FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 12 November 2018 10:00

Tussen eerste en laatste adem

Tekst: Willem van der Meiden Tekst: Willem van der Meiden Beeld: Hollandse Hoogte

Zielzorg was in het verleden sterk verbonden met de bestemming van de mens na de dood. Tegenwoordig is het meer iets van het hier en nu, een soort van spirituele massage. Maar kan zielzorg wel bestaan zonder enige verwijzing naar wie of wat ons overstijgt?

We hadden in een geloofsgemeenschap met veel oudere mensen een gesprek over de maakbaarheid van het leven in de laatste levensfase, over zelfbeschikking. Een van de aanwezigen had het over de voortgaande erosie van het geloof in een leven na de dood. Hij zei dat het verdwijnen van dit perspectief ontzettend veel druk legt op het leven hier en nu, omdat het dan allemaal in dit leven met je moet gebeuren, want daarna is er niets meer. En dan is het dus letterlijk van levensbelang dat je zoveel mogelijk regie in eigen hand houdt, want een tweede kans krijg je niet meer. Hij vond dat jammer.

Bestemming na de dood
Met zielzorg is iets vergelijkbaars aan de hand. Wie grasduint op internet naar definities van hedendaagse zielzorg, komt terecht bij begrippen als life coaching, kan hulp krijgen bij het schrijven van levensverhalen, bij ‘trajectbegeleiding’ tussen geboorte en dood. Diepe gedachten zijn hierbij niet uit te sluiten, maar waarin moderne zielzorg dan afwijkt van allerlei vormen van therapie, is wel eens moeilijk vast te stellen. Het woord zielzorg – als onderdeel van pastoraat – klinkt enigszins verouderd. Wie zich de overlijdensscène uit Jan Siebelinks Knielen op een bed violen herinnert, ziet nog voor zich hoe de zware broeders zich letterlijk in het zweet werken om de ziel van de stervende man aan duivel en hel te ontworstelen. Dat is een karikatuur van zielzorg, maar waar is wel dat in vroegere tijden de bestemming van de ziel na de dood een gewichtige kwestie was. Het verhaal gaat van een Twentse priester met weinig talent voor pastorale gesprekken, die slechts één vraag beschikbaar had voor stervenden: “Is de pas in orde?” Als er dan geknikt werd, was het pastorale gesprek ten einde. Zielzorg in een notendop.
Klassieke christelijke zielzorg week weinig af van het werk van de psychopompos in de Griekse mythologie: de god Hermes als ‘geleide van de ziel’ op weg naar het dodenrijk. En aan de grens van dat rijk wachtte dan veerman Charon, die je ziel de doodsrivier Styx overzette. Om hem te kunnen betalen voor de overtocht, kregen de doden een munt onder de tong mee als ze begraven werden.

Ingeblazen lucht
We stoppen geen munten meer onder iemands tong en wijzen ook steeds minder vaak naar boven. Zulke zielzorg bestaat zeker nog, maar in het overgrote deel van onze kerken wordt er anders tegenaan gekeken dan vroeger. Daarvan getuigen de drie pastores die ik naar hun visie vroeg, die u op deze bladzijden kunt lezen. Zielzorg is iets voor het hier en nu, gaat over vragen van leven en sterven, over terugblikken, het verwerken van littekens, het opdelven van de vreugdevolle momenten in een mensenleven, de grotere zingevende verbanden waarin we leven. Zielzorg voor mensen in hun laatste levensfase is spirituele massage, gesprekken en rituelen met het oog op verzoening en berusting, op een waardig en betekenisvol levenseinde kortom. Zielzorg verwijst niet meer, al zal het thema van leven na dit leven zeker vaak aan de orde komen, maar is een waarde op zichzelf. Maar wat wordt dan bedoeld met die ‘ziel’?

En de Ene, God, vormde de mens, stof uit de akker,
en blies in zijn neusgaten lucht van de levenden,
en de mens werd een levende ziel (Genesis 2,7)

Filosoof Gerard Visser schreef een prikkelend essay over de ziel met de titel van het gedicht van Wisława Szymborska: Niets cadeau (zie het artikel op blz. 34-36). Hij noemt de ziel daarin onder andere “het mysterie van het zelf”, en in navolging van Szymborska “het verzet tegen alles wat ‘ik’ is.” Voor mij is de spannendste vraag die Visser stelt de volgende. “Huist de ziel in mij of huis ik in de ziel?” Dat lijkt mij – maar wie ben ik? – ook een hoogst theologische kwestie én van belang voor onze samenleving. En ik hoor er dat oeroude scheppingsverhaal uit de joodse traditie in terug: door de ingeblazen lucht van de levenden wordt de mens een levende ziel: opgenomen in de adem van alle levenden en daarin zijn eigenheid gevonden. Wij huizen in de ziel, en daarom huist de ziel in mij. Onze zoon van toen zeven jaar oud verraste ons eens met de vraag of er al een wereld bestond voordat hij geboren was. Terwijl we nog kauwden op een mogelijk antwoord, vroeg hij in één moeite door of er nog een wereld zal bestaan als hij er niet meer zal zijn. Dat zijn zeer terechte vragen. Wordt de wereld niet pas jouw wereld als je de eerste keer buiten de moederschoot ademhaalt, je adem ontvangt? En houdt die wereld niet op jouw wereld te zijn op het moment dat je jouw laatste adem uitblaast, teruggeeft? Ik lag laatst in het ziekenhuis, in het bed naast mij een oude man met een fors apneu: in zijn slaap waren er soms flinke tussenpauzen tussen in- en uitademen. Ik lag ernaast, wakker, en hield mijn hart vast als het echt lang duurde: zou het soms de laatste adem kunnen zijn? En ik moest denken aan die ene keer dat ik erbij was toen iemand haar laatste adem uitblies. Dat was nog wel mijn moeder, degene die me ter wereld heeft gebracht en die negen maanden voor me geademd heeft voor het zo ver was. Ik weet nog dat bij de adem die duidelijk haar laatste was ik heel diep inademde. ‘Ik adem verder voor jou’, dacht ik op dat moment.

Verwijzing
Bijna iedereen die wel eens een dode heeft gezien, heeft de ervaring dat er iets weg is uit dit lichaam. Het lichaam doet immers niet meer mee, maakt geen deel meer uit van de wereld. De wereld is niet meer zijn of haar wereld. De perceptie van die ene mens is verdwenen en daarmee is er een wereld weg.
Hoe zou je met deze gedachte in je achterhoofd kunnen aankijken tegen zielzorg? Gaat zielzorg – bij mensen in alle fasen van hun leven – toch niet wezenlijk over het grotere bezielde verband waarin een mens is opgenomen? Over de ziel waarin een mens huist, om met Gerard Visser te spreken? Kan moderne zielzorg toch niet zonder enige vorm van ‘verwijzing’? Naar de schepper van de levensadem bijvoorbeeld? 

Aan het woord komen drie predikanten over zielzorg. Lees verder door in te loggen op de website of in Volzin. 

Oproep tot eerbied
"Hebben wij een ziel? Het is eerder een kwestie van zijn, leerde ik in mijn eerste studiejaar theologie. Je ziel, dat ben jij, met heel je wezen, met je diepste verlangen, met al je gevoelens en herinneringen. Ziel staat voor datgene wat ieder mens tot een uniek mens maakt. Een strijdkreet: van jou is er maar één, onvervangbaar, onmisbaar.
Ik houd van woorden die niet in één beeld of definitie te vangen zijn. Ze herinneren aan het geheim van het leven. Aan wat meer is dan wat wij weten en meten. Het verpleeghuis is een context van minder. Daar is ‘ziel’ goed gereedschap, een medicijn tegen reductie, een oproep tot eerbied voor wat leeft in mensen zo extreem kwetsbaar als mensen met dementie. Wat zeggen zij zelf over de ziel? Ik verzamelde enkele uitspraken:
“Onze ziel is meer waard dan al het andere.”
“Ik leef naar mijn gevoelens en die hebben een diepe achtergrond.”
“Ik hoor bij de levenden en niet bij de doden. Dat heb ik namelijk mijn hele leven gedaan.”

Zielzorg voor mensen met dementie betekent: zorg voor hun gevoelens en hun diepe achtergrond, de ruimte van hun eigen krachtbronnen. Zorg voor hun vreugde en verdriet, voor het verhaal van hun leven en daarmee hun plek onder de levenden. Want waar in hun leven bijna al het andere verdwijnt, is hun ziel het meeste waard."

Paula Irik is juist met pensioen na jarenlang geestelijk verzorger te zijn geweest van vooral mensen met dementie in verzorgings- en verpleeghuizen in Amsterdam.

Thuis zijn bij jezelf
"Als geestelijk verzorger – katholiek, maar in contact met patiënten van diverse levensbeschouwelijke pluimage – stel ik altijd wel een keer een vraag als: “Waar vindt u nou kracht om overeind te blijven?” Onlangs kreeg ik dit antwoord: “Ik kwam hier halfdood binnen. En op een gegeven moment dacht ik dat iemand me zoende op mijn hoofd. Maar er was niemand. En ik dacht: wees nuchter, dit is vast een hallucinatie. Maar toch, ik beleefde het wel. Was het mijn ex? – ach, ik mis haar zo… Vanaf toen merkte ik dat ik weer licht op de weg zag. Alsof ik weer vooruit kon.”

Een antwoord waarmee iemand bij zijn eigen ziel naar binnen keek.
De ziel is de innerlijke plek waar je tot ontmoeting met jezelf kunt komen en thuis bent bij jezelf, en waar dus zowel innerlijke vrede als ook levenskracht te vinden is. Het is een dynamische plek, die verder alleen metaforisch omschreven kan worden: als een bron die in zichzelf overstroomt, maar die ook open staat naar buiten. Zo laat ze zich voeden door ‘zielsverwanten’ en – als je religieus gevoelig bent – door ‘iemand’ die met liefdevolle ogen naar je kijkt. Tegelijk is er ook een drang naar buiten, zoals in het Duitse woord Ziel, dat doel betekent, bestemming.
Passie, ontroering, kwetsbaarheid: alle drie wonen in je ziel, want alle drie tonen iets van je diepere zelf."

Frans Bossink is r.-k. geestelijk verzorger in het Spaarne Gasthuis in Haarlem.

Aandacht voor de hele mens
"De ziel, wat is de ziel? Maarten Luther zei dat naar de ziel de mens geestelijk is, nieuw en innerlijk, dat de ziel het deel van de mens is dat in contact staat met God. Naar zijn vlees en bloed heet de mens lichamelijk, oud en uitwendig. Een dergelijke benadering, hoewel door Luther zo niet bedoeld, heeft geleid tot een onderwaardering van het lichaam en van de zorg voor het lichaam. Ziel vond zijn betekenis in het tegenover van het lichaam. Maar die twee hangen in mijn beleving samen: lichaam en ziel.
Als predikant ben ik zeven jaar lang elke donderdag aanwezig geweest, als de pakketten van de Voedselbank in de Lukaskerk van Den Haag uitgedeeld werden. Daar heb ik ervaren hoezeer lichaam en ziel bij elkaar horen. Mensen die zwaar in de schulden zitten, hebben vaak ook behoefte aan geestelijke ondersteuning. Alles hangt met alles samen: schuldenproblemen, lichamelijke problemen, geloofsproblemen. Onze insteek was het om oog te hebben voor het geheel. Op een Voedselbank-ochtend was er koffie, thee, soep, een pakket, een praatje en was er gelegenheid om te bidden. Het was steeds weer verrassend hoeveel mensen daarvan gebruik wilden maken. En het waren niet alleen christenen of traditionele gelovigen die om gebed vroegen. Zielzorg is een heel pakket, dat aandacht heeft voor de gehele mens."

Trinette Verhoeven was 24 jaar lang evangelisch-luthers predikant in Den Haag en is sinds september 2018 classispredikant van de Protestantse Kerk in Nederland voorde provincie Utrecht.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda