FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 12 December 2018 16:28

Losang Gendun: van punker tot boeddhistisch monnik

Tekst: Frieda Pruim Tekst: Frieda Pruim Beeld: Martine Sprangers

Losang Gendun (48) groeide op als Michel Sengers in een vroom katholiek gezin. Als recalcitrante puber ontdekte hij het boeddhisme en op zijn 36ste werd hij monnik. Eind november begeleidde hij een retraite met een vrouwelijke islamitische soefimeester. “Het was alsof ik mezelf hoorde praten.”

“Van mijn katholieke jeugd heb ik ontzettend genoten”, zegt Losang Gendun (48), in lotushouding gezeten op de bank van zijn Amsterdamse appartement. Zijn donkerrode gewaad laat één arm onbedekt. Daarop is een kleine tattoo zichtbaar die herinnert aan zijn vorige leven als Michel Sengers.
“Mijn moeder was hervormd, maar moest katholiek worden toen ze met mijn vader trouwde”, vertelt hij. “Op zich vreemd, maar in haar geval pakte het goed uit, want het katholicisme paste veel beter bij haar. Zij had een sterke Maria-devotie, die ik van haar heb overgenomen. Als ik ging wielrennen, stopte ik altijd bij de kapellen onderweg. Mijn moeder heeft lang met kanker geworsteld en is daar, op mijn zeventiende, aan overleden. In die strijd begon ze zich steeds meer te identificeren met de Moeder Gods. Omdat mijn moeder zo’n belangrijke spirituele inspiratiebron voor me is gebleven, bezoek ik nog steeds graag kapellen. Daar kan ik haar ontmoeten.”
Zijn grootvader was oblaat in de benedictijnerorde en zijn vader, die een tijdje op het seminarie zat, bezocht geregeld een trappist in de Achelse Kluis, een klooster op de Belgisch-Nederlandse grens. Een ontmoeting met deze monnik maakte diepe indruk op de vijfjarige Michel: “Hij schreef en drukte kinderboekjes en liet ons zijn werkplaats zien, achterin een enorme kruidentuin. Ik keek mijn ogen uit. Terwijl hij met mijn vader stond te praten, landde er een grote vlieg op zijn neus. Die liet hij tot mijn verbijstering rustig zitten. Toen hij mijn ongeloof zag, legde hij me uit: ‘Ook een vlieg is een schepsel Gods, en heeft dus het recht om te gaan zitten waar hij wil.’ Dat opende een deur naar een andere kijk op de wereld.”

Punker
In zijn puberteit ging Sengers kanttekeningen plaatsen bij het christelijk geloof. “Jezus werd zo vergoddelijkt dat ik geen persoonlijke relatie met hem kon hebben, en ik kreeg moeite met het idee van een Schepper. Ik kon niet begrijpen dat die dan dus ook verantwoordelijk was voor het eindeloze leed dat een warme, zorgzame moeder heeft moeten ondergaan. Na haar dood heb ik een tijd in pleeggezinnen gewoond. Daar had ik problemen die voortkwamen uit stress. De vader in een van die gezinnen beoefende transcendente meditatie. Hij raadde me aan om ook te gaan mediteren, om de controle niet te verliezen. Op een dag heb ik in de Gouden Gids bij de M van meditatie gekeken en vond ik een boeddhistische tempel in Waalwijk. Daar ben ik naartoe gegaan, als bijna twee meter lange punker met een uitdossing waaruit mijn boosheid bleek. Bij de ingang liep ik de abt tegen het lijf, een kleine man met dezelfde verinnerlijkte stilte als de trappist in de Achelse Kluis. Hij keek me aan alsof ik ieder ander levend wezen had kunnen zijn. Ik had altijd mijn woordje klaar, maar zijn ongenaakbaarheid maakte me stil.”
In de tempel voelde Sengers zich onmiddellijk thuis. “Een Nederlandse mevrouw die daar ook vaak kwam, vertelde me meer over het boeddhisme, en de rede die daaraan ten grondslag lag, overtuigde me onmiddellijk. Dit was een spiritualiteit zonder Schepper − de redding voor mijn spirituele gevoelens. Begin 1988 ben ik boeddhist geworden, in een mooie, intieme ceremonie met de abt.”Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda