FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 01 October 2018 10:00

Zijn hand zal u bewaren

Tekst: Bert van der Kruk Tekst: Bert van der Kruk

DE MOEDER DE VROUW

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.
Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer,
en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

Martinus Nijhoff (1894-1953), uit: Verzamelde gedichten (Bert Bakker, 1990).

‘Voor sonnetten heb ik een bijzondere voorkeur. Ze hebben een strakke structuur en bieden daarbinnen een grote vrijheid. Daarin lijken ze op onze samenleving: wij hebben onze grote vrijheid alleen maar omdat er een structuur is. Als het een janboel is, heeft niemand vrijheid; dan is het ieder voor zich en God voor ons allen. Ik heb moeite met gedichten die geen enkele structuur hebben, geen rijm, geen binnenrijm, niks. In mijn categorie zijn dat geen gedichten. Ik denk dat mijn voorliefde voor sonnetten iets met mijn karakter te maken heeft, namelijk dat ik zelf dat houvast ook nodig heb. En ik heb blijkbaar goede leraren gehad die mij de liefde voor poëzie bijbrachten. Tijdens mijn lagereschooltijd woonde ik in Engeland, waardoor Shakespeare een van mijn favorieten werd. In mijn gymnasiumjaren bij de jezuïeten in Zeist kwam P.C. Hooft daarbij: Gezwinde Grijsaard die op wakk’re wieken staag de dunne lucht doorsnijdt…

Maar nu kies ik voor dit meesterwerk van Martinus Nijhoff uit 1933. Wat hij in die voorgeschreven veertien regels allemaal voor elkaar krijgt, ongelooflijk! Veel spreekt me persoonlijk aan. Om te beginnen die nieuwe brug waardoor Nijhoff gefascineerd was. Bruggen verbinden iets. Mijn hele politieke leven ben ik daarmee bezig geweest: standpunten met elkaar verbinden, zodat er een besluit genomen kan worden. Dat is iets heel anders dan de polarisatie die je nu in Amerika ziet. Je moet altijd rekening houden met de minderheid, ook al hoor je zelf tot de meerderheid. Dat is zo’n beetje de grondslag van onze Nederlandse democratie. Wij hebben geen eenhoofdige leiders, geen Trumpen. Wij beslissen zaken in colleges. In de ministerraad wordt zelden gestemd, er wordt altijd geprobeerd om tot een gezamenlijk standpunt te komen. Dat is democratie. Maar ook bij ons dreigt polarisatie. Voor mij is de democratische rechtsstaat een heilige zaak; dat is de structuur waarbinnen we onze vrijheid gebruiken. Maar die wordt van verschillende kanten onderuit gehaald, ontkend. Het is rampzalig als mensen zeggen: die rechters doen maar wat. Rechterlijke en ook parlementaire instellingen zijn met bloed bevochten; die moet je niet van binnenuit afbreken.

En dan ligt Nijhoff daar in het gras naar de brug te kijken en hoort hij een stem uit de oneindigheid. Dat heeft wel iets weg van de stem van Onze Lieve Heer, hè? Maar dan – boem! – blijkt dat plotseling een vrouw te zijn. Geweldig vind ik die overgang, precies zoals het hoort in een sonnet. Ze staat aan het roer. Daarom vind ik de actie van die driehonderd schrijvers die protesteerden tegen het besluit van het CPNB om de titel van dit gedicht als thema voor de Boekenweek 2019 te kiezen, getuigen van domheid. Ze hebben blijkbaar Nijhoff niet gelezen! Hij zet de vrouw niet alleen neer als moeder, maar juist ook als sterke persoonlijkheid. Ik ken geen ander gedicht waaruit de vrouw zo sterk tevoorschijn komt. Ze beheerst het schip, ze vaart over de Waal, ze zingt psalmen. Nou dan! De tekst die ze zingt, staat overigens niet letterlijk in de psalmen, maar is er wel een soort samenvatting van. In mijn lezing verwijst het laatste deel – Zijn hand zal u bewaren – naar psalm 91. Dat is mijn lievelingspsalm, vanwege de belofte dat Hij ook mij zal bewaren in tijden van tegenspoed: al vliegt de pijl overdag en gaat de pest bij nacht – Ik zal bij u zijn. Als iets een troostend woord is, dan is dat het wel. Het gevoel dat je niet alleen bent.” 

Erik Jurgens (Altona, 1935) is rechtsgeleerde. Was lid van de Tweede Kamer (PPR, PvdA) en van de Eerste Kamer (PvdA). Als senator stelde hij voor om elke fractievergadering te eindigen met een gedicht. Jurgens was ook hoogleraar staatsrecht en mediarecht en voorzitter van de NOS.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda