FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 29 August 2018 10:00

Goed ingelopen wandelschoenen

Tekst: Bert van der Kruk Tekst: Bert van der Kruk Beeld: PKN

Zien is kennen – over het geluk

Het geluk zit bij zonsopgang in de trein
en zingt Vivaldi met de kievit
fietst langs de waddendijk: een feilloos oog
voor wollen schapen, ruime lucht van Hollands blauw.
Looft keuken en kamer, leest de krant
loopt de straat door om de herfst te prijzen,
verliefd op het gouden licht van september
lacht het naar oude dames babies leren jacks.
Het geluk bezit goed ingelopen wandelschoenen.
's Avonds zit het aan tafel met vrienden
het drinkt oude jenever, volgt een talencursus
doucht elke ochtend warm zwemt ’s zomers
spetterend door de lauwe zee. Het geluk schrijft
lange brieven, eet een haring, heeft een moeder
viert Sinterklaas.
Het geluk ligt graag in bed. Het is getrouwd
heeft tot zijn verdriet geen kinderen maar
het geluk houdt zich groot.

Marjoleine de Vos (1957), uit: Zeehond graag (Van Oorschot, 2000).

‘Dit gedicht staat in een bundel van Marjoleine de Vos uit 2000. Ik had ergens gelezen dat haar ongewenste kinderloosheid er een rol in speelde, en dat was op dat moment ook een thema in míjn leven. Ik kocht dus de bundel en werd meteen geraakt door de stijl van de dichteres: hoe ze je met heel rake beelden haar gedichten in trekt. Dat spreekt me nog steeds aan, hoewel het thema van de kinderloosheid niet meer speelt. Een paar jaar later hebben mijn man en ik onze eerste dochter geadopteerd. Maar ik ben het verdriet in die laatste zinnen altijd wel een beetje blijven meevoelen. Het gedicht somt allerlei kleine momenten van geluk op: dat je gewoon blij kunt zijn met een kievit in de lucht en met een melodie in je hoofd; het leven lacht je toe. Maar dan is er een regel wit en komt er opeens een ander stukje, waarmee het geluk ook moet dealen. Dat vond ik toen heel herkenbaar: je bent niet ongelukkig, maar tegelijk ontbreekt er iets aan je leven waardoor het geluk toch een deuk oploopt.

Mijn leven is sindsdien anders gelopen. Ik heb wel kinderen gekregen, maar ben vervolgens gescheiden. Je belooft aan elkaar: tot de dood ons scheidt. En je denkt: dat is dan aan het eind van het leven. Maar zo werkt het niet altijd. Ook eerder kun je er achter komen dat er geen leven meer in zit; dat het – om zo te zeggen – trekken aan een dood paard is. Opgeven is dan een minder slechte keus dan volhouden. Ik heb in mijn werk gemerkt dat er heel veel mensen zijn die iets of iemand missen in hun leven. Ze zijn niet ontevreden, maar bij alle dingen die wél kloppen, is er ook altijd iets wat onaf is, wat ontbreekt, wat pijn doet. Dat gevoel kan ineens opdoemen in je leven, zoals het ook in dit gedicht na die witregel zomaar opdoemt. En dan houd je je, zoals het gedicht mooi zegt, groot. Je loopt er niet mee te koop, je doet je best om er wat van te maken. Dat herken ik. In de buitenwereld moet je je soms groot houden, maar dat kan niet altijd hè. Het is ook niet altijd de beste manier om ermee om te gaan. Ieder mens heeft een kwetsbare kant, maar die houd je vaak voor je zelf, voor de intimiteit, de binnenkamer – de plek waarnaar voor mij die mooie zin het geluk ligt in bed verwijst.

Ik ben een wandelaar, dus die zin over de goed ingelopen wandelschoenen vind ik prachtig. Hij herinnert me eraan dat ik nog mijn zooltjes moet vervangen voor ik op vakantie ga, want die zijn helemaal stukgelopen. Als ik wandel, heb ik altijd een melodie in mijn hoofd, want ik ben ook een zanger. Ik zing in een klassiek koor: Bach, Mendelssohn, Vivaldi, van alles. Daar kan ik heel gelukkig van worden. Het geluk zit voor mij in kleine momenten: als mijn kat op schoot springt, als ik met de buren spreek of als ik na afloop van een vergadering merk dat iedereen tevreden is. Ik heb nu heel bijzonder werk, vind ik. Ik ben blij dat ik mij op een heel verantwoordelijke plek kan inzetten voor de toekomst van de kerk. De kerk is geen fossiel in de tijd. We hebben onze plek in de samenleving, we zijn er. Punt. En niet steeds dat woordje ‘nog’ erbij. We zijn een gemeenschap waarin het nu eens niet om maakbaarheid draait, waar je niet op je successen en je vlotte buitenkant wordt aangesproken. Je hebt immers niet alles zelf in de hand, er is ook tekort. En de mooie dingen in het leven kunnen je soms gewoon overkomen; die kun je aanvaarden als een geschenk. Zoals die kievit in het gedicht ineens langs vliegt.”

Saskia van Meggelen (Zuidland, 1967) is sinds maart preses van de synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Ze is predikant in Breda en werkte eerder in de gemeenten Almkerk, Lopik en ’s Gravenmoer.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda