preek zei ik tegen de mensen die er waren: ‘Laten we nu de bergen van onze angst onder ogen zien.’ Ik had stapels stoelen, als bergen van angst, in de kerkzaal staan. We liepen door de kerkzaal heen en bij elke berg zeiden we: ‘Dit is onze angst voor uitzetting, voor de toekomst van vierhonderd kinderen, voor cynisme, enzovoort. Dat is een reële angst, maar die angst heeft niet het laatste woord. We stellen daar vanuit ons geloof tegenover: mijn hulp komt van de Heer.’ Je deelt met elkaar met de realiteit van de angst, maar je laat die niet het laatste woord hebben. En dan ga je hoopvol verder, met verhalen, met liederen, met elkaar. Dat is echt Ricoeur.”

Welke betekenis heeft religie in deze filosofie van hoop?
“Elke religie is een verzameling van verhalen. Verhalen kunnen volgens Ricoeur op geheel eigen wijze de werkelijkheid ontsluiten – op een manier waartoe de filosofie niet in staat is. Juist in verhalen kan het kwaad gekend worden, maar ook de hoop. Daarbij ziet Ricoeur religie als een gegevenheid, die iemands biografische achtergrond vormt. Bij hemzelf was dat het protestantisme. Het was voor hem van belang dat je bereid bent je over te geven aan datgene wat er aan tradities en verhalen aan jou wordt aangereikt in je biografie. Dat was nogal tegen de tijdsgeest in van toen, waar religie en traditie juist werden gewantrouwd als een sta-in-de-weg in zoektocht naar het ware mens-zijn. Hij zag het als een verrijking, want in de verhalen die je aangereikt krijgt wordt er verteld over mensen die hun leven vormgeven te midden van de tragiek van het bestaan. Traditie rijkt een verhaal aan waarbij je de klap in het gezicht van de tragiek van het leven, kan opvangen.”

Wie of wat is God in dit alles?
“God kun je niet opsluiten in het domein van het denken, en ook niet in het handelen. In zijn boek Figuring the sacred schrijft Ricoeur: ‘De benaming Yahweh is geen definiërende naam maar een naam die een teken is van bevrijding’. Met andere woorden: als je niet meegaat in het engagement van Gods bevrijdend handelen, krijg je heel weinig van God te pakken. Het spannende van God is dat God er niet is om je te helpen wegdromen, maar jou juist prikkelt om ontvankelijker en opener te staan ten opzichte van de werkelijkheid, en dan vooral ten opzichte van de roep van de ander die daarin klinkt. Alle brieven van Paulus gaan daar eigenlijk over: hoe gaan wij om met iets dat totaal anders is dan wat wij altijd gedacht hadden? Dat is ook het spannende van het bijbelboek Openbaring: het is niet wegdromen bij een volmaakte hemel, maar hopen op een nieuwe aarde. Het is niet wegvluchten, maar op een nieuwe manier de werkelijkheid invullen met God. Daarbij kan ik niet in algemene termen over God denken buiten hoe God concreet gestalte krijgt in de verhalen van een traditie. In de dogmatiek is dat wel vaak gebeurd: dat je eerst een algemene eigenschappenleer hebt over wie God is – alwetend, almachtig, dat soort dingen – en daarna gaat vertellen hoe God in de geschiedenis van Israël en de christologie naar voren komt. Dat is een hele rare volgorde; je kunt niet buiten het verhaal om.”

Waar bestaat het goede leven uit?
“Het ideaal van een goed leven is niet dat alles op orde is en dat er geen kwaad meer is, maar dat het onherleidbare kwaad en lijden blootgelegd wordt, in plaats van dat het verbloemd wordt. Dat is de taak van de filosofie: om dingen niet te verbloemen. Postmoderne denkers zijn er heel goed in om te ontmantelen wat wij allemaal verbloemen in onze maatschappij en systemen. Dat is de kern van de postmoderne deconstructie: het openbreken van alles wat vertrouwd en vanzelfsprekend is. Maar bij de postmodernen is de verbrokkeling die dat oplevert vervolgens de werkelijkheid waarin je leeft – er komt niets na. De levenshouding daarbij kenmerkt zich dan door het voortdurend opengebroken zijn. Ricoeur ziet het als basistaak om vanuit die verbrokkeling, vanuit de deconstructie, te komen tot hoop. Om ons steeds weer opnieuw, in het volste besef van alle gebrokenheid die er is, te verhouden tot elkaar. Een reconstructie, met andere woorden. Historisch gezien komt Ricoeur voor de postmodernen, maar systematisch gezien geeft hij een antwoord op de postmodernen. Als alles blootgelegd is, is alles ook onbarmhartig, terwijl het leven erom vraagt weer opnieuw met concrete vormgevingen ingekleed te worden. Om met het besef van bepaalde belangen en machten toch weer de richting van hoop en vertrouwen in te slaan.”

Dat klinkt als de hermeneutische boog, waar Ricoeur om bekend is geworden.
“Ja, die betekenisboog zie je in al z’n denken terug. Zoals een gebogen lijn zich verwijdert van het grondvlak en daar weer naar terugkeert, zo gaat dat ook met betekenisvorming. Eerst zijn de dingen vanzelfsprekend, dan wordt alles wat je dacht te weten stuk geslagen – door kritiek, door de ander of door het kwaad - en dan ga je je opnieuw verhouden tot iets. De hermeneutische boog is een halve cirkel van naïviteit, distantie en een tweede naïviteit. Het verwijderen en toenaderen neemt bij Ricoeur een sterk dialectische vorm aan: hij gaat steeds op zoek naar het tegenover van iets. Om dingen open te breken, om uit vaste patronen te komen. Daarom moet je ook zeker niet van Ricoeurs filosofie een methode maken, bijvoorbeeld door er een stappenplan van te maken als houvast om teksten uit te leggen. Juist op het moment dat je denkt het te pakken te hebben moet je kijken naar wat er tegenover staat.”

Is Ricoeur in onze tijd nog relevant?
“Zeker! Juist in dat antwoord dat zijn filosofie formuleert op het postmodernisme. Daarbij kunnen we veel leren van zijn omgang met het kwaad en het lijden. In onze maatschappij moffelen we meer en meer het lijden weg, in plaats van dat we ons er steeds weer door laten raken. Veel van wat zich nu aandient als levenskunst is daarop gericht: tools om de verwarring het hoofd te bieden. Dan zal Ricoeur altijd zeggen: ‘Nee, als je echt de werkelijkheid in al z’n volheid op het spoor wil komen, zul je altijd een bepaalde onrust en verwarring kennen. Dat is het leven’.”

Paspoort

Paul Ricoeur (1913-2005) was een Franse filosoof.
● Geboren in een protestants gezin in Valence, Frankrijk. Oorlogswees op tweejarige leeftijd.
● Tijdens de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangen in Duitsland, waar hij een boek van de filosoof Edmund Husserl vertaalt: door papiergebrek met aantekeningen in de marge.
● Na de oorlog hoogleraar filosofie in Straatsburg en Parijs (Sorbonne).
● Tijdens de studentenopstanden van 1968 rector van de universiteit van Paris-Nanterre.
● Na een periode in Leuven hoogleraar in Chicago als opvolger van Paul Tillich, en tegelijkertijd in Parijs tot aan zijn pensioen.
● Ricoeur had het vermogen zich intensief met hedendaagse filosofische stromingen bezig te houden, met de fenomenologie en de zijnsfilosofie van Heidegger, met metafoortheorie en narratologie, met wetenschapsfilosofie, metafysica, politieke filosofie, geschiedenisfilosofie, ethiek, godsdienstfilosofie en met het postmodernisme van Derrida (die begon als assistent van Ricoeur, maar al snel met hem in de clinch raakte).
● Bekende werken: Philosophie de la volonté (3 dln.), La métaphore vive, Temps et récit, Soi-même comme un autre.
● De bibliografie van zijn werken en vertalingen telt alleen al zo´n 600 bladzijden.
● Bij het grote publiek niet zo bekend: meer een ‘philosophers’ philosopher’.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda