FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 19 September 2018 10:00

In het gebed geloven we

Tekst: Jurgen Tiekstra Tekst: Jurgen Tiekstra

In de filmrubriek deze maand aandacht voor de nieuwe Franse speelfilm La Prière, waarin een 22-jarige heroïneverslaafde afkickt in een katholieke gemeenschap. Daar geldt: ora et labora. De film roept de vraag op wat er precies gebeurt als we bidden. Waarom heeft het gebed zo’n magnetische kracht?

Het is tweeduizend jaar geleden dat Jakobus, de broer van Jezus, een vel papyrus pakte en daarop met overtuiging schreef wat in zijn ogen een doorvoeld gebed vermag. Het gebed van een rechtvaardige mist zijn uitwerking niet, bezwoer hij in zijn brief. “Elia was een mens als wij, en nadat hij vurig had gebeden dat het niet zou regenen, is er drieëneenhalf jaar lang geen regen gevallen op het land.” Sterker nog: “Toen bad hij opnieuw, en de hemel gaf regen, en het land bracht zijn vrucht weer voort.”
Eerder in dezelfde brief schreef hij afwijzend over iemand die een gebed bidt waarin twijfelzucht en weifeling zit. “Wie zo aarzelend en onberekenbaar is bij alles wat hij doet, moet niet denken dat hij iets van de Heer zal krijgen.”
Maar wie bidt niet ooit met aarzeling, of misschien zelfs al met een gevoel van vergeefsheid vanaf de eerste uitgesproken woorden? Dat is meer dan menselijk. Oordeelde Jakobus daar zo hard over omdat het zijn eigen zwakte was: gebeurde het hemzelf dat hij zich overtuigd tot God verlangde te richten, maar dat de woorden hem bestierven in de mond? En toch: zelfs met een sceptisch gevoel in de buik behoudt de daad van het bidden een magnetiserende kracht. De handen zijn snel gevouwen of opgeheven, en innerlijk prevelend dwarrelt er een gebedje omhoog.

Op de bodem
De 22-jarige Thomas is een toxico, zoals Fransen een drugsverslaafde noemen. Na een overdosis heroïne wordt hij in de openingsbeelden van de nieuwe speelfilm La Prière (Het gebed), naar een katholieke gemeenschap van (ex-)verslaafden in de Franse Alpen gebracht. Daar, op een bergplateau tussen de besneeuwde toppen in het departement Isère, wordt hij omringd door een samenraapsel van mannen en jongens met een verleden van verslaving. Op die afgelegen plek moet hij nu afkicken, zonder hulp van methadon of wat dan ook. En verder is het ora et labora: hout klieven, in de tuin werken, desnoods in de bevroren grond een gat graven en weer dichtgooien. En verder vooral bidden, bijbelteksten oplezen, religieuze liederen zingen begeleid op akoestische gitaar, zigzaggend over een heuvel lopend de Apostolische Geloofsbelijdenis opzeggen, en af en toe een schuldbekentenis afleggen ten overstaan van de groep. Alles is oefening in nederigheid.
Filmregisseur Cédric Kahn geeft geen antecedenten van deze Thomas. In de auto op weg naar Isère hangt hij doodmoe voorover in de gordel, een hoofdwond bij zijn linkeroog. Hij kijkt verstoord en is op z’n hoede. Hij heeft weliswaar baardgroei, maar als de tondeuse over zijn kop is gegaan, lijkt hij net iemand van zestien jaar. Achttien op z’n hoogst. Hij heeft zijn middelbare school niet afgemaakt, merkt hij later in de film op, en benadrukt direct daarna dat hij allesbehalve dom is. Maar verder blijft Thomas een blanco canvas: iemand die kennelijk op de bodem van zijn leven zit en zich om een of andere reden ineens bevindt in een religieuze gemeenschap.

Lees het volledige artikel in Volzin of door in te loggen op de website. "Is het niet zo dat we door te bidden vaak doen alsof we voluit geloven, maar dat we in werkelijkheid vooral verlangen naar een vol geloof?"

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda