FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 08 November 2018 10:00

‘De ziel is onsterfelijker dan je denkt’

Tekst: Victor Bulthuis Tekst: Victor Bulthuis Beeld: Christiaan Krouwels

Mensen hebben de ziel nodig, zegt filosoof Carlo Leget. Zij is een venster op het innerlijk leven. “Juist in een cultuur waarin we denken dat we het ongrijpbare hebben weggeorganiseerd, popt de ziel weer op. Ze laat zich niet ongestraft aan de kant zetten.”

‘Wie van jullie is ooit op zijn ziel getrapt?” Voorzichtig gaan een paar handen de lucht in. “En waar zat-ie?” Gelach. “Wie van jullie weet zeker dat-ie geen ziel heeft? En wie weet zeker dat-ie wél een ziel heeft?” Opnieuw enkele behoedzaam opgestoken handen. Het jonge publiek, grotendeels bestaand uit studenten, lijkt niet teveel te willen vooruitlopen op het flitscollege van Carlo Leget, dat onderdeel is van het Betweter Festival 2017. Wetenschappers hebben hier tien minuten om iets over hun onderzoeksterrein te vertellen. Het college getiteld Bestaat de ziel? is te zien op YouTube. Bedachtzaam én levendig verkent Leget (54) samen met zijn gehoor de ruimte van de ziel, dat merkwaardige iets dat geen ding is en zich dus niet laat grijpen of wegen, maar dat als venster in de taal ons iets laat zien van de dingen die er werkelijk toe doen. Daarom is de ziel onsterfelijk, zegt hij, omdat we haar steeds weer nodig hebben om daar zicht op te krijgen. “Wie van jullie gelooft nog steeds dat-ie geen ziel heeft?”, vraagt Leget tot besluit. Niemand die zijn hand nog durft op te steken. “Dank u wel”, besluit hij met een veelzeggende grijns.

Ongrijpbaar
Op zijn werkkamer in het statige gebouw van de Universiteit voor Humanistiek, die hij van tijd tot tijd deelt met zijn Duitse collega Stephanie Stiel, kijkt Carlo Leget met genoegen terug op het festival. Op deze kleine, gemoedelijke universiteit houdt hij zich als hoogleraar en wetenschappelijk onderzoeker bezig met ethiek, zingeving en spiritualiteit in de (palliatieve) zorg. Van huis uit echter is hij moraaltheoloog, in belangrijke mate gevormd door het scholastieke denken van de middeleeuwse theoloog en filosoof Thomas van Aquino. Wat heeft hij aan deze achtergrond in zijn huidige werkkring en op zijn onderzoeksgebied? “Theologen zijn huiverig wat betreft het spreken over de ziel. In het verleden wekten zij te vaak de indruk dat zij wisten wat de ziel is, maar gaandeweg heeft de wetenschap hen hun plaats gewezen. Helaas zijn er maar weinig theologen die het gesprek met natuurwetenschappers aankunnen en aandurven. Religie is in Nederland tegenwoordig iets om je toch een beetje voor te schamen. Filosofen zijn wat dat betreft onbevangener.” De Nederlandse denkers die in de afgelopen jaren over de ziel hebben geschreven, komen dan ook vooral uit filosofische hoek: Gerard Visser, Renée van Riessen, Bert Keizer, Joke Hermsen.
Toch speelt Thomas van Aquino bij Legets verkenning van de ziel nog steeds een rol. “Thomas maakt duidelijk dat leven op diverse niveaus inhoud krijgt. Het volle leven is volgens hem te vinden bij God; maar omdat God een mysterie is, is het begrip leven in zijn volheid niet te vatten. In afgeleide zin geldt dat ook voor de ziel: je weet in welke richting je haar moet zoeken, maar je vat haar nooit helemaal. Voortdurend stuit je op de vraag: hoe ver reikt de taal? We kunnen ons slechts bedienen van metaforen, waardoor het woord bijna poëtisch wordt. Je merkt dat bijvoorbeeld bij een huwelijk of uitvaart. Mensen voelen dan heel goed aan dat er in henzelf iets ongrijpbaars zit, waaraan ze op zo’n moment uitdrukking proberen te geven. Dat moet je met de nodige omzichtigheid doen. Denk niet te snel dat je weet wat de ziel is. Het is geen ding, geen object dat zich laat pakken. Probeer haar in haar ongrijpbaarheid te laten bestaan.” Daarom, zegt Leget, moeten we ervoor waken een definitie te geven van de ziel. Want juist aan haar ongrijpbaarheid ontleent ze haar kracht; precies omdat ze zich niet laat fixeren, opent ze nieuwe vergezichten.
Betekent dit dat de ziel onkenbaar is, zoals in hedendaagse filosofische literatuur vaak wordt benadrukt? “Ze laat zich niet kennen op de manier van de exacte en medische wetenschap, die veelal reductionistisch denkt”, antwoordt Leget. “De ziel is niet kenbaar als een object, maar wel op de manier waarop liefde en vriendschap zich laten kennen. We hebben allemaal weet van zoiets als bezieling en die kun je observeren, gewoon door naar mensen te kijken. De meeste mensen voelen dan heel goed aan waar het over gaat.” Met instemming citeert Leget de arts en filosoof Bert Keizer, die in zijn boek Waar blijft de ziel? schrijft: “De ziel zit in het lichaam als de stemming in het feestje.”

Onsterfelijk is de ziel, benadrukt Leget, omdat we haar nodig blijven hebben als venster op ons innerlijk leven. Lees verder in Volzin of door in te loggen op de website. 

Login om meer te lezen

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda