FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 05 July 2018 13:00

‘Zo anders, maar ook weer niet’

Tekst: Tom Engelshoven Tekst: Tom Engelshoven Beeld: Karen Rosetszky

Nana Adjoa (27) is een Ghanees-Nederlandse singer-songwriter. Belangrijke thema’s in haar liedjes zijn religie, vragen over haar eigen genderidentiteit en het opgroeien als een half zwart persoon in een doorgaans blank omgeving. Geloven doet Nana niet. Daar heeft ze een goede reden voor. Een portret in haar eigen woorden.

Diverse songs van haar Down At The Root EP’s stonden al op prestigieuze mondiale playlists van Spotify. Insiders voorspellen zangeres Nana Adjoa dan ook een grote doorbraak. Haar muziek is melancholiek, speels, intelligent, uitgebalanceerd, zachtaardig, eerlijk, observerend en bespiegelend. Aangename luisterkost waarin ze naar eigen zeggen “onbewust een boel christelijke ideeën en metaforen” heeft verwerkt.

Vechtscheiding
Het christelijke element in naar liedjes komt door haar opvoeding, vertelt ze. Halverwege haar leven zijn haar ouders “geswitcht van niet-geloven naar geloven”. Adjoa’s Ghanese vader en Nederlandse moeder (“half-Fries ook”) hebben elkaar ontmoet in Amsterdam, in De Pijp. Haar vader was een van de vele Ghanezen die in de jaren tachtig naar Europa kwamen. Haar moeder speelde bas in een Ghanese highlifeband (Highlife is vrolijke traditionele Ghanese muziek gespeeld met westerse instrumenten, TE). “Tot ze zwanger werd van mij en in het bedrijfsleven ging werken, waarmee ze een heel ander pad insloeg.” Toen Adjoa een jaar of zeven was, gingen haar ouders uit elkaar. “Een echte vechtscheiding. Mijn ouders gooiden met boeken naar elkaar. Dat soort dingen. Ze probeerden hun conflicten wel buiten het zicht van de kinderen te houden, maar dat werkt toch niet zo. Ik had veel nachtmerries. Als kind legt zoiets veel druk en stress op je.” Voor die tijd waren haar ouders “gewoon heel erg liberaal”, maar na de scheiding bekeerden ze zich allebei tot het christelijk geloof. “Mijn vader zat toen in een diep dal, vond de Bijbel en werd bijna maniakaal gelovig.” Hij is inmiddels teruggekeerd naar Ghana, maar in de eerste jaren volgend op de scheiding (“tot mijn twaalfde”) brachten Nana, haar broertje en zusje de weekenden bij hem door en bezochten ze ‘s zondag een Ghanese kerk in Diemen. “Een zaaltje op een industrieterrein. Met een belachelijk grote geluidsinstallatie. Er was altijd muziek en eten. Iedereen loopt gewoon bij elkaar binnen en er wordt veel gekookt, dat hoort bij die cultuur. Er werd in de kerk ook veel en hard geschreeuwd. In het half Ghanees-half Engels, wat ik niet echt begreep. Daar was ik te jong voor.”
Ook haar moeder ging op zoek naar ‘vervulling’ en vond die uiteindelijk bij de op Amerikaanse leest geschoeide internationale evangelische kerk Thousand Hills in Hilversum. Zo raakten haar ouders door Jezus Christus weer een beetje on speaking terms met elkaar. “Ze hadden hun eigen leven weer op de rit. Ook omdat ze nu betekenis putten uit iets anders dan alleen ons, hun kinderen. Dat gaf hen rust om hun gezamenlijke verleden beter te begrijpen. Dat schiep een brug.” Hoewel … “De Ghanese kerk is best materialistisch. Als het goed met je gaat, ook financieel, is dat een teken van Gods zegen. Dan trek je je mooiste pak aan, als je naar de kerk gaat. Het is ergens ook kitscherig. Dat vindt mijn moeder verschrikkelijk. Dat is altijd weer een twistpunt.”

Is Adjoa zelf gelovig? En hoe ervaart zij haar Ghanese afkomst? Lees de rest van het interview in Volzin of door in te loggen op de website. 

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda