FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 16 August 2018 10:00

Tussen uitwisseling en uitbuiting

Tekst: Jurgen Tiekstra Tekst: Jurgen Tiekstra

Les geven op Zanzibar, een schooltje bouwen in Malawi of een weeshuis runnen in Cambodja: Nederlandse jongeren geven er als vrijwilliger hun beste krachten aan. Maar er zijn ook schaduwzijden. Wat bedoeld is als culturele uitwisseling, kan samengaan met uitbuiting en ontwikkeling eerder tegenwerken dan bevorderen. Een betrokkene uit reiswereld: “Er is een aantal organisaties in Nederland dat het met de ethiek niet nauw neemt.”

Het was 2015 toen Carlijn de Bruijne, achttien jaar oud, aankwam op Zanzibar, het eiland in de Indische Oceaan voor de kust van Tanzania. Een jaar eerder had ze haar middelbareschooldiploma gehaald. Ze had gewerkt, geld gespaard en nu ging ze vrijwilligerswerk doen in het buitenland, net als haar broers en oudere zus voor haar. Op Zanzibar kwam ze in een vrijwilligershuis terecht met Poolse, Belgische en Nederlandse meisjes. Die gingen helpen in het plaatselijke ziekenhuis, zelf zou ze assisteren op een school. “De eerste keer dat ik op de school kwam, ben ik vrijwel meteen met een lesboekje voor de klas gezet”, herinnert ze zich. “Ik dacht toen: is dit eigenlijk wel slim? Ik had geen leservaring en moest ineens Engelse les geven aan kinderen. Soms had ik een klas van wel veertig, allemaal bij elkaar in de bankjes. Die kinderen kenden alleen Swahili, en dan moest ik ze uitleggen hoe je in het Engels zegt dat iets ‘onder de tafel’ is of ‘op de tafel’ – dat soort dingen. Het is heel gek om dat uit te moeten leggen als die kinderen je überhaupt niet begrijpen. Ik was meestal een dik uurtje bezig, en dan kwam een andere leraar een andere les geven en ging ik naar een volgende klas toe. Ik heb dat 2,5 maand gedaan, vijf dagen in de week.”
“De kinderen daar werden ook geslagen, met een stok, en best wel hard. Meestal op hun kuiten. Een keertje was er een ruzietje in een klas waar ik les gaf. Ik kon niet verstaan waar de kinderen het over hadden, dus ik vroeg aan een leraar of hij mij kon helpen, maar in plaats van dat hij het voor mij vertaalde, zei hij: ik los het wel op. Later bleek dat hij die kinderen had geslagen. Ik werd zelf ook gepusht om de kinderen te slaan. Dat heb ik niet gedaan, maar er werd wel vaak tegen mij gezegd: doe maar gewoon. De leraren wilden zelfs een kind ophalen om het mij te laten doen.” Die negen weken op Zanzibar kostten Carlijn 1950 euro, plus ruim 500 euro aan verzekering en visa. De vlucht kwam daar nog bovenop.

Dilemma’s
Op vrijwilligerstoerisme is al vele jaren kritiek. Via onderzoeksjournalistiek zijn wrange verhalen naar boven gekomen over weeshuizen in Ghana of Peru of Cambodja waarin geen wezen woonden, maar vooral arme kinderen die dienen om westerse vrijwilligers en hun geld te lokken. In 2014 lanceerde UNICEF de campagne Children Are Not Tourist Attractions. In 2017 kwam het Better Care Network Netherlands met de website StopWeeshuisToerisme. Dit netwerk van hulporganisaties pleit er zelfs voor om vrijwilligerswerk in eigen land te doen. Daar zou de wereld meer baat bij hebben. Ditzelfde betoogde Klaas Harink, directeur van hulporganisatie De Verre Naasten: Westerse vrijwilligers in Afrika verdringen volgens hem lokale arbeidskrachten en hebben vaak niet de juiste capaciteiten voor het vrijwilligerswerk dat ze doen, zoals les geven of een school bouwen.
Maar zoals zo vaak ligt de waarheid in het midden. De wereld van het vrijwilligerstoerisme blijkt een wereld vol nuances en dilemma’s. Eerst het verhaal van Carlijn op Zanzibar. “Dat is totaal niet meer actueel”, zegt Judith Scholte van Het Andere Reizen, de organisatie bij wie zij haar vrijwilligersreis had geboekt. “De situatie was inderdaad dat het weleens gebeurde dat een leerkracht wegliep en dat een vrijwilliger alleen voor de klas bleef staan. Daar is een gesprek op gevolgd, maar omdat het op Zanzibar zeer moeilijk te garanderen is dat dit niet weer gebeurt, hebben wij besloten geen vrijwilligers er meer naar toe te sturen. Alle vrijwilligers die zich aanmelden voor onderwijsprojecten in Tanzania gaan nu naar Arusha, niet naar Zanzibar. Onze lokale coördinator heeft in Arusha een eigen kleine communityschool opgericht om kinderen in zijn gemeenschap de gelegenheid te geven onderwijs te volgen. Wij sturen daar regelmatig vrijwilligers naar toe die ondersteunend zijn in de klas, sport- en spelactiviteiten organiseren of helpen lokalen te verven. Maar een vrijwilliger mag nooit en te nimmer een leerkracht vervangen.” Op deze school krijgen kinderen bovendien geen klappen.
Maar zowel het eerste als het laatste is nooit helemaal te voorkomen, zegt Ineke van Huuksloot, oprichter in 2010 van Doingoood, dat elk jaar zo’n honderd jongeren naar vrijwilligerswerk in drie Afrikaanse landen stuurt. “Bij ons mag iemand nooit alleen voor de klas komen te staan, zelfs al ben je in Nederland zelf wel een leerkracht. Je hebt namelijk geen verstand van de plaatselijke cultuur en de taal. Alleen, wat gebeurt er soms: de leerkracht zegt na een half uurtje dat hij even thee gaat halen en blijft dan gerust twee uur weg. Kunnen we dat voorkomen? Nee. Wordt de school er op aangesproken? Ja. En ook wij lopen er tegenaan dat kinderen geslagen worden. Dat hoort bij de cultuur. Spreken wij ze daarop aan? Ja. Kunnen wij dat veranderen? Nee. Het klinkt bot, maar zo normaal als wij het vinden kinderen niet te slaan, zo normaal vinden zij het om dat wel te doen.”

Lees het volledige artikel in het augustusnummer van Volzin of door in te loggen op de website. "Wij benadrukken heel erg tegenover onze vrijwilligers: jullie gaan niet naar dit land toe om de wereld te verbeteren”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda