FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 09 November 2018 10:00

Tussen sympathie en weerzin

Tekst: Eric Corsius Tekst: Eric Corsius Beeld: Helen Verhoeven: Overspelige vrouw

De schilderijen van Helen Verhoeven wekken zowel sympathie als weerzin op. Verhoeven bedient zich van een herkenbare, toegankelijke beeldtaal, maar spaart de gevoelens van de kijker niet. Het Bonnefantenmuseum in Maastricht toont haar werk onder de titel Helen Verhoeven: Oh God.

In het Bonnefantenmuseum in Maastricht stuiten we dezer dagen op een bijzondere weergave van de kruisafneming van Christus. Het werk is in meerdere opzichten herkenbaar en toegankelijk. Het is duidelijk waar het schilderij over gaat en de personages zijn makkelijk thuis te brengen. Verder heeft het een klassiek monumentaal formaat en bedient het zich van een beeldtaal die sinds eeuwen gebruikelijk is bij dit onderwerp.
De compositie is opgebouwd langs een verticale, bijna diagonale lijn, die de onverbiddelijke zwaartekracht accentueert. Het gewicht van het dode lichaam is bijna voelbaar en we voelen mee met de mannen die het lijk voor een vrije val willen behoeden – iets wat we kennen van Rubens’ reusachtige doeken over dit thema. Het zelfde geldt voor flauw gevallen Maria en de vrouw die haar ondersteunt. Het kleurenpalet is sober, maar het zogenaamde incarnaat – de roze vleeskleur in al zijn nuances – overheerst, zodat we ook wat dit betreft het gevoel hebben voor een Rubens te staan.
Tegelijk is het doek vervreemdend. Hoe naturalistisch en realistisch het ook is: de details en nuances zijn niet uitgewerkt. Bovendien is, anders dan op traditionele afbeeldingen, het gelaat van Jezus maar half te zien. Verder stuit de ontluisterende vertoning van de ondersteboven hangende Jezus ons tegen de borst, alsmede de onwaardige houding van de flauw gevallen moeder. Deze hangt er als een vaatdoek bij. De persoon die haar ondersteunt lijkt machteloos en radeloos aan haar te sjorren. Een opvallend detail is verder, dat de personages bijna allemaal volledig naakt zijn. Door dit alles lijkt het schilderij een parodie te zijn. Spottend is het echter allerminst. In zijn meedogenloze directheid roept het werk eerder een mengsel van mededogen, weerzin en verzet op, dan een afstandelijke, ironische houding.

Lust en machtswil
Het in acrylverf geschilderde doek is van de hand van Helen Verhoeven (1974), die in Amerika werd opgeleid, momenteel in Berlijn woont en inmiddels ook in Nederland tot de gerespecteerde en gelauwerde kunstenaars behoort. Het doek is typerend voor het werk van Verhoeven, die zichzelf enerzijds onverholen binnen de traditie plaatst en anderzijds op een choquerende wijze daarvan afstand neemt. Enerzijds bedient ze zich van een herkenbare, toegankelijke beeldtaal, anderzijds spaart ze de gevoelens van de kijker niet. In dat opzicht bespeuren we invloeden van Francis Bacon, Marlène Dumas en de door haar bewonderde ‘outsider art’, de amateurkunst aan de rand van de samenleving.
De tegelijk historiserende en vernieuwende stijl is maar een van de vele dubbelzinnigheden en ambivalenties in Verhoevens werk. Er zijn er meer.
Zo worden de menselijke figuren door Verhoeven enerzijds altijd zeer plastisch weergegeven: in al hun lijfelijkheid. Dat maakt het mogelijk ons in hen te verplaatsen en met hen mee te voelen. Anderzijds hebben de personages iets anoniems en onpersoonlijks. Ze lijken minder op levende mensen dan op poppen of speelgoedfiguren. Dit is onder meer te verklaren uit het feit dat Verhoeven vaak maquettes maakt met schematische, uitgeknipte of geboetseerde figuren, die ze daarna gaat schilderen. Ook de – door gezondheidsoverwegingen ingegeven – keuze voor de techniek van acrylverf speelt overigens een rol. Deze verf droogt snel op en perkt de ruimte in om gedetailleerd en precies te werken, zodat de gezichten maskers lijken.
Voor zover de figuren gevoelens hebben en van vlees en bloed lijken te zijn, zijn ook die gevoelens zelf dubbelzinnig. De mensen op haar schilderijen hebben lief, bedrijven de liefde, ondersteunen elkaar, maar zijn ook vaak gewelddadig en berekenend. De figuren hebben niet alleen, als de ‘poppen’ die ze zijn, een dingachtige uitstraling. Ze reduceren ook elkaar tot dingen, tot instrumenten van lust en machtswil. Ze hebben, om het met de titel van een van Verhoevens tentoonstellingen te zeggen, een ‘dingkarakter’. Al met al wekken ze om beurten onze sympathie en weerzin.

De tentoonstelling Helen Verhoeven, Oh God is tot en met 2 december te zien in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. "Verhoeven beweegt zich tussen twee polen. Enerzijds een soevereine en manipulerende omgang met de werkelijkheid die ze verbeeldt. Anderzijds de paradox van het gecontroleerde verlies van controle", schrijft Eric Corsius. Lees het volledige artikel door in te loggen op de website of in het novembernummer van Volzin. 

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda