FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
maandag, 19 November 2018 10:00

Pleidooi voor wellevendheid

Tekst: Joost van der Net Tekst: Joost van der Net

Toenemende druk van buiten noodzaakt ons, Europeanen, om de ziel van ons gemeenschappelijke huis scherp in beeld te krijgen. Joost van der Net pleit voor 'wellevendheid' als het levensideaal dat nu en in de toekomst ons continent kan verenigen.

Europa wijzen we op een globe moeiteloos aan, net als Nederland. We kennen onze fysieke plaats in de wereld. Ook onze geestelijke positie bepalen we eenvoudig. De Europese cultuur, zo weten we, is uit meerdere elementen opgebouwd, waarbij vooral de filosofie van de Grieken, het organisatievermogen van de Romeinen, de religie van de christenen, en de Wanderlust van de Germanen tellen. Al die elementen pasten niet zomaar bij elkaar. De christelijke afkeer van heerschappij bijvoorbeeld was niet te combineren met de heerszucht waarop de organisatie van het Romeinse Rijk dreef. Voor de totstandkoming van de Europese cultuur was een verzoening van diverse culturele elementen nodig. Die verzoening kende van plaats tot plaats en van streek tot streek de nodige variaties. Zodoende ontwikkelden zich binnen Europa geleidelijk verschillende landen met ieder een eigen 'volksaard' ofwel 'geestesmerk'. In de achttiende eeuw oordeelde uiteindelijk Johann Gottfried Herder dat ieder volk, iedere natie, werd gekenmerkt door een specifieke eigen 'ziel' of 'geest'. Die gedachte inspireerde talloze denkers en kunstenaars. Eeuwenlang probeerden zij de 'ziel' van eigen en soms ook vreemd volk te vangen in woord, beeld en klank.

Toenemende druk
Door de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog raakten volk en vaderland in diskrediet. Na 1945 was het voor kunstenaars en intellectuelen niet langer sjiek om veel aandacht te besteden aan de 'volksaard', het 'geestesmerk' of de 'ziel' van volk of natie. Tot op de dag van vandaag is dat zo gebleven. In de plaats van volk en natie kwam in onze streken een nieuw thuis in beeld: Europa. Een Europees huis werd opgetrokken. Door verregaande economische en een zekere politieke integratie kwam uiteindelijk in 1993 de Europese Unie tot stand. Meteen na oprichting kwam de Unie onder druk te staan. De opkomst van China als wereldmacht, terugtrekkende bewegingen van de Verenigde Staten, een diepe economische crisis en vooral ook een niet-aflatende stroom van vluchtelingen: dit alles zette druk op de Unie als een voornamelijk economisch-politieke eenheid. Toenemende druk van buiten noodzaakt ons, Europeanen, nu tot bezinning op onze culturele eigen aard. Het is zaak om de ziel van Europa scherp in beeld te krijgen.
Het bepalen van de ziel van Europa is heel iets anders dan het bepalen van een volksaard. Europa bestaat immers uit vele volkeren. Als het gaat om de ziel van Europa zoeken we een geestesmerk dat alle Europeanen verenigt, ongeacht het land of de streek waarin ze zijn geboren. Volgens mij gaat het in wezen om de vraag of er een levensideaal te vinden is dat de Pool zowel als de Ier, de Zweed zowel als de Fransman, de Griek zowel als de Nederlander kan bezielen. Als het even kan vinden we een levensideaal met een geschiedenis: een ideaal dus, dat Europeanen al eerder geestelijk heeft verenigd. Bij het schrijven van mijn boek Aan de Europese Natie ben ik op een dergelijk levensideaal gestuit. Het gaat om het ideaal van 'wellevendheid'. Het werd al in de zeventiende eeuw geformuleerd, in een gelukkige combinatie van het beste uit Griekse, Romeinse, Germaanse en christelijke tradities. Het ideaal is al oud, maar bestaat voort tot op de dag van vandaag. 'Wellevendheid' is mijns inziens het levensideaal dat nu en in de toekomst heel Europa kan verenigen. Het ideaal van wellevendheid werkte namelijk al vanaf het begin grensoverschrijdend. Wellevende mensen waren overal in Europa thuis: zowel in de luisterrijkste hofsteden als in de nederigste provincieplaatsen. Ook kon het ideaal van wellevendheid – best bijzonder voor het wat verdere verleden – door mannen zowel als vrouwen worden beleefd. Het was bovendien geschikt, niet alleen voor gelovigen van alle mogelijke gezindten, maar ook voor al wie wars was van welke georganiseerde religie dan ook.

Wijde blik
Het ideaal van wellevendheid werd ontwikkeld binnen een netwerk van Europese geletterden, dat indertijd werkelijk heel Europa omvatte. Ook de verspreiding van het ideaal liep goeddeels via dit netwerk. Na de Franse Revolutie werd het snel en effectief gedemocratiseerd. Laat me op deze plaats niet de geschiedenis ervan beschrijven; die heb ik al uit de doeken gedaan in het vijfde hoofdstuk van genoemd boek. Hier leg ik het ideaal graag uit met speciale aandacht voor enkele dringende hedendaagse vraagstukken.
'Wellevendheid' staat voor een beschaafde, ruimdenkende omgang met mens en wereld, en tevens voor een ontspannen, speels 'wel-leven' dat ieder individu in staat stelt om zich optimaal te ontplooien. Laten we eens zien wat wellevendheid praktisch betekent: hoe een 'wellevend mens' zich idealiter gedraagt. Het begint ermee dat een wellevend mens beschikt over een wijde blik. Hij of zij wordt niet beperkt door de grenzen van welke nauwe kring dan ook. Wellevendheid veronderstelt dat een mens de vooringenomenheden, het jargon en de maniertjes die bij zijn beroep horen, weet thuis te laten zodra hij zich in de publieke ruimte begeeft. Nadrukkelijk relativeert een wellevend mens de specifieke zeden van zijn stad, streek en land. Geen enkele kring begrenst hem, dus ook niet die van een vaderland.
Om een zo wijd mogelijke blik te verwerven verdiept de wellevende mens zich in zoveel mogelijk takken van wetenschap, zij het ook alleen als liefhebber. De geborneerdheid van de ‘vakidioot’ moet uit het oogpunt van wellevendheid immers tot elke prijs worden vermeden. Het ideaal van wellevendheid inspireerde overal in Europa tot de opzet van algemeen vormend onderwijs, dat jongeren tot ontspannen verdieping in alle wetenschappen hoorde te verleiden. Helaas bevat veel onderwijs in de praktijk van vandaag maar weinig speelse oefening, en is het te zeer gericht op het aanleren van trucjes en weetjes. Gelet op het ideaal, valt hier nog wel het een en ander te verbeteren.
Wellevendheid betekent beschaving, stapsgewijs. Allereerst beschaaft de wellevende mens zijn geest. Hij overstijgt zijn kleinheid en beperktheid door zich bij confrontatie met een vreemdeling, een vreemd wezen of een vreemd object zo goed mogelijk te verdiepen in de eigen aard ervan. Vervolgens beschaaft de wellevende mens zijn gedrag. De opgedane kennis van vreemde eigenaardigheid stelt de wellevende man of vrouw namelijk in staat tot finesse, dat wil zeggen: tot een benadering en omgang die het meest recht lijkt te doen aan vreemde eigen aard. Natuurlijk realiseer ik mij meteen, dat deze benadering niet verenigbaar is met veel van de wanpraktijken in ons huidige economische stelsel. Denk maar aan de hedendaagse bio-industrie. Toch geeft juist dit voorbeeld mij hoop. De onjuiste omgang met dier en plant zoals die in de bio-industrie momenteel nog gebruikelijk is, stuit namelijk op steeds meer weerstand, juist omdat het ideaal van wellevendheid overal in Europa steeds dieper en breder wordt beleefd.
Verder realiseer ik mij, dat als het gaat om de omgang met de vreemdeling, onze gedachten momenteel wel moeten uitgaan naar de vluchteling. Het ideaal van wellevendheid, zo laat ik graag zien, verheldert het vluchtelingenvraagstuk behoorlijk. Om te beginnen zijn we als wellevende Europeanen verplicht om vluchtelingen met respect voor hun eigen cultuur te bejegenen, zolang ze zich als gasten, dus voor een beperkte tijd, in ons midden ophouden. Willen onze gasten voor altijd in ons midden blijven, dan verandert het beeld. In dat geval mogen wij verwachten, ja eisen dat zij al hun eventuele enghartige denk- en handelwijzen opgeven, waarbij het niet uitmaakt of die nu zijn ingegeven door hun geboortestreek, religie of politieke overtuiging. De vluchteling die Europeaan wil worden, dient zich van alle beperkende kaders te ontdoen, en zich de ruimdenkendheid eigen te maken die wij hier nu eenmaal van elkaar verwachten.

Log in om het volledige artikel te lezen. "Al in de zeventiende eeuw waren als kenmerken van wellevendheid zowel ruimdenkendheid als beschaving scherp in beeld. Wilde je een wellevend mens worden? Het advies was dan eenduidig: overstijg om te beginnen de grenzen van je beroep, je familie, je land, je religie en wat zich verder nog aan enge kringen denken laat, en blijf vervolgens weg van alles wat naar heerschappij zweemt."

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda