FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 07 November 2018 10:00

'In de islam gaat het om jouw persoonlijke keuzes'

Tekst: Herman Koetsveld Tekst: Herman Koetsveld Beeld: Stijn Rademaker

Vrienden Enis Odaci en Herman Koetsveld gaan voor Volzin op ‘spiegelreis’. Moslim Odaci bezoekt christelijke gemeenschappen van zeer uiteenlopende snit, christen Koetsveld ontmoet moslims van verschillende signatuur. Fotograaf Stijn Rademaker vergezelt hen. Deze maand aflevering 8: Herman Koetsveld te gast bij een internationale ontmoeting van de stichting Maruf die zich inzet voor ‘queer moslims’. De westerse beeldvorming over islam en homoseksualiteit wordt door hen als stuitend ervaren.

Ik ben op weg naar Amsterdam. Daar ben ik te gast op een internationale conferentie van de islamitische stichting Maruf die opkomt voor de rechten van lhbt’ers uit hun eigen kringen. Ik weet van de worsteling die mensen met hun ‘anders-zijn’ kunnen hebben als zij eerder het goddelijke oordeel in hun ziel geplant hebben gekregen: zo mag jij niet zijn – zo mag jij niet doen. Ik heb me om die reden ooit aangemeld bij de werkgroep Homoseksualiteit en Geloof Twente. Er is immers een totaal andere en ook voluit gelovige visie mogelijk die zijn grond vindt in de gedachte dat de Schepper veel plezier heeft in zijn creatieve diversiteit. Maar hoe zit het met de Koran en de diverse islamitische tradities?

Relaxte sfeer
Ik ga straks homo’s, lesbiennes, transgenders en biseksuelen ontmoeten die wortels hebben in een van de vele islamitische gemeenschappen. Het adres heb ik pas op het laatste moment gekregen. Een zekere voorzichtigheid is geboden, zo blijkt, ook in deze stad die zichzelf zo graag afficheert als de stad van vrijheid en blijheid voor alles en iedereen. Ik meld via de telefoon dat ik aangekomen ben. Dino Suhonic, dertiger, directeur van de stichting Maruf, laat me binnen.
Ik las eerder op hun site: “Wij zijn Maruf. Hét platform voor queer moslims. Opgroeien als lesbienne, transgender, bi, homo of iets anders in een moslimgemeenschap kan erg moeilijk zijn. Kan ik moslim en mezelf zijn? Mijn geloof of integratie? Hoe vind ik mijn draai in de maatschappij? Vanwege deze lastige positie zijn queer moslims vaak niet zichtbaar en ervaren ze veel moeilijkheden. Daarom is Maruf er. Wij zijn er voor de ondersteuning en versterking van queer moslims. Met onze projecten richten wij ons op de sociale acceptatie én het bewustzijn van diversiteit van seksuele oriëntatie, genderidentiteit en -expressie binnen religieuze en seculiere gemeenschappen.”
Mijn voorstelling van een ‘internationale conferentie’ wordt bij binnenkomst onmiddellijk stevig bijgesteld. In een gebouw waarin meerdere organisaties huizen, heeft Maruf op de bovenste verdieping onderdak gevonden. Een groepsruimte met een keukentje, een vergaderruimte en kleine gebedsruimte. Voor de eerste dag van deze conferentieweek hebben zich zo’n dertig mensen opgegeven. Het worden er ruim twintig. Er hangt een buitengewoon relaxte sfeer. Geen spoor van spanning hoe de eerste bijeenkomst van zo dadelijk gaat verlopen. De deelnemers druppelen binnen. Volgens de uitnodiging wacht hen “een open debat over religie, geloof en seksualiteit, seksuele oriëntatie, genderidentiteit en genderexpressie”.
Internationaal is het publiek zeker. Ik maak kennis met een twintiger uit Kopenhagen. Hij werkt bij een vergelijkbare stichting in zijn land Denemarken, maar dan voor alle gezindten. Hij zegt blij te zijn met de steun van de overheid (subsidies, lesprogramma’s enzovoorts), maar spreekt zijn zorg uit over de Deense regering die met haar nationalistische toonzetting het thema van gelijkberechtiging van lhbt’ers vooral lijkt in te zetten om boodschap te verkondigen die zich richt tegen immigratie en ook tegen de islam. Hij is hierheen gekomen om de internationale contacten te onderhouden en te verbreden. In november zal in Kopenhagen een vergelijkbare ontmoeting plaatsvinden. Er valt van elkaar veel te leren. In alle Europese landen zijn immers vergelijkbare problemen voor lhbt’ers. De coming-out van een ‘westerse’ vrouw of man met vaak een christelijke achtergrond is volgens hem al niet eenvoudig, maar voor iemand met een islamitische achtergrond is uit de kast komen doorgaans nog veel ingewikkelder. De vraag naar de eigen persoonlijke seksuele identiteit komt immers bovenop die van de culturele en maatschappelijke identiteit.

Doorleefde boosheid
Men maakt geen haast. Een half uur later dan gepland roept Dino Suhonic de aanwezigen bij elkaar. De voertaal is Engels. De man heeft de gave van de rust. Zelden iemand zo op zijn gemak een bijeenkomst zien openen. Suhonic weeft het thema van de onderlinge veiligheid behendig en geruststellend door zijn welkom: niemand moet zich overvraagd voelen, niemand moet zich in het programma of in een gespreksformat gedwongen voelen. Draag bij wat je bij wilt dragen. Vraag wat je wilt vragen. Deel wat jij wilt delen. De grap, de glimlach, dit in alle opzichten ontwapenende welkom, zet de toon van vertrouwen en nieuwsgierigheid naar elkaar in deze veelkleurige groep mensen. Er wordt nog even gevraagd of iemand het een probleem vindt dat ik meepraat en over deze bijeenkomst zal schrijven en dat fotograaf Stijn Rademaker meekijkt. De meesten willen in het artikel niet bij name genoemd worden, maar verder geen probleem.
Ik kom in een groepje met drie twintigers: twee Duitsers met Turkse wortels – een van hen is religiewetenschapper – en een man van Marokkaanse afkomst. De vraag waarmee we op pad zijn gestuurd, gaat over de invloed van de plek waar je geboren bent of nu woont op de emancipatie van de lhbt-moslims. Misschien komt het door mijn aanwezigheid als ‘witte Nederlander’, maar de Marokkaan opent in tamelijk felle bewoordingen het gesprek met een scherpe veroordeling van de hypocrisie van de westerse media; volgens de beeldvorming in die media zou ‘de islam’ homofoob zijn en ‘het westen’ tolerant. Naar zijn mening is dit een volkomen idiote vertekening van de werkelijkheid. Ook in de islamitische wereld bestaat immers een enorme diversiteit aan culturele vormen en uitingen waarbij er vaak sprake is van een vorm van tolerantie. Hij noemt de homobars in Ankara en Istanboel en de stilzwijgend getolereerde homocultuur in Marokkaanse steden. Op nationaal niveau is er inderdaad zelden sprake van juridische gelijkberechtiging. Maar op plaatselijk niveau vinden mensen vaak een manier van omgaan die een zekere diversiteit toelaat. Niet al te openlijk, maar wel: oogluikend toestaan, stilzwijgen, er langsheen kijken.
De anderen vallen hem bij. Ik overweeg een tegengeluid op te diepen uit eigen ervaring. Ooit maakte ik tijdens een bespreking in een werkgroep kerk-moskee mee dat een imam het thema homoseksualiteit simpelweg van tafel veegde onder het motto: ‘Dit komt bij ons niet voor.’ Maar ik besef dat ik met deze herinnering aan deze lhbt’ers en aan hun ervaringen geen recht doe. Ze zijn “echt heel boos”, zeggen ze. Zij ervaren de westerse beeldvorming over islam en homoseksualiteit als stuitend. Wordt het geen tijd dat autochtonen de hand in eigen boezem steken? Inderdaad, over de verschrikkingen van de barbaarse, maar ‘christelijke’ kruistochten, de ongekende moordpartijen door rooms-katholieke Spanjaarden en Portugezen in Zuid-Amerika, de slavenhandel door ‘protestantse’ Nederlanders, de doorgaande gevolgen van het kolonialisme van ‘christelijke’ westen: wat horen we ervan?
De Turks-Duitse religiewetenschapper noemt een voorbeeld: ja, hij kreeg op school te horen wat Hitler de Joden, Duitsland en heel Europa had aangedaan. Maar pas veel later realiseerde hij zich dat Hitler zich bediende van allerlei christelijke voorstellingen en dat het zelfde Duitsland dat Hitler in het zadel heeft geholpen en gehouden, een door en door christelijk land was. Datzelfde christelijke land maakte zo de Holocaust mogelijk.
Dit meten met twee maten, waarbij ‘het westen’ en ‘het christendom’ worden voorgesteld als moreel superieur boven andere culturen, steekt de aanwezigen zichtbaar, dat is duidelijk. Ik ben onder de indruk van hun doorleefde boosheid. Het gaat hier niet om een irritatie vanwege een verschijnsel dat hen niet bevalt. Hun boosheid is een reactie op de fundamentele ontkenning van hun culturele en religieuze identiteit en in de slipstream daarvan: om de ontkenning van wie zij zijn met die ingewikkelde persoonlijke identiteit.

Vele fronten
De deelnemers aan de conferentie reiken elkaar een alternatief aan: kijk telkens naar wat je als individu of als lokale gemeenschap kan betekenen voor mensen die vanwege hun anders-zijn in de knel dreigen te geraken. Of: de persoonlijke moraal (hoe ga ik zelf om met mensen die ‘anders’ zijn?) vinden zij van grotere waarde dan een wetgeving die aantoonbaar door heel veel mensen nog steeds niet onderschreven en gedragen wordt. Onze samenleving plakt het etiket ‘islam’ graag op situaties die te maken hebben met geweld en onderdrukking. Maar de mensen die hier bij elkaar zijn, ervaren zichzelf net zo goed en met net zo veel recht als een islamitische gemeenschap. In hun gemeenschap staan tolerantie jegens anderen en de vrijheid en gelijkwaardigheid van eenieder voorop.
Dino Suhonic vat de inbreng van de conferentiegangers samen: “Met hun tegen de islam gerichte verhaal kapen Wilders en zijn vrienden in heel Europa ons zoeken naar gelijkwaardigheid. Onze strijd kent daarom vele fronten: op wereldschaal, tussen culturen en binnen eigen land. Op religieus vlak is de strijdvraag of oude teksten direct toepasbaar zijn op onze huidige situatie. Als het om je familie en woonomgeving gaat, is de vraag of er acceptatie komt van je ‘anders-zijn’. En ten slotte is er nog de strijd in je eigen hart: kun je jezelf aanvaarden zoals je ten diepste bent?”
Suhonic stelt zware vragen, maar hij brengt ze met de lichtheid van de humor. Het maakt zijn boodschap des te steviger: ‘decolonize your mind’, sta jezelf niet toe dat anderen je gedachten en gevoelens beheersen, maar zoek jezelf en aanvaard jezelf in het vertrouwen dat het oké is zoals je bent, denkt en doet. Met daaronder de voedingsbodem van het geloof: je bent een schepsel te midden van heel die geschapen diversiteit.

Een soort familie
Het is nogal politiek tot nu toe. Ik ben ook zo benieuwd naar de persoonlijke spiritualiteit. Hoe ga je om met de teksten die anderen zo interpreteren dat mensen zoals jij er beter niet zouden kunnen zijn? Ik kom er over te spreken met Gazi Duran, bestuurslid van Maruf. Hij vertelt dat hij zijn moslim-zijn min of meer opgedrongen kreeg door de gebeurtenissen van ‘11 september’ en de opkomst van de PVV. Hij kon niet anders dan zich verdiepen in zijn traditie. “Natuurlijk moet je de teksten van de Koran lezen in de context van toen. Juist in de islam gaat het altijd om jouw persoonlijke keuzes, jouw persoonlijke afwegingen. De Koran opent niet voor niks met de aansporing ‘Lees…’. God zit in alles wat leeft, in de bomen, in de wetenschap, in mijzelf. Mijn diepste identiteit zoeken is God zoeken en vinden. Niemand gaat over de keuzes van mijn leven. Daar ga ik alleen zelf over. En nee, dat kan nooit van buitenaf opgelegd worden, maar moet van binnenuit komen. Maruf is een woord uit de Koran. Het heeft te maken met de vanzelfsprekendheid om het goede te doen. Dat is wat ik zoek.”
Ik vraag naar zijn drijfveer om voor de stichting Maruf actief te zijn. Het antwoord lijkt recht uit zijn hart te komen: “Dit is een community, een gemeenschap die ik en anderen zo nodig hebben.” Ik zeg: “Maar dan zijn jullie feitelijk ook een moskee – een hele speciale?” “Ja, wij vangen elkaar hier op. Als een soort familie. Voor sommigen is dit ook de vervanging van familie. Mijn identiteit kan nooit buiten God omgaan. Want Hij zit ook in mij, net als in jou en alles wat leeft. God doet nogal ruim aan diversiteit.”
Dino Suhonic vraag ik naar zijn visie op de nabije toekomst. “Wat rechten betreft is het in ons land goed geregeld. Maar met de ruimte voor ons anders-zijn nog helemaal niet. Wilders heeft geen vinger uitgestoken voor de gelijkberechtiging van lhbt’ers, maar gebruikt nu dit thema om de wig te drijven tussen ‘de Nederlanders’ en hun waarden versus ‘de moslims’ en de ‘tsunami’ aan immigranten die per definitie niets van zulke waarden zouden willen weten. Maar ook heel veel Nederlanders hebben nog de grootste moeite met homoseksualiteit. Optimistisch over toekomst? Ik aarzel. Er is veel gaande. En er is ook al heel veel bereikt. Kijk naar de vrouwenemancipatie. Misschien maak ik het allemaal niet meer mee dat wij in alle opzichten geaccepteerd zijn. Maar God heeft de tijd.”
Het contrast tussen de mensen die ik hier ontmoet heb en de populistische beeldvorming over ‘de moslim’ die ‘onze waarden’ niet pruimt, kan niet groter zijn. Ik denk aan een woord van de Franse filosoof Frédéric Lenoir die stelt dat het onderscheid tussen gelovig en niet-gelovig of tussen christen en moslim niet langer onze werkelijkheid kleurt, maar dat het wezenlijke verschil dat is tussen mensen die oordelen en mensen die proberen hun oordeel op te schorten. De laatsten maken ruimte maken voor de ander en daarmee voor God.

Bovenstaand artikel is het achtste en laatste in de reeks ‘Spiegelreis’. De auteurs Herman Koetsveld en Enis Odaci zullen in het eerste nummer van de jaargang 2019 terugblikken op hun ervaringen met verschillende moslims en christenen.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda