FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 13 August 2018 10:00

Van heilige tijd naar vrije tijd

Tekst: Gerard Rooijakkers Tekst: Gerard Rooijakkers Beeld: Joachim Patinir (ca. 1480-1524): De oversteek naar de onderwereld.

Een koe is een dier. Maar een dier is geen koe. Op een soortgelijke manier verhouden pelgrims en toeristen zich tot elkaar. Een pelgrim is een toerist. Maar een toerist is geen pelgrim. Of ligt het toch genuanceerder, en heeft het reizen functies overgenomen die pelgrimages vroeger hadden?

Werken kost veel vrije tijd, zo deelt een radioreclame ons dezer dagen cynisch mee. Vrije tijd is heilig. Daar moet je niet aan willen komen. Die moet besteed worden. Vrije tijd is tegenwoordig vooral mobiliteit. In het verleden was vrije tijd in het christendom eerst en vooral heilige tijd. De dagen waarop niet gewerkt werd waren immers zon- en feestdagen die werden opgevuld met een kerkelijk programma. Het was een uitgekiende pastorale strategie om de gevaarlijke momenten van de dag zoveel mogelijk verplicht op te vullen met kerkelijke activiteiten, zoals daar zijn zondagsschool, catechismusles en middaglof. Het is ook de tijd dat we in boedelinventarissen vermeldingen tegenkomen van het zondags pak, dat voordien onbekend was. De veranderde beleving van tijd werd vanaf circa 1600 letterlijk met exclusieve kleding uitgedragen. Het gegeven dat wij het zondags pak in het laatste kwart van de twintigste eeuw massaal hebben ingeruild voor vrijetijdskleding, zegt dan ook veel over onze veranderde perceptie van tijd.

Brede en smalle weg
De opkomst van een burgermoraal in de late middeleeuwen, die ledigheid tegenging en een gedisciplineerd arbeidsethos voorstond, bevorderde de strikte scheiding tussen werktijd en vrije tijd zoals we die nu nog grotendeels kennen. Geen feesten meer op de werkvloer, in werktijd zeker geen ‘maandaghouden’ ter verlenging van de zondag. Ook werd het aantal feestdagen teruggedrongen. Het zijn de symptomen van een disciplineringsoffensief dat tot in de twintigste eeuw zal voortduren. Voor wie heilig gelooft in de vooruitgang: rond 1500 telde de kalender ongeveer honderd zon- en feestdagen. Dat is zowat evenveel als het aantal vrije dagen dat vakbonden met veel sociale strijd hebben bewerkstelligd in onze huidige samenleving.
Niet alleen bij de zwarte kousen binnen het protestantisme, maar zeker ook in katholieke kring was de heiliging van zon- en feestdagen een bron van pastorale zorg. Slafelijke werken – zoals dat zo mooi heette – waarmee je in het bijbelse zweet des aanschijns de kost moest verdienen – waren taboe. Maar er was heel veel meer, al naar gelang confessie en denominatie, dat als onwenselijk vermaak werd beschouwd zoals herbergbezoek, dansen en minder in het oog springende frivoliteiten. Het zijn de vermakelijkheden die het brede pad van de zonde plaveien dat rechtstreeks naar hel en verdoemenis voert. In tegenstelling tot deze uitnodigende, platgetreden allee van vrije tijd voert het smalle pad der deugd, kronkelend langs diepe ravijnen van verleiding en afgronden der zonde naar het paradijs, voorgesteld als het hemelse Jeruzalem. Een saai pad, zonder afleidingen en lastig begaanbaar. Maar met een uitgestelde beloning op het eind. Prenten van deze brede en smalle weg vormden in de negentiende eeuw, vooral in gereformeerde milieus, een populaire wanddecoratie.

Zelfbewuste wereldburger
Het goede en slechte reizen met dito bestemmingen werd gelovigen in praktische zin als levensweg op deze manier letterlijk voor ogen gehouden en ingeprent. En denk nu niet dat de verbinding tussen reizen en moraal exclusief christelijk is, want het thema van de twee wegen gaat terug op het motief van Hercules in bivio oftewel Hercules op de tweesprong uit de klassieke oudheid, waarbij deze mythische geweldenaar zich op een splitsing voor een dilemma gesteld ziet. Het is kortom de thematiek van essentiële keuzes die eenieder op zijn of haar levenspad moet maken. In het christendom wordt het leven dan ook wel als een pelgrimsreis voorgesteld. Het ultieme voorbeeld daarvan is natuurlijk de baptist John Bunyan met zijn wereldwijd populaire boek The Pilgrim’s Progress uit 1678. De metafoor van de pelgrimage als een vorm van coming to age en een zoektocht naar het eigenlijke zelf.
In het genre van de zogeheten wereldlandschappen, met schilders zoals Joachim Patinir omstreeks 1500, zien we dit treffend verbeeld. De mens is een nietig stipje in een grootse wereld vol gevaren en kronkelige paden naar schier onbereikbare levensdoelen. In een tijd zonder drones ziet de toeschouwer in vogelvluchtperspectief de trajecten en dilemma’s waar de afgebeelde persoon voor gesteld zal worden. Met de luchtvaart in onze tijd is de wereld steeds kleiner en quasi-overzichtelijker geworden, en de mens relatief groter en machtiger. Dichter bij het paradijs kun je al vliegend niet komen, zou je zo zeggen. In het huidige tijdperk van het Antropoceen lijkt de wereld aan de mens ondergeschikt. De voorheen nietige en afhankelijke mens is een zelfbewuste wereldburger die overal de weg weet met behulp van satellieten en navigatiesystemen. Zelfs de smalste paadjes zijn nu begaanbaar met hulpdiensten en traumaheli’s op afroep. Avontuur is een commercieel product waar onzekerheid optimaal is uitgefilterd. Gebeurt er iets onvoorspelbaars, dan hebben we verzekeringen en in het slechtste geval schakelen we een advocaat in om een claim in te dienen. Het leven zal, niet alleen tot op het bittere eind van de oude dag maar zeker ook in onze vrije quality-time, perfect zijn – of niet zijn. Ook al zijn we geneigd om de mobiliteit van onze voorouders sterk te onderschatten, de technische en economische mogelijkheden om te reizen zijn nooit tevoren voor zo’n brede groepen in de samenleving onder handbereik geweest. Niet eerder werd mobiliteit met prijsvechters in onze cultuur zo aangeprezen. Wie niet reist, doet niet mee.

Wat zijn dan precies de verschillen tussen de klassieke pelgrim en de moderne toerist? Of lijken zij meer op elkaar dan wij denken? "Waar het om gaat is dat zowel de pelgrim als de toerist de orde van het leven van alledag inruilen voor een ander regime." Lees het volledige artikel in het augustusnummer van Volzin of door in te loggen op de website. 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda