FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 18 October 2018 10:00

Een filosoof in dienst van de revolutie

Tekst: Willem van der Meiden Tekst: Willem van der Meiden

Aan de Lange Lombardstraat in Den Haag, achter het huidige Westeindeziekenhuis, stond ooit Hotel Excelsior. In het wat morsige logement vergaderde in 1872 een gezelschap besnorde en bebaarde socialisten over de acute vraag: wat te doen met de socialistische beweging na het echec van de Parijse Commune een jaar eerder? De veelbelovende volksopstand tegen het Franse keizerrijk op het eind van de Frans-Duitse oorlog kostte 30.000 doden en 40.000 gevangenen. De socialistische beweging leek dood. Het moest radicaal anders en het liep op een scheuring uit. De anarchisten onder aanvoering van Mikhail Bakoenin liepen weg, Karl Marx en Friedrich Engels kozen voor een radicaal-communistische koers. Een Haagse journalist had Marx bekeken: “In zijn grijs pakje ziet hij er zeer comme il faut uit, iemand die hem niet kent en die niet onder den invloed verkeert van de nachtmerrie der gevreesde Internationale, zou hem voor een toerist houden die een voetreis doet.” Toch werd deze man gevreesd door de gezeten burgers van Europa.
Een echte activist was Karl Marx (Trier 1818 – Londen 1883) niet. Hij verdiende zijn sporen als filosoof, leerling van Hegel, die zijn filosofie in dienst stelde van de politieke economie en de strijd van de onderdrukte klassen. Met Engels schreef Marx in het revolutiejaar 1848 het Communistisch Manifest met de oproep: ‘Proletariërs aller landen, verenigt u!’ Sindsdien was de filosoof de vijand van de politieke en economische elite en moest hij nogal eens op de vlucht voor belagers. Uiteindelijk streek hij in Londen neer, waar hij begon aan Das Kapital, postuum voltooid door Engels.

In mijn studententijd was Marx ook voer voor theologen. Als jongeman van 26 schreef Marx al zijn ‘opiumtekst’, die tal van theologen en religieuze leiders de stuipen op het lijf joeg. “De religieuze misère is zowel de uitdrukking van de werkelijke misère als het protest tegen de werkelijke misère. De religie is de zucht van het in het nauw gebrachte schepsel, het gemoed van een harteloze wereld én de geest van geestloze toestanden. Zij is het opium van het volk.” Wie het christendom ten tijde van de industriële revolutie bestudeert, kan hem alleen maar gelijk geven. En dat Marx Paulus’ brief aan de Romeinen citeert doet ten minste verwantschap vermoeden van Marx’ humanistische atheïsme met het messiaanse verlangen. Hadden de proletariërs eenmaal hun onderdrukking (h)erkend en de bloemen van hun ketenen gerukt, dan zouden ze zich bevrijden en deze religie niet meer nodig hebben als pijnstillend middel. “De kritiek van de religie eindigt met de leer dat de mens het hoogste wezen is voor de mens, dus met de onvoorwaardelijke eis om alle verhoudingen omver te werpen waarin de mens een vernederd, geknecht, in de steek gelaten en verachtelijk wezen is.” Dat ging er bij ons in als Gods Woord in een ouderling. Priester Herman Verbeek maakte in 1983 een bundeltje onder de titel Moet Marx? Het overgrote deel van de theologen en filosofen die daarin aan het woord kwamen, beantwoordde deze vraag met ‘ja’. Het kan verkeren.

Veertig jaar geleden waren we in het toen nog communistische Polen op bezoek bij vrienden in Warschau. Aan de Heilig-Kruisstraat, vlak bij het Cultuurpaleis, bevond zich de DDR-winkel. Of we acht ‘kapitaaltjes’ wilden meenemen, hadden ze in Utrecht gevraagd. En zo kromden onze twee ruggen zich onder het gewicht van 8x3 delen van Das Kapital van Karl Marx, voor omgerekend drie gulden per trilogie aangeschaft, bestemd voor zelfstudie van theologiestudenten in Nederland. Op de terugreis konden de douaniers in de DDR nauwelijks geloven dat voor zoiets in het Westen belangstelling bestond en plozen de boeken door op listig verborgen samizdat. In die tijd stond de halve wereld nog vol met de borstbeelden van de bebaarde filosoof. Na de ineenstorting van het communisme raakte ook Karl Marx in diskrediet. Hij had weliswaar zelf geen bloed aan zijn handen, maar had toch het communisme ideologische munitie geleverd en zo ook veel misdaden gefaciliteerd, was de redenering. Vandaag de dag neemt de belangstelling voor Marx’ werk weer toe en halen moderne filosofen zijn denken onder het stof vandaan. Zelfs onder economen schijnt het tij te keren. Onder theologen is het stil geworden, al doen Dick Boer en Ton Veerkamp hun best. Wie weet?

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda