FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 06 September 2018 10:00

Krimpen zonder kramp: 'Houd de dorpskerk open'

Tekst: Nynke Sietsma Tekst: Nynke Sietsma Beeld: Anton van Daal

Om de kerk in kleine kernen te steunen gaat binnen de Protestantse Kerk in Nederland deze maand een heuse dorpskerkenbeweging van start. Vraag is: hoe kun je als dorpskerk een vitale rol binnen de lokale gemeenschap spelen? Nynke Sietsma reisde af naar Grolloo en Lexmond. Houd de dorpskerk in ieder geval open, zo luidt het advies daar, weet wat er speelt en heb zorg voor mensen die buiten de boot vallen. “En overwin als kerk je verlegenheid”, vult onderzoeker Jacobine Gelderloos aan.

De dorpskerk heeft het moeilijk. De kerkbanken raken leeg, het budget krimpt, het aantal actieve leden en vrijwilligers neemt af en soms sluiten de kerkdeuren zelfs helemaal. Maar somberen hoeft niet. Een aantal van hen, hoe klein ook, schieten ondanks de krimp niet in de kramp en blijven een levendige rol vervullen in het dorp. Hoe ze dat doen? Door er simpelweg te zijn in het dorp, subtiel, niet te zieltjes-winnerig, maar met oprechte betrokkenheid. En de kerk moet open. Ook voor activiteiten naast de kerkdiensten. 

Neem Grolloo, een Drents plaatsje van ongeveer vijfhonderd inwoners. Een typisch Drents vrijzinnig dorp, zegt dorpsdominee Gerhard ter Beek. De 180 leden – op papier – zitten zondags echt niet allemaal in de kerkbanken. Schroef dat aantal gerust terug naar dertig. Typisch Drents, vindt Ter Beek. “Drenten hebben een ambivalente houding tegenover de kerk. ‘De kerk moet er wel zijn, maar dat wil toch niet zeggen dat ik er ook moet komen’, zei een man eens tegen mij. Dat typeert het vrijzinnige karakter bij uitstek.”
Kerkbezoek is niet per se dé graadmeter voor een vitale dorpsgemeenschap, vindt Ter Beek, al helpt het uiteraard ook niet mee als er niemand in de kerk zit en er geen kerkenraadslid meer te krijgen is. Maar er voor elkaar zijn is ook een vorm van kerkgemeenschap. Noem het praktische spiritualiteit. En dat doen ze in Grolloo.
De kerk sluit volledig aan bij álle dorpsactiviteiten. Naast alle sport- en toneelverenigingen zijn dat er nogal wat. Er is een dorpsraad, er is een activiteitencommissie, er is een werkgroep die omkijkt naar de groep ouderen in het dorp en gezamenlijk een boerderij aankoopt om ze daar te kunnen vestigen zodat ze in het dorp kunnen blijven. En bij al die organisaties is iemand vanuit de kerk betrokken. Ter Beek: “Iedere maand organiseert een werkgroep een dorpsmaaltijd waar gemiddeld zeventig mensen komen eten. In die werkgroep zitten twee kerkenraadsleden. Daardoor weten we er wat er speelt.” Daarnaast geeft de dominee godsdienstles op de plaatselijke basisschool. Kerk en dorp weten elkaar uitstekend te vinden, zonder zich bij elkaar op te dringen. “Als dominee moet ik niet te vaak op visite komen. Daar houden Drentenaren niet van. Ik ben dan wel overal bij, maar ik houd het low profile.”

Uit de kramp
Hoe erg is het eigenlijk als een dorpskerk verdwijnt en de bewoners terecht kunnen in een nabijgelegen plaats in een verwarmde kerk waar wel een fulltime dominee aan de slag is? “Ja, kan”, zegt dorpskerkonderzoeker Jacobine Gelderloos nuchter. “Dat gebeurt natuurlijk al lang. Maar wat doet dat met de leefbaarheid van een dorp als zo een unieke plek, waarin het gevoel van gemeenschap met het heilige samenvalt, verdwijnt? Die plek vind je niet in het dorpscafé, in de winkel of in de basisschool. Áls die er nog zijn.”
Gelderloos promoveert in september aan de Protestantse Theologische Universiteit op de vraag hoe kerken bijdragen aan de leefbaarheid van het platteland. Haar boek Sporen van God in het dorp verschijnt op de landelijke dorpskerkendag op 24 september in Maarn. Ze zag tijdens haar onderzoek – waarbij ze een protestantse gemeente in Groningen en eentje in Brabant stevig onder de loep nam – hoe het dorpsleven ingrijpend is veranderd. “Dorpsbewoners vliegen dagelijks of wekelijks het dorp uit. Als je niet meer naar je eigen kerk kan en ook op zondags ook het dorp weer uit moet om een kerkdienst te bezoeken, doet dat iets met de gemeenschap. Waar zie je elkaar dan nog?”
Wat haar ook opviel is dat dorpelingen het doorgaans vanzelfsprekend vinden dat de kerk er is. De aanwezigheid van de kerk is voor hen van een andere orde dan de aanwezigheid van een bakker of basisschool, die soms inderdaad uit het dorp verdwijnen. Ondertussen worstelen de kleine overgebleven kerkgemeenschappen met het aanhouden of zelfs vinden van actieve kerkleden, met de financiën en met de vraag hoe het nou verder moet in de toekomst. Die laatste vraag, en hoe de boel te organiseren, is vaak dominant in die kleine kerkgemeenschappen, merkte Gelderloos. En dat is jammer, vindt ze. Want oprechte betrokkenheid met het dorp zou het motief van een dorpskerk moeten zijn, vindt Gelderloos, niet overlevingsdrang.
Maar hoe kom je uit die kramp? “Door je stapje voor stapje meer te laten zien in het dorp”, vindt de Groningse onderzoekster. “Dat kan al heel simpel door een stukje in het kerkblad of de dorpskrant te schrijven bijvoorbeeld. Het kerkblad wordt beter gelezen dan je zou vermoeden.” Ook op belangrijke momenten voor het dorp, zoals Kerst en Oud en Nieuw en het dorpsfeest, is het belangrijk dat de kerk zich laat zien, hoe klein ook. “Als een dorpskerk uitstraalt dat de dorpsgemeenschap belangrijk is voor de kerk, dat mensen gezien worden, is dat een enorm signaal.” Om vitaal te blijven, zou een dorpskerk dus moeten weten wat er allemaal speelt binnen het dorp. Zodra kerken oog hebben voor leefbaarheidsvraagstukken op het platteland zoals vergrijzing, de participatiesamenleving, de woningmarkt, de voedselvoorziening of thema’s als duurzaamheid, verdwijnen zorgen over het voortbestaan van de kerk naar de achtergrond, ontdekte Gelderloos.

Investeren in betrokkenheid
Maar kleine kerkgemeenschappen weten volgens Gelderloos niet altijd hoe ze handen en voeten moeten geven aan die leefbaarheidsvraagstukken. Niet alleen omdat ze om kennis verlegen zitten, maar ook door wat zij betitelt als ‘kerkelijke verlegenheid’. De kerk mag zich niet opdringen, maar moet er wel zijn, net zoals de Grolloërs in Drenthe dat verwachten. Mensen zijn terughoudend om expliciet christelijk of kerkelijk naar buiten te treden omdat ze bang zijn om beschuldigd te worden van zieltjeswinnen. Anderszins vinden kerkleden het vaak lastig om onder woorden te brengen wat hun geloof nou precies voor ze betekent en hoe je dat kunt praktiseren. “Dat is ook lastig, dat vergt reflectie.” Toch kunnen kleine stapjes helpen. “In het Groningse dorp Huizinge bijvoorbeeld, had het dorpsfeest een tuinenthema. Het viel samen met Open Monumentendag met het thema ‘In het Groen’. De themadienst ging die zondag over het Paradijs.”
Gelderloos snapt dat het geen eenvoudig karwei is om als kleine dorpskerk zichtbaar naar buiten te treden als de organisatie daarvan op de schouders terechtkomt van een kwetsbaar, klein groepje. Soms zelfs zonder dominee, omdat er een vacature is. Overbelasting ligt dan op de loer. “Dat los je op door te inventariseren waar mensen al bij zijn betrokken in het dorp. Waar de lijntjes lopen. Zit er iemand bij Dorpsbelangen? Is er iemand actief bij Vluchtelingenwerk?” De Grolloo-way dus.
“Ook in Grolloo is het geen hosanna hoor”, zegt dominee Ter Beek. Ook daar speelt de kerkkrimp een rol, maar een kramp is er niet. “Wij hebben hier te maken met een monumentaal kerkgebouw dat onderhouden moet worden. We stellen de kerk daarom ook vaak open buiten de diensten. Voor concerten bijvoorbeeld. Het dorp juicht dat toe. Zo hebben we bijvoorbeeld een bluesfestival. Dat organiseren we samen met bluesliefhebber en presentator Johan Derksen die hier is komen wonen. Daarnaast experimenteer ik met liturgische vormen. Vooral om de jongere doelgroepen te bereiken. Want die krijg ik lastig binnen. De kerkenraad geeft mij daarin de vrije hand. Die zegt: ‘als het ons niet bevalt dominee, dan zeggen we het wel’.” Ter Beeks tip voor dorpen die het lastiger hebben: houd de dorpskerk open.

Bij de tijd blijven
In Lexmond, een dorp onder Utrecht, staat een jonge predikant aan het roer bij de protestantse gemeente Lux Mundi. Het dorp telt ongeveer tweeduizend inwoners en heeft een flinke kerkgemeenschap van wel 700 leden. De dertigjarige Willem Roskam ging er drie jaar geleden blanco in als vers afgestudeerde stadsjongen, zegt hij. Hij trof een levendige gemeente aan waar het overgrote deel van de kerkgemeente actief is in het dorp. Het ene kerklid is betrokken bij de korfbal, de ander bij de Oranjevereniging, en weer een ander helpt mee met de voedselbank vanuit de plaatselijke supermarkt. “Het loopt in elkaar over. En dus weten we wat er speelt. Ook buitenkerkelijken weten dat ze hier welkom zijn, het dorp vormt een hechte sociale structuur. Ik ben onderdeel geworden van een verweven geheel, dat al generaties lang bestaat. Dat is soms ook lastig hoor, je moet het met elkaar doen. Maar mensen staan voor elkaar klaar. Als er een dorpsbewoner overlijdt die geen kerklid was, gebeurt het regelmatig dat diegene wel vanuit onze kerk wordt begraven.” Pas later realiseerde Roskam zich hoe waardevol het is dat ‘zijn’ dorpsgemeente levendig is. “Ze weten hier in het dorp dat het niet vanzelfsprekend is en ze zijn er dan ook zuinig op.”
Of die hechte verbinding met het dorp ervoor zorgt dat het ledenaantal van Lux Mundi niet terugloopt, in tegenstelling tot dat van veel andere dorpskerken, durft Roskam niet te zeggen. “Ook wij moeten ons best doen om bij de tijd te blijven”, zegt hij. “Als een kerkenraadslid het ambt te intensief vindt, proberen we een andere vorm te vinden. Als vier jaar een te lange termijn is bijvoorbeeld, doen we twee jaar. Of vullen we het ambt in door een echtpaar.”

Sociale samenhang
Terugkijkend op zijn ervaring als nieuwbakken dorpsdominee was het volgens Roskam vooral belangrijk om mee te gaan in de sociale dorpsstructuur. “Ik loop hier niemand voor de voeten. Wel probeer ik te stimuleren dat mensen mogelijkheden zien om actief te zijn binnen de kerk – vanuit hun eigen expertise – en die vooral aan te grijpen. Als de zaken goed lopen in de kerk, als er aandacht is voor de jonge kinderen en de tieners, en mensen voelen dat er iets leeft, raken mensen gemotiveerd om ook weer mee te doen.” Toen de Wmo van kracht werd, de Participatiewet, stak de kerkenraad en de dominee de hoofden bij elkaar. “We zeiden tegen elkaar: laten we in de gaten houden of er mensen buiten de boot vallen. Ook als ze geen lid zijn van de kerk. Dat is ook kerk zijn. De sociale samenhang is essentieel voor een dorp.”
De ideale samenwerking tussen dorp en kerk is er niet, zegt onderzoekster Gelderloos. “Ieder dorp is anders. In Brabant heeft een protestantse gemeenschap sowieso alweer een andere rol tussen alle katholieke parochies dan de protestantse gemeenschap in Groningen die ik onderzocht. Oprechte betrokkenheid en zichtbaarheid is de sleutel, dat geldt voor ieder dorp.” 

De Protestantse Kerk in Nederland is een dorpskerkenbeweging begonnen. Aftrap daarvan is de landelijke dorpskerkendag op 24 september in Maarn. De dag is speciaal bedoeld voor kerkenraadsleden, predikanten en kerkelijk werkers die werkzaam zijn in een dorp. Ook heeft de PKN drie dorpskerkambassadeurs aangesteld. Promovenda Jacobine Gelderloos, die op diezelfde dag haar boek Sporen van God in het dorp, nieuwe perspectieven voor kerken op het platteland presenteert, is projectleider van de dorpskerkenbeweging. In Nederland zijn ruim vijfhonderd dorpskerken en de PKN roept op om ze vooral aan te laten haken.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda