FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 14 November 2018 10:00

‘Eigen geloof en wetenschap komen bij elkaar’

Tekst: Jasmijn Olk Tekst: Jasmijn Olk Beeld: Hollandse Hoogte

Zo’n zevenhonderd studenten volgen een academische opleiding in de theologie. Ze zijn verdeeld over maar liefst zeven instellingen. Hoe houden de theologische faculteiten zich aan de universiteit staande? Samenwerking lijkt cruciaal, maar verloopt moeizaam. “Als we allemaal afzonderlijk onze eigen dingen doen, verbrokkelt het kleine vakgebied.”

Gaat het eigenlijk wel goed met de theologiestudie in Nederland? Je kunt er aan twijfelen: kerken lopen leeg, studentenaantallen nemen af en kleine studierichtingen krijgen veelal te maken met bezuinigingen. En waar vroeger theologen in maatschappelijke debatten het hoogste woord voerden, worden ze tegenwoordig nog zelden uitgenodigd. Wie er zo over denkt, vergist zich. “De theologiestudie zit in een crisis”, zegt Peter Nissen, hoogleraar oecumene aan de Radboud Universiteit, “maar alleen als je crisis opvat als een moment waarin belangrijke keuzes moeten worden gemaakt. Een moment waarin je heel bewust nadenkt over hoe het verder moet in de toekomst.” De afgelopen twintig jaar is er veel veranderd. Teruglopende studentenaantallen dwongen opleidingen tot fusies en hervormingen. Daarnaast moest er positie worden ingenomen tegenover de nieuwe studie religiewetenschappen. Kenmerkend voor de theologiestudie in Nederland, duidt Peter Nissen, is dat hier niet alleen traditionele vakken, zoals dogmatiek en kerkgeschiedenis, maar ook nieuwe thema’s worden behandeld. “Wil je met de boodschap van het christendom nog iets betekenen in de moderne tijd, dan moet je kijken naar de uitdagingen van onze tijd: globalisering, moderne media, secularisatie. De theologie in Nederland zoekt sterk het gesprek op met de hedendaagse cultuur, met de samenleving.”

Kerkelijke binding
De meeste theologieopleidingen in Nederland zijn in meer of mindere mate verbonden aan een religieuze confessie. In het protestantisme uit zich dit op twee manieren. Enerzijds zijn er kleine, kerkelijke universiteiten met een duidelijk confessioneel profiel: Apeldoorn (christelijk-gereformeerd) en Kampen (vrijgemaakt-gereformeerd). Daarnaast werken brede universiteiten samen met ambtsopleidingen. De Rijksuniversiteit Groningen en de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam bieden gecombineerde programma’s aan samen met de Protestantse Theologische Universiteit, die verantwoordelijk is voor de ambtsopleidingen van de Protestantse Kerk in Nederland. Aan de VU zijn daarnaast nog tien andere kleine ambtsopleidingen gevestigd, van onder anderen remonstranten, migrantenkerken, (oosters-)orthodoxe kerken, hindoes, moslims en joden. Studenten kunnen in hun reguliere programma een traject volgen van een bepaalde traditie of kunnen een post-master volgen: een ambtsjaar dat vanuit de eigen traditie wordt ingevuld. Zorgt deze kerkelijke binding niet dat de academische vrijheid wordt ingeperkt? Ruard Ganzevoort, decaan van de faculteit Religie en Theologie van de VU in Amsterdam, vindt van niet. “Bij academische vrijheid hoort ook dat je theologie mag beoefenen vanuit een persoonlijke betrokkenheid. Zolang je jezelf maar blijft afvragen: hoe kun je deze confessionele theologie op een academisch verantwoorde manier bedrijven?”
Peter Nissen, inmiddels van rooms-katholiek remonstrants geworden, is een stuk terughoudender wat betreft de invloed van de kerk op de theologieopleiding. Toen in 2006 de rooms-katholieke opleidingen in opdracht van ‘Rome’ moesten fuseren, besloot hij als decaan van de faculteit theologie in Nijmegen uit het fusieproces te stappen. Als gevolg daarvan verloor de katholieke universiteit in Nijmegen de Vaticaanse erkenning van diploma’s, noodzakelijk voor bepaalde kerkelijke posities. “Een van de argumenten om toen uit het fusieproces te stappen was: aan de universiteit moet wetenschap in vrijheid beoefend kunnen worden, er moeten door de kerk geen beperkingen kunnen worden opgelegd.” Hij ziet dat dit op de theologische faculteit van Tilburg wel gebeurt. “Ik hoorde laatst van iemand die daar gesolliciteerd had, dat er een vertegenwoordiger van het bisdom in de benoemingscommissie zat”, vertelt Nissen. Hij is van mening dat met het wegvallen van de theologie aan de niet-confessionele rijksuniversiteiten er een lacune is ontstaan in het opleidingsaanbod. “Waar moeten mensen heen die wel geïnteresseerd zijn in de christelijke theologie, maar zich niet bij voorbaat aan een kerk of bepaalde christelijke denominatie willen binden?”

Samenwerking tussen verschillende faculteiten gaat moeizaam, constateert Peter Nissen. Terwijl deze samenwerking juist cruciaal is voor het voortbestaan van de opleiding. Lees verder in Volzin of door in te loggen op de website. 

Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda