FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 09 October 2018 10:00

‘Ze noemen mij ook broeder’

Tekst: Willem Pekelder Tekst: Willem Pekelder Beeld: Fritz de With

Ralph Rousseau is een getalenteerd mens:  gepromoveerd natuurkundige en tegelijkertijd gambist in onder meer het Koninklijk Concertgebouworkest. Maar hij heeft ook een minder bekende kant: ‘parttime- monnik’ bij de franciscanen in Utrecht. Helaas gaat dat klooster nu dicht.

De gangen zijn verlaten, de cellen grotendeels ontruimd. We wandelen door een klooster in onttakeling: de minderbroeders franciscanen in Utrecht. Onze gids is musicus/fysicus Ralph Rousseau, die de afgelopen vijf jaar wekelijks één etmaal in het klooster verbleef.
“Natuurlijk voel ik weemoed als ik hier loop”, bekent hij, “maar ook dankbaarheid. Dit klooster was mijn thuis. Ik kwam er tot rust.” We passeren de kleermakerij, waar een eenzame naaimachine doet terugdenken aan de tijd dat broeder Marcel hier de pijen maakte voor zijn medefranciscanen.
Vervolgens de kapel waar de broeders sinds hun komst in dit klooster in 1973 elke dag de eucharistie vierden, en waar Rousseau drie cd’s opnam met zijn viola da gamba. De laatste, een meditatieve, zag op 30 juni het levenslicht en was tevens een afscheidscadeautje van de musicus aan de minderbroeders.
In de eetzaal treffen we Marcel  (57), samen met Ton (72) de laatst overgebleven franciscanen. De eerste vertrekt eerdaags naar een klooster in Valkenburg, de tweede naar een nieuwe communiteit in ’s-Hertogenbosch, gesticht op verzoek van een aantal jongere franciscanen in den lande. Ze wilden naar een middelgrote stad met een katholieke traditie, en waar kun je dan beter terecht dan in de Brabantse hoofdstad? En ‘Utrecht’? Dat wordt vermoedelijk een appartementencomplex.
We arriveren bij Rousseau’s eigen celletje. Kruisbeeld boven het bed, religieuze prenten aan de muur, Prodent op de wastafel. “Ik heb in dit klooster prachtige gesprekken mogen voeren”, vertelt hij, “bijvoorbeeld met broeder Herman, tijdens zijn langdurige sterfbed. En nooit zweverig, hè. Franciscanen zijn niet contemplatief, staan met beide benen op de grond. Ze spannen zich in voor de armen. Zelf zal ik niet snel al mijn bezit verkopen, maar ik geloof samen met de franciscanen wel dat de zin van het bestaan niet in het materiële is te vinden.”
In de keuken liggen de tomaten al klaar voor het middagmaal, dat altijd stipt om half één wordt uitgeserveerd, en geen minuut later. Die regelmaat schept vrijheid en rust, vindt de gambist. Hij hoeft zich in het klooster niet druk te maken over dagelijkse beslommeringen. Dat is voor buiten de muren.

Toevlucht
Rousseau, waar komt die naam vandaan? Hij werd 51 jaar geleden als Ralph Meulenbroeks geboren in het Brabantse Eersel. Maar als musicus tooit hij zich met de meisjesnaam van zijn moeder. Behalve dat die goed klinkt in de publiciteit, was het ook de achternaam van een Franse viola da gamba-speler die eind zeventiende eeuw een lesmethode voor dat instrument ontwikkelde: Jean Rousseau. Familie van de beroemde Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau is Ralph voor zover bekend niet.
Maar terug naar het Utrechtse klooster, waar Rousseau – gebruind gelaat, expressieve ogen en een grote bos blonde krullen – memoreert hoe slecht hij eraan toe was toen hij er in 2014 voor het eerst  aanklopte. “Ik zat in een scheiding en was aan het eind van mijn Latijn. Ik weet nog hoe broeder Herman de poort opendeed en me warm verwelkomde. Over de scheiding werd gesproken noch geoordeeld, maar de broeders – er waren er toen nog zeven – namen mij als vanzelfsprekend op als een van hen. Ze noemen mij ook broeder. Ik sta dichter bij hen dan bij mijn eigen broer. Een totale acceptatie.”
Maar het kloosterleven  kwam al eerder op Rousseau’s pad. Nadat zijn vader in 1997 plotseling op  57-jarige leeftijd was overleden, zocht de musicus in toenemende mate zijn toevlucht tot het monastieke bestaan. “Het geloof kreeg ik van huis uit mee. We waren een Brabants katholiek gezin, dat met enige regelmaat naar de kerk ging. Mijn vader had daarbij een grote afkeer van het instituut, maar hij was diepgelovig, ofschoon we over dat laatste helaas nooit hebben gesproken. Zijn geloof heb ik ‘overgenomen’ evenals zijn huiver voor alles wat groot, bureaucratisch en geïnstitutionaliseerd is.”

Lees het volledige interview in Volzin of door in te loggen op de website. "Hoe ouder ik word, hoe meer ik op de stem van God durf te vertrouwen."

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda