FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 20 December 2018 12:09

Hoe kunst een ruimte voor openbaring wordt

Tekst: Eric Corsius Tekst: Eric Corsius Georges Braque, Kaarten en dobbelsteen, 1914

Kunst heeft dezelfde pretenties als spiritualiteit of religie, stelt filosoof Gerard Visser in zijn nieuwe boek. Hij laat kunst en religie echter niet met elkaar concurreren. Kunst wil op haar eigen manier ‘doen’ wat de religie op haar eigen wijze ‘doet’: in gelatenheid ruimte scheppen voor een openbaring. \Eric Corsius: “Dat is slechts schijnbaar een louter passieve houding. Ze vergt inoefening en toeleg. Een inoefening en toeleg die een opgave zijn voor kunstenaars, maar niet minder voor kunstminnaars.”

Over de verhouding tussen kunst en religie zullen we nooit uitgesproken raken. Op een of andere manier zijn ze blijkbaar gedwongen om hun positie te bepalen ten opzichte van de elkaar. Die positie wordt op uiteenlopende wijze ingevuld en gedefinieerd. Er zijn bijvoorbeeld strenggelovigen, die de kunst als een gevaarlijke, wereldse verleiding zien. Dit leidt er soms toe dat muziek en afbeeldingen worden geweerd uit heilige gebouwen. Aan de andere kant zijn er zwaargeseculariseerde kunstenaars en kunstliefhebbers die met een grote boog om de religie heenlopen en die er hooguit met minachting en sarcasme over kunnen spreken. Vooral in Nederland voeren dergelijke zwarte-kousen-atheïsten in de media vaak de boventoon.

Bruggen bouwen
Er zijn gelukkig ook mensen die bruggen bouwen vanuit de ene wereld naar de andere, zoals beeldende kunstenaars en componisten die zich laten inspireren door religieuze onderwerpen of die zich zelfs dienstbaar opstellen ten opzichte van de eredienst. Er zijn daarnaast schrijvers, zelfs in onze geseculariseerde contreien, die weliswaar op enige afstand staan van de godsdienst, maar toch door religie geboeid zijn en die religieuze motieven en onderwerpen verwerken in hun werk. Aan deze bruggenbouwers wordt van de andere kant de hand gereikt door vertegenwoordigers van de religie, die maar al te graag de dialoog aangaan met kunst – ook met autonome kunst die op het eerste oog niet uitdrukkelijk van religiositeit getuigt. Zo zijn er theologen die in literatuur of schilderkunst zoeken naar sporen van het overstijgende en spirituele, uit oprechte nieuwsgierigheid of vanuit de behoefte om in contact te komen met mensen van hun tijd.
Met name deze brugfiguren zijn interessant. Zij voelen blijkbaar aan dat kunst en religie een gedeeld belang hebben. Vaak zien kunstenaars enerzijds en religieuze denkers en leiders anderzijds elkaar ook als bondgenoten in een cultuur van vervlakking, verzakelijking en verharding, in een eendimensionale samenleving waarin de wetenschap op eenzijdige wijze domineert en het laatste woord heeft. In zo’n cultuur en samenleving lijken kunst en religie elkaar te steunen in het bieden van een tegenwicht. Ze verdedigen de ruimte voor het niet-berekenbare en het niet-per-se-redelijke, voor het wonder, de tederheid en de fijngevoeligheid, voor de droom en alwat onze zakelijke perken te buiten gaat. Eigenlijk gaat dit bondgenootschap al terug op de Romantiek. Deze wilde in de negentiende eeuw een tegenwicht bieden aan de Verlichting, die de cultuur op gevaarlijke wijze liet overhellen naar één kant. Ook in de romantische beweging sloegen artisticiteit en religiositeit de handen inéén.
We doen echter tekort aan zowel de kunst als de religie, als we de onderlinge verhouding beschrijven als een bondgenootschap, ingegeven door een gemeenschappelijke tegenstander. Als we er zo naar kijken, vergeten we gemakkelijk uit het oog dat ze iets weliswaar iets gemeenschappelijks hebben, maar ook ieder voor zich een eigen rol en betekenis. Kunst en religie zijn niet tot elkaar te herleiden of op één hoop te gooien als uitingen van het irrationele. Bovendien komen we er in deze zienswijze niet aan toe, te zoeken naar de diepere redenen van het feit dat ze elkaar steeds weer opzoeken. Dat theologen zo geboeid zijn door de kunst enerzijds en dat schrijvers en schilders anderzijds geïntrigeerd zijn door het spirituele: dat is toch hopelijk meer dan het opportunisme van een alliantie? Dat moet toch ook ergens een positieve bron en motivatie hebben?

Zielsverwantschap
Het recente boek van de Leidse wijsgeer Gerard Visser, Gelatenheid in de kunst, helpt ons om die bron te vinden en om te begrijpen waarom er een diepe zielsverwantschap bestaat tussen kunst en religie. Na een werk over de middeleeuwse mysticus Meister Eckhart heeft Visser zich nu gewijd aan de kunst. En een van de inzichten van zijn boek is dat de ware kunst op haar eigen, onvervreemdbare manier iets doet, wat de religie ofwel de spiritualiteit op hun manier doet. De kunst wil namelijk niets minder dan ruimte scheppen voor een openbaring. En daartoe is zij in staat dankzij de deugd van de gelatenheid, dankzij het vermogen om iets anders te laten zijn wat het is, dankzij de gave om zichzelf terzijde te laten ten gunste van dat andere.
Je hoeft het niet in alles eens te zijn met Visser om geboeid te raken door zijn betoog. Aan de hand van grote dichters, schilders en denkers neemt hij ons, stap voor stap mee in zijn verhaal. Visser laat zien hoe de kunst de nodige revoluties heeft moeten doorstaan om te komen tot het punt, waarop ze haar haar vruchtbare gelatenheid kan ontplooien. Deze basishouding was er namelijk niet altijd. De kunst heeft als het ware de gelatenheid op zichzelf moeten veroveren. Ze heeft herhaaldelijk bepaalde aannames en veronderstellingen moeten doorbreken, die de gelatenheid in de weg zaten. Deze doorbraken waren vergelijkbaar met de grenservaringen of crisismomenten van mystici. Visser vergelijkt ze dan ook met de ‘donkere nacht’ van de Spaanse mysticus Juan de la Cruz (Jan van het Kruis, 1542-1591).Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda