FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 19 October 2018 10:00

Een vuist tegen de hemel

Tekst: Nico Keuning Tekst: Nico Keuning Beeld: ANP Foto

Voor schrijvers als Auke Hulst, Willy Vlautin en John Fante betekent reizen in Amerika ontsnappen aan hun vader, afstand nemen, jezelf ontdekken. Drie schrijvers op zoek naar een bestemming. Neerlandicus Nico Keuning reist in hun voetspoor.

De Amerikaanse schrijver Willy Vlautin (1967) en de Nederlandse auteur Auke Hulst (1975) zijn beiden ook singer-songwriter. Bovendien hebben zij nog iets anders gemeen dat een belangrijke rol speelt in hun boeken: het gemis van ouders, vooral de afwezigheid van een vader. “Ik heb geen idee wat een vader is”, schrijft Hulst in Motel songs – het boek werd recent bekroond met de Bob den Uyl Prijs. “Ik weet wat het woord betekent – man die een of meer kinderen heeft; grondlegger; voorouder – maar ik heb te weinig ervaring met wat dat woord de facto inhoudt. Het dekt voor mij negatieve ruimte. Vader, znw: hij die er niet is.” Vlautin legt het gemis van de vader in Laat me niet vallen en in Lean on Pete in het fictieve verhaal van de hoofdpersoon. Hulst vertelt in Motel songs zijn persoonlijke verhaal dat de autobiografische onderlaag vormt van zijn eerdere romans Kinderen van het ruige land en En ik herinner me Titus Broederland.

Bokser worden
Voor beide schrijvers geldt dat de hoofdpersoon er alleen voor staat. De band met een thuis, is verbroken en dat leidt tot een zoektocht naar de identiteit van de protagonist. Hij is alleen, los van een gezinsleven. Hij wil weg, op reis om zichzelf te ontdekken, zichzelf te bewijzen. De 21-jarige Horace Hopper in de roman Laat me niet vallen werkt op een ranch in Tonopah, in Nevada, bij het oude echtpaar Reese. De vader van Horace is hem gesmeerd toen de jongen drie jaar was. De moeder woont met een man in een buitenwijk van Noord-Las Vegas. Horace woont en werkt in een paradijselijk oord bij het echtpaar dat echt van hem houdt. Maar Horace wil iets anders. Hij wil boksen. Hij identificeert zich met Mexicaanse bokshelden.
“Maar je bent geen Mexicaan, zei meneer Reese.”
“Het punt is dat er geen taaie indiaanse boksers bestaan, meneer Reese.”
Horace ziet er uit als een Mexicaan, maar hij heeft Iers en Indiaans (Paiute) bloed. Als bokser noemt hij zich Hector Hidalgo, huurt een kamer in Tucson, werkt bij een autobandenhandel, traint in een sportschool en probeert Spaans te leren. Tijdens wedstrijden verkrampt hij als de tegenstander op hem inbeukt. Pas na drie ronden komt hij los en haalt uit met zijn harde slagen. Horace is een loner te midden van de andere boksers: “Terwijl hij toe zat te kijken begon een duister gevoel bij hem binnen te sijpelen. Hij stelde niets voor, was een nobody. Een indiaan die geen indiaan was en een blank joch dat er als een indiaan uitzag.”
Als je de roman van Vlautin hebt gelezen herken je veel in het straatbeeld van grote Amerikaanse steden. Zeker in Los Angeles. Donkere jongens die haastig in West-Hollywood bij de 7-Eleven naar binnen lopen en met sigaretten of iets ondefinieerbaars weer de straat op schieten, waar zwervers een cart, een boodschappenkarretje, met hun vodderige bezittingen voortduwen. In Vinestreet valt mijn oog op een beschilderde muur met donkere jongens. Boksers. Mexicanen? Amerikanen? Stoere koppen boven bokshandschoenen. Jongens die je met felle ogen aankijken en geloven in een beter leven, een heldenleven. In een van hen herken ik Hector Hidalgo.
“Onder de overkapping van een Dollar Tree-winkel zag hij een man op een slaapzak zitten. Naast hem lag een dikke vrouw te slapen.” Horace raakt in gesprek met de man en zegt dat hij uit Nevada komt. “Wat ben je dan,” vraagt de man, “een fucking Paiute of zo?” Horace knikt. “Waarom kleed je je dan als een bonenvreter?”
Een bokscarrière zit er voor Horace niet in. Ook hij eindigt op straat tussen de daklozen met naast zich een blikje cola en een fles Old Crow whisky. “Om hen heen ploeterde de stad verder. Auto’s passeerden, bestelwagens stopten en mensen liepen in een eindeloze stroom voorbij.” Ik moest aan dit fragment denken toen ik een etage huurde in The Mission in San Francisco en elke dag langs zwervers op de stoep de straat uitliep, de stad in. Het pleintje bij de metro was het verzamelpunt van drop outs en fragile misfits. Een van hen hield een stuk karton voor zijn buik. “I smile. I woke up this morning.” Glimlachen, als je weet dat je weer een dag moet zien te overleven? Kennelijk ziet hij elke nieuwe dag als een overwinning: weer een dag gewonnen op de eeuwigheid.
“Langs de toegangsweg richting downtown Philadelphia staan bedelaars in gelid met plakkaten van oude dozen”, schrijft Auke Hulst in Wegwerkzaamheden reisnotities in deel III van Motel songs. “VETERAN. PTSD. LOST WIFE & KIDS. SPARE A DOLLAR. En: SICK. NO INSURANCE. GOD BLESS. En: FALLEN ON HARD TIMES. AMERICAN PATRIOT.”

Lees het volledige artikel in Volzin of door in te loggen op de website. "Reizen in de boeken van Hulst, Vlautin en Fante is vertrekken, aan de vader ontsnappen, groeien, dromen, zelf iemand worden."

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda