FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
dinsdag, 28 August 2018 13:00

'Een beweging van actie naar inhoud'

Tekst: Hendro Munsterman Tekst: Hendro Munsterman Beeld: Magnus Aronson

De Wereldraad van Kerken viert op 23 augustus in Amsterdam zijn zeventigjarig bestaan. In 1948 verbood het Vaticaan katholieken om bij de oprichting in Amsterdam aanwezig te zijn. Maar de tijden zijn veranderd. Het bezoek dat paus Franciscus op 21 juni aan de Wereldraad bracht, wordt in Genève gezien als het begin van een nieuwe ‘oecumenische lente’.

‘We zijn van plan om samen te blijven”, schreven protestantse en orthodoxe kerken in 1948 vanuit Amsterdam naar kerken over de hele wereld tijdens de oprichting van de Wereldraad van Kerken. Tijdens die oprichtingsbijeenkomst zei de lutherse bisschop van Oslo: “God verenigt, de Vijand verdeelt”. Drie jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, was de oprichting van de Wereldraad een teken van hoop en vooruitgang. Een droom van eenheid en een gezamenlijke toekomst.

Veel obstakels
Het begin van de oecumenische beweging wordt in het algemeen gelegd in het jaar 1910, toen in Edinburgh (Schotland) de Wereldmissieconferentie werd gehouden. Na de eerste Wereldoorlog, riep de Zweedse lutherse aartsbisschop Nathan Söderblom op tot de oprichting van een wereldraad van kerken. In 1938 werden daar in Utrecht de eerste concrete stappen toe gezet. De Nederlandse predikant Willem Visser 't Hooft stond vanaf dat moment aan het hoofd van een werkgroep die naar de oprichting van een wereldraad moest leiden. De 351 gedelegeerden van de 147 kerken uit 44 landen kozen hem in 1948 in Amsterdam tot de eerste secretaris-generaal.
“De Kerk weerspreekt haar eigen wezen en verloochent haar eigen zending wanneer ze verdeeld is”, schreef Visser 't Hooft. De eenheid behoort immers tot het wezen van de kerk. Maar de Wereldraad kon deze eenheid niet bewerkstelligen. Vele oude en nieuwe obstakels stonden de eenheid in de weg. Zo was er natuurlijk het grote onderscheid tussen de oosters-orthodoxe en westers-protestantse kerken. Dat onderscheid was niet alleen theologisch van aard, maar ook cultureel. En tijdens de Koude Oorlog bleek dat ook nog eens politiek uiterst gevoelig te liggen, omdat deze orthodoxe kerken vrijwel allemaal nationale kerken van communistische landen waren.
Daarbij kwamen de obstakels van de ethische kwesties die sinds de tweede helft van de twintigste eeuw de kerken zijn gaan verdelen – overigens niet alleen onderling, maar niet zelden ook intern. Daarbij gaat het over zaken als homoseksualiteit, echtscheiding, maar ook de vraag naar gender en de toelating van vrouwen tot het kerkelijk ambt.

Onzekere financiën
De Wereldraad van Kerken is in zeventig uitgegroeid tot een goedgeklede organisatie. Zo’n honderd stafleden in Genève zijn samen verantwoordelijk voor ongeveer tweehonderd projecten. Het jaarbudget bedraagt momenteel 18,6 miljoen euro. Ongeveer 95% van dat bedrag wordt bijeengebracht door de lidkerken.
Dat levert tegelijkertijd ook de nodige financiële onzekerheid op, omdat de bijdragen van de rijke kerken in het Westen door de ontkerkelijking onder flinke druk komen te staan. De kerken in ontwikkelingslanden zijn ofwel nog niet in staat om veel te betalen, ofwel zozeer gewend geraakt om geld te ontvangen dat zij niet op het idee komen om een bijdrage te leveren. Dat vraagt van hen om een cultuuromslag.
Overigens staat de keuze voor Genève als plaats van vestiging niet onder druk: de aanwezigheid van veel instellingen van de Verenigde Naties in de dure stad van Calvijn, maakt netwerken en lobbyen voor de goede zaak stukken eenvoudiger.

Jezus en Maria
En dan was er het probleem van de rooms-katholieke kerk. In 1948 weigerde de rooms-katholieke kerk deel te nemen. De Utrechtse kardinaal Johannes de Jong leek in 1948 wel voor deelname te voelen, maar een interventie door paus Pius XII verbood alle katholieken aan de oprichtingsvergadering deel te nemen. Nederlandse priesters deden zich als journalist voor om toch bij de historische oprichtingsbijeenkomst aanwezig te kunnen zijn.
De teleurstelling was groot in Amsterdam, zoals bleek uit de woorden die Zwitserse theoloog Karl Barth tijdens de bijeenkomst tot ‘Rome’ richtte: “Het is goed zo: u heeft inderdaad niet uw plaats hier. Daar waar niet slechts de naam van Jezus klinkt, maar over Jezus en Maria gesproken wordt, daar waar aan een aardse autoriteit een onfeilbaar karakter wordt toegeschreven, kan van onze zijde niets anders horen dan een resoluut 'nee'. Onze oecumenische taak ten aanzien van het katholicisme is die van de zending en de evangelisatie, maar niet van de eenheid.”
Sindsdien is er veel veranderd. De Noorse predikant Olav Fykse Tveit, sinds 2010 secretaris-generaal van de Wereldraad, maakte afgelopen juni tijdens de bijeenkomst van het Centraal Comité de balans op. “De kerken in de Wereldraad en andere kerken, zoals de rooms-katholieke kerk, staan vandaag op een hele, hele andere plek ten opzichte van elkaar dan zeventig jaar geleden”, zei hij tot de afgevaardigden van de inmiddels 350 lidkerken. “Wat nu zo normaal lijkt, was dat in het geheel niet in 1948”.
Dat de bisschop van Rome voor de viering van de zeventigste verjaardag op 21 juni zelfs persoonlijk naar Genève kwam en daar als broeder en vriend werd verwelkomd, tekent de veranderde situatie. Hoewel de rooms-katholieke kerk nog steeds geen volwaardig lid is van de Wereldraad, neemt zij wel actief deel aan meerdere commissies, waaronder Faith and Order, waar theologische vragen besproken worden.

Lees het volledige artikel in Volzin of door in te loggen op de website.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda