FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 07 September 2018 10:00

'Lekker hummen met z'n allen'

Tekst: Bert van der Kruk Tekst: Bert van der Kruk Beeld: Dolph Cantrijn

Muziek heeft geen betekenis, maar is wel betekenisvol. De Tilburgse muziekwetenschapper en theoloog Martin Hoondert bestudeert de innige relatie tussen muziek en religie. “Muziek creëert een ruimte waarin het heilige zich toont.”

Wat hebben muziek en religie met elkaar te maken? Veel, heel veel, antwoordt Martin Hoondert (50), de aangewezen man om iets zinnigs over deze vraag te zeggen. Hij belichaamt beide elementen in zijn werk- en privéleven. Nadat hij muziekwetenschap had gestudeerd en gefascineerd was geraakt door de religieuze muziek van de middeleeuwen, besloot hij theologie te gaan studeren. De twee werelden komen tegenwoordig samen in zijn functie als universitair hoofddocent Muziek, religie en ritueel aan Tilburg University.
In zijn werkkamer zijn beide werelden goed te herkennen. Rechts staan de theologieboeken, links de muziek, waaronder een hele plank Johann Sebastian Bach. Op de vraag of de grote Bach de componist is die hem het meest raakt, komt echter een onverwacht antwoord. “Nee, dat is op dit moment eerder de muziek van wat we de nieuwe spirituelen noemen: Arvo Pärt, Henryk Górecki onder anderen en – uit Nederland – Joep Franssens. Dat zijn componisten die me enorm intrigeren. Ik vind hun muziek heel weldadig en luister er graag naar. Tegelijk vind ik het als wetenschapper fascinerend om te zien wat hun muziek teweegbrengt bij zoveel andere luisteraars. Dat er zóveel mensen zijn die helemaal opgaan in die muziek.”
Daarnaast wordt hij bijna altijd geraakt door de muziek die hij onder handen heeft, voor zijn werk of als dirigent van een Tilburgs koor. “Dat koor heeft een heel breed repertoire. We zingen popmuziek, maar ook Mendelssohn en gregoriaans. Als we een bepaald stuk hebben ingestudeerd of uitgevoerd en het zit er nog goed in, dan kan ik soms denken: ja, dit is het, hier gebeurt het.” Hoondert zingt al vanaf zijn kindertijd en begon als achttienjarige met dirigeren. Hij speelde orgel en daarna piano en wilde naar het conservatorium. “Maar ik was gewoon niet goed genoeg. Daar was mijn pianoleraar heel duidelijk in: niet doen. En dus werd het muziekwetenschap.”
Repeteren met het koor levert ook altijd boeiende gesprekken op. “Nu staan we hier met z´n allen wel het lijdensverhaal te zingen, maar waar gaat dat eigenlijk over? Wat heb ik daarmee van doen?” Al snel begint het zoeken naar betekenis. Dat blijkt ook als docent Hoondert zijn studenten in het eerste studiejaar vraagt om muziek mee te nemen die voor hen betekenisvol is en daarover te vertellen.
Hoondert: “Dan hoor je de mooiste verhalen. Meteen gaat het over relaties, ouders, liefde, reizen, dood… Het is nog niet direct religie, maar wel het speelveld van muziek en sacraliteit, waarop mensen ontdekken dat ze in een groter geheel staan. De muziek reikt kennelijk iets aan wat ze nauwelijks in woorden kunnen pakken, maar waarvan ze meteen intuïtief zeggen: dít is belangrijk, dit is heilig voor mij. De muziek zelf heeft geen betekenis, zeg ik altijd. Maar ze creëert wel een ruimte waarin het heilige zich toont.”

Is iedereen het daarover eens, dat muziek geen betekenis heeft?
“Nee, daar zijn we het helemaal niet over eens. Binnen de muziekfilosofie is er altijd wel discussie geweest: draagt muziek betekenis over of is ze inderdaad een vrije ruimte? De Russische componist Igor Stravinsky zei: ‘Muziek kan niets zeggen; muziek gaat over niets anders dan muziek.’ De Duitse muziekcriticus Eduard Hanslick had ook al gezegd dat muziek niets meer meedeelt dan noten: ze is pure vorm.
Dat probeer ik mijn studenten ook duidelijk te maken. Als ik ze een stuk muziek laat horen dat ze helemaal niet kennen, bijvoorbeeld uit de renaissance, en daarna vraag wat het betekent, dan kijken ze me natuurlijk heel verbaasd aan. Dan zie ik ze denken: onmogelijke vraag. Voor de interpretatie van teksten hebben ze tools gekregen, maar daar kun je bij de interpretatie van muziek niks mee. Een woord verwijst naar iets in de werkelijkheid, in de muziek heb je daar geen equivalent voor. Daar heb je andere theorieën voor nodig.
Vaak hoor ik daarna wel schuchter de opmerking: ‘Maar ik vond het wel mooi.’ Dan is dat dus misschien de betekenis, zeg ik. En ik vraag: wat gebeurt er als jouw vriend of vriendin tegen jou zegt: ik hou van jou. Zou in muziek niet hetzelfde kunnen gebeuren? Dat de muziek je omarmt en tegen je zegt: ik hou van je. Misschien moeten we op die manier over de betekenis van muziek denken, dus niet in de zin van verwijzen, maar meer op de manier waarop mensen voor ons betekenis hebben, betekenisvol zijn.
Maar goed, er zijn ook muziekfilosofen die beweren dat muziek wel degelijk kan verwijzen, dat ze staat voor emoties bijvoorbeeld. En helemaal onwaar is dat ook weer niet, want we luisteren natuurlijk zelden naar pure klank die we nog niet kennen. Ik kan mijn studenten wel min of meer dwingen om dat te doen, maar meestal luisteren we naar muziek die we al kennen en bepaalde herinneringen oproept of in een bepaald kader klinkt. Zodra ik muziek in de kerk speel of laat horen, dan zal ik wel iets religieus te zeggen hebben. Maar dat is framing: het zit in de performance, niet in de muziek zelf. Ik houd dus voorlopig maar vast aan de stelling: muziek heeft geen betekenis, maar ze is wel betekenisvol.”

"De concentratie die je nodig hebt om een tekst te zingen, wil ik eigenlijk loslaten, zodat mensen heel vrij kunnen hummen en juist daarin iets van God ervaren", vertelt Hoondert. Lees het volledige interview in het septembernummer van Volzin of door in te loggen op de website. 

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda