FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
dinsdag, 21 August 2018 10:00

W.A. Visser ‘t Hooft

Tekst: Willem van der Meiden Tekst: Willem van der Meiden Beeld: Harry Pot

Het is nauwelijks meer voor te stellen dat vijftig jaar geleden, in de zomer van 1968, de assemblee van de Wereldraad van Kerken in het Zweedse Uppsala bijna evenveel media-aandacht kreeg als eerder de opstand in Parijs en later de inval in Praag. Het waren de jaren dat de wereldoecumene enorm veel elan teweegbracht en een niet te onderschatten bijdrage leverde aan de goodwill van kerken in het verdeelde Europa en in de ontwikkelingslanden. Ook in Nederland was de oecumene op haar hoogtepunt, de rooms-katholieke kerkprovincie leek ‘om’ en oecumenische verbanden en organisaties schoten als paddenstoelen uit de vruchtbare bodem. ‘Oecumene’ was toen nog een woord dat velen kenden, nu passeert het slechts met moeite de spellingscorrector.

Die oecumenische bloei was voor een niet onbelangrijk deel te danken aan de eerste secretaris-generaal van de Wereldraad van Kerken: dr. Willem Adolph Visser ’t Hooft (1900-1985). Hij was een man die werkelijk zijn hele leven in dienst heeft gesteld van het visioen van de ene wereldkerk en de verzoening van twisten en scheuringen uit het verre en nabije verleden. Visser ’t Hooft deed dat in de eerste plaats als kundig diplomaat vanuit het hoofdkwartier in Genève, maar ook als bekwaam theoloog. Zijn wat dorre voorkomen van een boekhouder verborg een hartstochtelijk theoloog en – zoals mensen die hem hebben ontmoet meermalen hebben betuigd – zeer inspirerende denker en spreker.
Hij was bovenal een beminnelijk mens die ‘verzoening’ in zijn hele doen en laten belichaamde. Dat begon al ver voor de oorlog, toen Visser ’t Hooft secretaris werd van de wereldfederatie van christelijke studenten en zo zijn internationale carrière begon. Hij organiseerde mee aan conferenties ter voorbereiding van de Wereldraad, waarvan de oprichting in 1938 was gepland. Vanwege de oorlogsdreiging duurde het tien jaar voor die oprichting een feit werd. De bijeenkomst in Amsterdam in 1948 was voor Visser ’t Hooft zeker zijn finest hour, al stond de bijeenkomst al meteen in het teken van de oplaaiende Koude Oorlog. Het lukte Visser ’t Hooft en de zijnen in 1961 om orthodoxe kerken uit Oost-Europa binnen te halen in de Wereldraad. Dat was aan de ene kant een geweldige stap vooruit, ook getalsmatig, maar aan de andere kant bleek de opstelling van deze kerken in latere jaren nogal eens problematisch en werd de oecumene er niet eenvoudiger op. De rooms-katholieke kerk bleef op enige afstand, al waren kardinalen als Bea en Willebrands bruggenbouwers. Misschien belangrijker nog was de participatie van tal van kerken uit de Derde Wereld. Dat een vertegenwoordiger van die kerken, Philip Potter van het Caribische eiland Dominica, in 1972 de derde secretaris-generaal van de Wereldraad werd, was voor Visser ’t Hooft ook persoonlijk een groot moment.

Hij was als theoloog zeker niet kleurloos, al stond zijn denken vrijwel altijd in dienst van het oecumenische streven en was hij graag bereid zijn eigen originele gedachten op te schorten ten voordele van die van iemand anders die hij hoogachtte. Hij kreeg tijdens zijn leven vijftien eredoctoraten en werd regelmatig benaderd voor een professoraat. In een prachtig boekje uit 1938, None other god – bij mijn weten nooit vertaald – bepleit hij christelijk verzet tegen de machten van zijn tijd: ras, volk, klasse, maar ook technologie en vitalisme, omdat die machten strijdig zouden zijn met de heerschappij van God. Persoonlijk verbond hij deze stellingname met een actieve verzetshouding in de Tweede Wereldoorlog. Vanuit Genève heeft hij veel gedaan voor vervolgden en gedeporteerden, waarvoor hij zijn oecumenische netwerk optimaal gebruikte. Hij heeft zich persoonlijk ingezet tegen de massamoord op de Joden, waarvan hij al vroeg in de oorlog enigszins op de hoogte was. Het was, schrijft hij in zijn Mémoires uit 1971, allemaal ver onder de maat en de kerken hadden veel meer moeten doen om tegen deze misdaden te protesteren en in verzet te komen. Hij nam zichzelf dat bijna persoonlijk kwalijk, maar mensen die hem goed hebben gekend in die jaren vinden dat niet terecht en prijzen Visser ’t Hooft hogelijk voor wat hij dan wel heeft kunnen doen.
Hij was jarenlang – zijn hele periode als secretaris-generaal, 1948-1966 – de bekendste Nederlander wereldwijd totdat Johan Cruijff hem overvleugelde. Een grenzeloos mens.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda