FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 17 September 2018 10:00

Contemplatie de bron, actie de stroom

Tekst: Thomas Quartier Tekst: Thomas Quartier Beeld: Hollandse Hoogte

Het meditatiekussen en de straat lagen voor trappist en vredesactivist Thomas Merton in elkaars verlengde. Vijftig jaar na diens dood zijn zijn inzichten nog altijd actueel. Thomas Quartier over de monnik, de profeet en de binnenkamer.

Spiritualiteit en maatschappelijk protest zijn tegenwoordig vaak gescheiden circuits. Het lijkt geen probleem om spiritueel te zijn zonder daar sociaal-politieke consequenties aan te verbinden, en omgekeerd kun je betrokken zijn bij een maatschappelijke beweging zonder daar een spirituele drijfveer voor te hebben. Vijftig jaar geleden lag dat anders. In het iconische jaar 1968 was spiritueel engagement per definitie maatschappelijk relevant, en het protest was ondenkbaar zonder de diverse spirituele achtergronden van de hippiegeneratie. Natuurlijk was de verhouding tussen spirituele bezinning en publiek engagement nooit een gemakkelijke, maar wél essentieel voor de echt profetische stemmen. Eén daarvan was de Amerikaanse trappistenmonnik Thomas Merton, die vijftig jaar geleden, op 10 december 1968, door een tragisch ongeval tijdens een conferentie in Bangkok om het leven kwam. Zijn stem en zijn inzichten zijn ook nu nog actueel.

Op eigen benen
Vandaag horen we nog maar zelden stemmen van geëngageerde mensen die door hun spirituele boodschap de wereld veranderen. De oorzaak is zeker niet dat er geen noodzaak voor die verandering zou zijn, want er zijn meer brandende oorlogshaarden en vluchtende mensen dan ooit. Het ontbreekt eerder aan een bezieling die niet aan een bepaalde concrete crisis gekoppeld is, maar die van binnenuit komt. De inspiratie om een relevante boodschap over te dragen kan alleen maar spiritueel van aard zijn. Dat wisten ook al veel ‘achtenzestigers’, die ook de bijbehorende dilemma’s kenden: aan de ene kant effectief protesteren en actievoeren, aan de andere kant ruimte geven aan spiritualiteit en je terugtrekken. Thomas Merton heeft zo ongeveer alle politieke stromingen van zijn tijd doorlopen en belandde ten slotte in de binnenkamer: het contemplatieve leven als monnik.
“Iedereen moet vandaag op zijn eigen benen staan,” zei Merton in de lezing die hij een paar uur voor zijn dood hield. Dit had voor hem wel degelijk een emancipatoire, maatschappijkritische lading: “Je kunt niet op structuren vertrouwen die vroeger of later ten onder zullen gaan.” Vreemd eigenlijk. Was Merton niet juist als monnik helemaal in een kader ingebed dat hem maar al te vaak beperkingen oplegde en ervan weerhield zijn stem te verheffen? Zijn verzet tegen de oorlog kreeg maar weinig ruimte in het strenge trappistenleven van zijn tijd. Toch bleef hij trouw aan het klooster, ook toen hem dit door geëngageerde tijdgenoten niet in dank werd afgenomen. De spanning tussen aan de ene kant autonomie en aan de andere kant een vrijwillig gekozen zelfbeperking is de kracht van deze visionair, ook vijftig jaar na zijn dood.

Niet ongehoorzaam
Op het eerste gezicht klinkt dat paradoxaal. Verwacht je van een profetisch persoon niet juist dat hij of zij de straat op gaat en actief ingrijpt waar dat nodig is? Dat hij zijn tijd niet verdoet met urenlang gebed, dag in dag uit? Is het niet erg bekrompen om je lekker in je spiritualiteit terug te trekken? Ook Merton heeft hiermee geworsteld. Als wereldberoemd schrijver had zijn stem wel degelijk gewicht. Als monnik was zijn radius echter beperkt: zijn gelofte van stabiliteit verbood het om al te veel te reizen, en de gehoorzaamheid noopte hem tot voorzichtigheid in zijn acties. Toch zou het te simpel zijn om te zeggen dat hij zich maar gewoon op zijn spiritualiteit concentreerde en het maatschappelijk protest vergat.
Toen de zangeres en activiste Joan Baez hem op 10 december 1966 in zijn kluis opzocht om hem te overtuigen als docent in haar Instituut voor de Studie van Geweldloosheid actief mee te werken, ging hij niet op de uitnodiging in. Baez daagde hem uit: “Wees dan ongehoorzaam.” Maar hij had door zijn monastieke leven een andere keuze gemaakt en daar alles voor op het spel gezet: zijn succesvolle leven in de wereld en ook zijn autonomie. Het opgeven van dat laatste leek voor Baez absoluut niet bij maatschappelijk engagement te passen. Toch respecteerde zij zijn keuze: “We konden zijn discipline niet breken, want we zouden er allen spijt van gehad hebben,” schreef zij. Hij zou aan authenticiteit hebben ingeboet.
Deze schijnbare tegenstelling tussen discipline en authenticiteit bergt een vraag in zich voor iedereen die geroepen is om zijn stem voor een betere wereld te laten horen. Hoe verhouden uiterlijke en innerlijke vrijheid zich tot elkaar? De hippies in de kringen van Baez kozen voor schijnbaar grenzeloze uiterlijke vrijheid; de monniken rondom Merton leefden in schijnbaar volledige onvrijheid. Maar allen zochten naar vrede en een betere wereld. Voor die zoektocht is een spiritueel perspectief nodig. Bij zijn lezing in Bangkok zei Merton: “Op eigen benen staan kan alleen maar uit genade.” In een monnikenleven ontvang je die genade door je naar binnen te keren. In een activistisch leven ben je naar buiten gericht. Wanneer je alleen maar spiritueel of alleen maar politiek bezig bent, vlucht je voor de paradox die juist een krachtige drijfveer kan zijn.
Je roeping volgen is soms een weg met kronkels, of je nu monnik, docent, zanger of activist bent. Toch moet je doen wat bij je past, en niet wat in een bepaalde situatie het beste uitkomt. Bevrijd je van uiterlijke dwangmechanismes, van welke aard dan ook. Merton verwoordt dit theologisch als volgt: “Mijn belangrijkste zorg zou niet moeten bestaan uit het vinden van plezier of van succes, van gezondheid, leven, geld, rust of zelfs zaken als deugd en wijsheid, en zeker niet het tegenovergestelde: pijn, mislukking, ziekte, dood. Maar in alles wat er gebeurt zou het mijn enige verlangen en mijn enige vreugde moeten zijn om te weten: ‘Dit is het wat God voor mij heeft gewild’.” Wanneer je daar trouw aan blijft, zul je vanzelf alles doen voor een betere wereld, vanuit een authentieke bezieling.

Stroom en bron
Vanuit de geschiedenis van de katholieke spiritualiteit kan het onderscheid tussen een actief en een contemplatief geestelijk leven behulpzaam zijn om beter te begrijpen hoe protest en beschouwing met elkaar samenhangen. Vaak leek het juist in de twintigste eeuw een tegenstelling: je was óf monnik in een klooster en kwam bijna niet naar buiten, óf je was broeder of zuster in de wereld en had vooral praktische taken als onderwijs, zorg of maatschappelijk werk. Die tegenstelling heeft voor beide kanten desastreuze gevolgen gehad. Het monastieke leven leverde veel van zijn maatschappelijke relevantie in en actieve kloosterlingen kregen door een verlies aan veerkracht steeds meer te kampen met uitputting en burn-outs.

Merton nodigt ons uit om niet in termen van een tegenstelling te denken, maar eerder van een spectrum. Iedereen die spiritueel wil leven heeft zowel beschouwing als concrete actie nodig. Zonder beschouwing zijn je acties leeg, maar zonder actie verzandt je beschouwing. Merton gebruikt hier het volgende beeld voor: “Actie is liefde die zich naar buiten keert, naar andere mensen. Contemplatie is liefde die zich naar binnen keert, naar de goddelijke oorsprong. Actie is de stroom, contemplatie is de bron.” De liefde is dus overkoepelend. Zonder liefde kun je noch actief, noch contemplatief leven. Er zijn in ieders leven eigen accenten, maar nooit kan een van de twee polen afwezig zijn. Zou dit een antwoord kunnen bieden op de vraag die Joan Baez aan Merton stelde toen ze hem in feite verweet volledig in de contemplatie te vluchten?
Bleef hij niet eenzijdig steken in de beschouwing wanneer hij weigerde om in haar instituut mee te werken? In zijn eigen geschriften lezen we: “Contemplatieve gehoorzaamheid en zich overgeven aan de wil van God mag nooit leiden tot een gecultiveerde onverschilligheid ten aanzien van de natuurlijke waarden die door Hem in het menselijk leven en werk zijn geplant.” Betekent dat niet ook dat je je als contemplatief moet bekommeren om het geweld in de samenleving? Zeker. Maar het zou opnieuw te simpel zijn om iedere spirituele manier van omgaan hiermee enkel af te meten aan de praktische effecten ervan.
Stilstaan bij onrecht en lijden kan zelf een daad van compassie zijn, aldus Merton: “We moeten vandaag ook de verschrikkelijke onvrede in onze meditatie opnemen. Dachau en Auschwitz bijvoorbeeld. Een contemplatief persoon moet deze apocalyptische beelden meenemen naar zijn eigen innerlijk en de wereld helpen veranderen.” Een mens moet zijn eigen plek op het continuüm van actie en contemplatie vinden. Wanneer je daarin eerlijk en trouw bent, draag je bij aan een betere wereld. Om in de beeldspraak van Merton te blijven: we hebben mensen nodig die dicht bij de bron zitten, en mensen die met de golven voorop zwemmen. Om de stroom van de liefde op gang te houden, heeft iedereen de beweging naar binnen én de beweging naar buiten nodig, en je vult elkaar daarin aan. Het meditatiekussen en de straat liggen ten behoeve van de compassie in elkaars verlengde!

Ultiem risico
Joan Baez is ook in 2018 nog actief. Onlangs zei ze: “Mensen nemen vandaag geen risico’s meer.” Ze bedoelde daarmee dat maatschappelijk engagement tegenwoordig voor velen een hobby is geworden die je niet meer kost dan een jaarlijkse contributie. In haar tijd was dat nog anders: het zingen van protestliederen voor de deuren van een gevangenis kon je wel degelijk in de problemen brengen en je leven ongewild een heel ander verloop laten nemen. Op spiritueel vlak zou je hetzelfde kunnen zeggen. Spiritueel leven is een optie naast anderen geworden, een vrijetijdsbesteding die niet noodzakelijk je hele leven in beslag neemt. Voor een monnik is dat ondenkbaar, het is alles of niets, en je moet er alles voor op het spel zetten. Mertons levenskeuze getuigt van dit ultieme risico. Ook het engagement dat een vrouw als Baez nu al zestig jaar lang volhoudt, kan niet halfslachtig zijn.
Protest en kloostercel zijn beiden een appel om opnieuw naar een spiritualiteit op zoek te gaan die niet blijft steken in actionisme of bekrompenheid. Door in een van de extremen te schieten en de andere kant van het spectrum niet serieus te nemen, zijn zowel de activisten als de kluizenaars moe geworden. Thomas Merton reikt zelf een sleutel aan hoe je de nodige vrijheid kan verwerven om die vermoeidheid ook dan te voorkomen wanneer je toch weer denkt het betere einde beet te hebben: “Wij moeten leven zonder voortdurend effectief te willen zijn. Werken zonder onmiddellijke beloning is ons deel. Liefhebben zonder onmiddellijke bevrediging van onze behoeftes. Leven zonder onmiddellijke erkenning.” Wie dat kan verdragen, neemt een ultiem risico, of hij nu in een kloostercel leeft of op straat actie voert. Want laten we eerlijk zijn: de effecten van beide manieren om een profetisch geluid te laten klinken, zijn niet onmiddellijk zichtbaar. Wie daarmee kan leven, getuigt van een spiritueel engagement.
Mertons boodschap is relevanter dan ooit tevoren: “Door mijn monastieke leven en geloften zeg ik Nee tegen alle concentratiekampen, bombardementen, executies en economische tirannie, en tegen het hele socio-economische apparaat dat alleen op globale vernietiging gericht lijkt te zijn, ondanks al zijn mooie woorden voor de vrede.” Het testament van deze monnik is dat een mens zijn ultieme afhankelijkheid onder ogen moet zien om aan aardse afhankelijkheden te kunnen ontsnappen. Daarom heeft hij voor het leven als monnik gekozen en is er tot zijn dood bij gebleven, in de profetische binnenkamer van zijn kluis. Spiritualiteit en maatschappelijk engagement veronderstellen elkaar inderdaad. Er zijn ontelbaar veel manieren om hier vorm aan te geven. Monnik zijn kan daar een van zijn, net als folkzangeres en activiste. Als je maar van binnen naar buiten durft te leven en steeds van buiten je innerlijk blijft voeden. Alleen zo kun je authentiek, autonoom én gedisciplineerd je inspiratie doorgeven.
Hier ligt een taak voor allen die vandaag hun verantwoordelijkheid willen nemen: kloosters, maatschappelijke organisaties, kunstenaars en kluizenaars. Wie echt wil gaan voor een geestelijk leven verandert de wereld vanuit zijn kloostercel. Wie in actie wil komen, draagt uit wat in de binnenkamer ontkiemt.

Thomas Quartier (1972) doceert liturgische studies aan de Radboud Universiteit Nijmegen en de KU Leuven. Hij is benedictijnermonnik van de Willibrordsabdij in Doetinchem. Onlangs verscheen van zijn hand: Heilige Woede. Monnik zijn, een radicale keuze (Adveniat, 196 blz., € 19,95). ‘Doen en denken – vredesactvist Thomas Merton’ is de titel van de lezing die Thomas Quartier en biograaf Jim Forest op 3 december a.s. houden bij Radboud Reflects. Zie: www.ru.nl/rr/merton

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda