FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 20 September 2018 10:00

'Niet voor luie dominees'

Tekst: Jeroen Fierens Tekst: Jeroen Fierens

Een ‘Gideonsleger’ van goed onderwezen en gemotiveerde jongelingen, zo zag ds. Jan van Dijk Mzn. de toekomstige predikanten die studeerden in het door hem opgerichte internaat Ruimzicht. Vroeg opstaan was daar voorschrift want “luie dominees zijn er al genoeg”. Anderhalve eeuw later geldt nog altijd: “Je mag er zijn, maar er wordt ook iets van je verwacht.”

Van buiten lijken het studentenhuizen als zovele: (veelal monumentale) panden in de centra van Utrecht, Amsterdam en Groningen, vertrapte fietsen voor de deur en sporadisch een over de herrie klagende buurman. Maar wie een kijkje achter de voordeur van een ‘convivium’ neemt, ontdekt dat hier meer aan de hand is: er wordt samen gegeten, gevierd, geleefd. De convivia staan in de lange traditie van Stichting Ruimzicht, die dit jaar haar 150-jarig bestaan viert. Ooit begonnen als internaat om jonge jongens voor te bereiden op het predikantschap, is het gezicht van Ruimzicht in 150 jaar sterk veranderd. Toch staat de stichting nog altijd stevig geworteld in dezelfde bodem: “Je mag er zijn, maar er wordt ook iets van je verwacht.”

Vroeg opstaan
Het verhaal van Ruimzicht begint halverwege de negentiende eeuw bij de Friese dominee Jan van Dijk Mzn. De verhalen die over hem verteld worden, schetsen het beeld van een zeer idealistisch en bevlogen figuur die zich door niemand van de wijs laat brengen. Zijn biograaf omschrijft zijn temperament als ‘cholerisch’: “Het was een echt actief wilstemperament. (…) Wat hebben zij hem slecht verstaan, die hem een hard man noemden. (...) Hij zag slechts zijn roeping, zijn doel, zijn ideaal en voorts God en hij kon zich eigenlijk niet begrijpen, dat men daar tegen in kon gaan.” Van Dijk komt als twintiger in aanraking met het Reveil en wordt geraakt door de bevlogen wijze van geloven die hij daar tegenkomt. Op zesentwintigjarige leeftijd begint hij, naast werk en gezin, aan de predikantsopleiding die hij – met volgens zijn biograaf slechts vier uur slaap per nacht – in zes jaar tijd afrondt.
Op zijn tweeëndertigste wordt Van Dijk aangesteld als predikant van de Christelijke Afgescheiden gemeente te Doetinchem, maar zijn blik reikt vanaf het eerste begin veel verder dan dat. De ‘ware zendingsgeest’ ontbreekt in de kerk, meent hij, en er is een ‘Gideonsleger’ nodig van goed onderwezen en gemotiveerde jongelingen om het tij te keren. Gemotiveerde jongelingen waren er in zijn beleving genoeg te vinden, maar niet zozeer in de hogere klassen waar predikanten in die tijd over het algemeen uit afkomstig waren. Zo ontstaat al snel de wens een internaat te stichten waar jonge jongens uit alle lagen van de bevolking degelijke voorbereiding op het predikantschap ontvangen, om ze daarna door te sturen naar Utrecht voor de studie zelf. Van Dijk laat er geen gras over groeien en op 26 november 1868 wordt het internaat Ruimzicht in Doetinchem feestelijk ingewijd en nemen de eerste zeven ‘kweekelingen’ er hun intrek.
Het leven in het internaat wordt door Van Dijk strak georganiseerd. “Ik vorder dus billijk van al onze kweekelingen, dat zij vroeg opstaan omdat ik niet wil vormen zenuw- zwakke, vadsige, aan zinnelijkheid toegevende voorgangers. Er zijn luie dominees genoeg,” meent hij.
Er is een strakke dagindeling, een lesprogramma en een leerzaal waarin op vaste tijden buiten de schooluren om gestudeerd dient te worden. De oudere jongens krijgen extra taken als het begeleiden van de jongere jongens en het geven van zondagsschool in de kerken en dorpen in de omgeving. Toch ervoer Hans Greive, die van 1949 tot 1952 als alumnus in het internaat woonde (zie kader), het leven er geenszins als benauwend: “Er werd geen druk op je uitgeoefend, ook niet dogmatisch. Er heerste onder Wim Dekker, die destijds directeur was, een open geloofsopvatting die in mijn beleving kenmerkend was en is voor het werk van Ruimzicht: dat je getuigenis aflegt van de hoop die je in je leven hebt – niet alleen door woorden, maar vooral door hoe je leeft.” Jaren later werd Greive voorzitter van het bestuur van Ruimzicht. “Toen waren de convivia er inmiddels, daarvan heb ik meerdere bezocht. Hoewel er een heel andere sfeer heerst dan in het internaat, herkende ik er toch ook veel terug. De manier van samenleven, de dienstbaarheid door vrijwilligerswerk te doen in de wijk, het past helemaal in de opdracht van Ruimzicht.”

Makkers
Het internaat in Doetinchem blijft – hoewel verder uitgebreid en gemoderniseerd – in min of meer dezelfde vorm bestaan tot het jaar 1954. Onder meer de hoge kosten van het landgoed en de wens nauwer met de Hervormde Kerk samen te werken leiden dan tot het besluit te verhuizen naar het Hydepark in Doorn, waar de nieuwe locatie de naam Nieuw Ruimzicht krijgt. Maatschappelijke veranderingen, waaronder de invoering van studiefinanciering, maken echter dat in het internaatsconcept steeds minder houdbaar wordt en er wordt interne discussie gevoerd over de vraag hoe Ruimzicht in deze nieuwe situatie relevant kan blijven en invulling kan geven aan haar doelstellingen. Er wordt gekeken naar een bredere positionering als ‘opleidingscentrum’, de benaming ‘internaat’ wordt in 1968 vervangen door ‘centrum’ en in 1971 worden voor het eerst in de geschiedenis ook meisjes tot Ruimzicht toegelaten.
De grootste verandering vindt echter plaats in 1975, wanneer het (niet onomstreden) besluit wordt genomen dat Ruimzicht haar huidige gezicht zal geven: de overgang van het internaat naar ‘convivia’ in universiteitssteden. Hier ligt vindt Ruimzicht vanaf nu haar ‘opdracht’, want, zo meent predikant-directeur Wolfensberger: “De universiteiten en hogescholen zijn, mede door schaalvergroting, katalysatoren en broeinesten geworden van allerlei individuele problemen. (Het is duidelijk dat) ...vooral veel jongerejaars gewoonweg verdwalen, zoekraken, zichzelf verliezen, omdat er geen makker is, geen begeleider en geen bezield verband.” Bij het afscheid van Nieuw Ruimzicht hebben in de twee internaten bij elkaar ruim 800 leerlingen gewoond, waarvan er 600 predikant zijn geworden. Inhoudelijk betekent de overgang naar convivia vooral dat de nadruk nog meer komt te liggen op samen leven. Niet langer zal een predikant-directeur of directeursechtpaar het dagelijks leven van bovenaf begeleiden, de regels en kaders van het samenleven worden voortaan onderling bepaald en gehandhaafd.

Hoe gaat het verder met Ruimzicht? "Juist in deze tijd waarin er veel van studenten wordt gevraagd, is het belangrijk een plek te hebben waar je écht thuis kunt komen, waar ruimte is om samen na te denken over wat er voor jou toe doet: wat vind ik belangrijk, wat geloof ik? Hoe wil ik mijn leven vormgeven?” Lees het volledige artikel in het septembernummer van Volzin of door in te loggen op de website. 

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda