FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 27 June 2018 08:19

Een stem voor de stemlozen

Tekst: Eric Corsius Tekst: Eric Corsius Beeld: Jean Malek

“Laten we het erop houden dat verhalen machtig zijn. Ze kunnen de manier waarop mensen denken en voelen veranderen – ten goede of ten kwade.” Schrijfster Margaret Atwood geeft stem geeft aan diegenen die monddood gemaakt zijn of die geen stem hebben. In haar roman Het verhaal van de dienstmaagd schetst zij het verontrustende beeld van een christelijk kalifaat.

Wat is er revolutionair en aanstootgevend aan het spelen van scrabble? Op het oog uiteraard niets. Toch kan het een gevaarlijk en clandestien avontuur zijn, een daad van verzet of tenminste een tijdelijke ontsnapping uit een situatie van onderdrukking. Die rol speelt het spel in Het verhaal van de dienstmaagd van Margaret Atwood (1939). Het boek van de Canadese schrijfster verscheen al in 1985, maar verheugt zich sinds een jaar weer in veel belangstelling. Dit komt onder andere doordat er onlangs een televisieserie van werd gemaakt. Bovendien blijkt de roman akelig actueel te zijn. Hij behelst namelijk een beklemmende toekomstvoorspelling, waarvan de vervulling niet meer geheel denkbeeldig is.

Christelijke republiek
Atwoods klassieker behoort tot het genre van dystopische fictie of, kortweg, de dystopie. Dit woord, dat varieert op het begrip ‘utopie’ zouden kunnen vertalen als ‘onplaats’. In dit sf-achtige genre worden afschrikwekkende beelden geschetst van een toekomstige samenleving, waarin de ergste dromen van mensen worden waargemaakt. Vaak begint de nachtmerrie overigens met de goede bedoelingen van een utopie, die vervolgens echter volstrekt uit de hand loopt. Het bekend-ste voorbeeld in het genre is wel George Orwells 1984, het in 1948 verschenen boek over een to-talitaire samenleving. Niet geheel toevallig overigens begon Atwood uitgerekend in 1984 met het schrijven van haar eigen dystopie.
De beklemmende voorspellingen die Atwood doet in haar boek blijken, zoals gezegd, vandaag de dag ineens veel realistischer dan dertig jaar geleden. In Het verhaal van de dienstmaagd beschrijft Atwood aan de hand van de fictieve republiek Gilead, hoe de Amerikaanse samenleving er zou kunnen uitzien als de democratie zou zijn ingestort en fundamentalistische christenen het voor het zeggen zouden hebben. Sinds de opkomst van de uiterst rechtse Tea Party in de Verenigde Staten en het gemorrel aan de democratische grondprincipes in de westerse wereld, lijkt zo’n scenario niet meer helemaal denkbeeldig.
In Atwoods Gilead, een soort christelijk kalifaat, is het dagelijks leven van A tot Z geregeld door letterlijke toepassingen van bijbelse regels. Hoewel uiteindelijk niemand vrij en gelukkig is, hebben in deze samenleving vooral vrouwen het hard te verduren. Met een beetje geluk worden ze uitgehuwelijkt aan de mannen die de bovenlaag vormen van deze strikt hiërarchische klassen- of kastenmaatschappij. Wie dat lot niet heeft getrokken, maakt nog kans op overleven op een lager niveau, als ‘dienstmaagd’. Ze dient er dan toe om een echtpaar uit deze bovenklasse te helpen bij de voortplanting. Indien namelijk de vrouw des huizes onvruchtbaar blijkt, moet de dienstmaagd zich ter beschikking stellen om plaatsvervangend te worden bevrucht en haar ‘bevelvoerder’ – zoals de heer des huizes heet – te voorzien van nageslacht.
Uiteraard moet de dienstmaagd zichzelf voor het overige zo onzichtbaar mogelijk te maken. Ze draagt een alles bedekkend uniform, moet haar eigen naam inleveren en krijgt daarvoor in de plaats een nieuwe naam, die uitdrukt dat ze eigendom is van haar meester. In Atwoods roman heet de hoofdpersoon daarom Vanfred, hetgeen gewoon ‘het bezit van Fred’ betekent. Voor het inleveren van zelfbeschikking en identiteit krijgt de dienstmaagd een zekere mate van veiligheid terug – zolang als het duurt. Zodra ze niet meer voldoet aan haar functie, maar zeker als ze gren-zen overschrijdt of haar boekje te buiten gaat. wordt ze als ‘onvrouw’ afgevoerd naar een duister oord, naar de aard waarvan we als lezers alleen huiverend kunnen raden.

Verboden taal
In Gilead worden alle handelingen en gedachten beheerst door een fundamentalistische ideologie. Daartoe wordt ook en vooral de taal gecontroleerd. Het geven van namen is één vorm daarvan. Los daarvan wordt elke vorm van creativiteit in het benoemen van mensen en zaken in de kiem gesmoord. Zelfs de winkels hebben potsierlijke bijbelse namen. Zo heet de zuivelwinkel Melk en honing, de slager Alle vlees en de kledingwinkel Leliën des velds. De namen worden trouwens weergegeven door pictogrammen, want geschreven woorden worden als zodanig al gevaarlijk geacht. Letters vormen een verleiding. Daarom zijn lezen en schrijven verboden, in welke vorm dan ook. De taal is namelijk een ontsnappingsroute uit de ijzeren greep van het alles beheersende systeem.
Precies daarom is het geven van een nieuwe naam zo belangrijk in Gilead. Als een dienstmaagd in Gilead haar eigen naam koestert, houdt ze immers de verbinding met een verleden in stand, waarin zij nog vrij was. Zij beschikt over een schat, die ongewenst losgeld is en die de sleutel is waarmee ooit de gevangenis van binnenuit kan worden geopend. “Ik bewaar de kennis van die naam als iets verborgens", zegt de hoofdpersoon-verteller in De dienstmaagd, “een schat die ik later nog eens kom opgraven. Hij heeft een aura om zich heen, als een amulet, een betovering uit een onvoorstelbaar ver verleden die tot op de huidige dag voortduurt.” Deze magische kracht van het verleden moet worden gesmoord.
Taal en woorden zijn bovendien draden die mensen met elkaar verbinden tot lot- en bondgenoten. In potentie is taal een draadje naar de wereld buiten de gevangenis waarin iedereen in Gilead leeft. Zo treft Vanfred op een dag in de vloer van haar kamer en tekst aan, die door een vorige bewoonster daarin is gekrast: ‘Nolite in capite sedendum’, hetgeen zoiets betekent als ‘Laat je niet op je kop zitten’. Deze woorden creëren een gevaarlijk bondgenootschap met een geheimzinnige en anonieme lot- en bondgenote, maar behelzen bovendien ook nog eens een opruiende bood-schap. Dit soort opstandigheid moet natuurlijk koste wat kost worden gefrustreerd. Het verhinde-ren van schrijven pakt dit probleem bij de wortel aan. Het voorkomt communicatie en verbinding.

Verboden vrucht
Nu wordt ook duidelijk waarom het voorstel van de bevelvoerder aan zijn dienstmaagd, om in het geniep een spelletje scrabble te spelen, wordt ervaren als een verleidelijk aanbod en een oneer-baar voorstel. Het spel heeft de fascinatie van een verboden vrucht. Het is een vorm van stil verzet en heimelijk bondgenootschap in dit verzet. De verleiding tot dit ogenschijnlijk onschuldige bord-spel heeft een bijna erotische lading en het spelen ervan geeft een lichamelijk en zintuiglijk genot: “Wat een luxe. De letters zijn net snoepjes. Ik zou ze in mijn mond willen stoppen.” Scrabble spe-len is een vorm van gezagsondermijnend overspel. Dat geldt trouwens ook voor het samen bla-deren in oude tijdschriften en boeken – een andere ondergrondse bezigheid in Gilead. Degene die Vanfred en haar bevelvoerder erop zal betrappen, zo speculeert zijzelf, zal denken “dat hij en ik elkaar met inkt insmeren en dan aflikken. Of dat we met elkaar liggen te vrijen op stapels verbo-den kranten. Als hij dat denkt, zit hij er niet ver naast.” Deze sensuele duiding is begrijpelijk, als we beseffen dat in Gilead de ongebonden beleving van lichamelijkheid al net zo taboe is als de vrije beoefening van de taal. Lichaam en taal zijn elkaars lot- en bondgenoten – lijkt Atwood met een al dan niet bewuste verwijzing naar hedendaagse feministische filosofen te zeggen
Volgens mij is het scrabblespel vooral daarom een belangrijke beeldspraak voor de ontsnapping uit en de opstand tegen het totalitaire systeem van Gilead, omdat het een combinatiespel is. Het spel biedt in de vorm van de steentjes immers een voorraad aan, waaruit een schier oneindig aan-tal lettercombinaties mogelijk is. De taal, en vooral het schrift, biedt speelruimte of, beter gezegd, ís een speelruimte. Ze legt mij niet vast, maar stelt mij juist in staat tot een rijkdom van uitdruk-kingsmogelijkheden. De taal geeft mij de mogelijkheid om de werkelijkheid te beschrijven en te duiden op oneindig veel verschillende manieren. Ik heb daardoor de keuze tussen verschillende werkelijkheden. Uiteraard ligt daarbij het gevaar op de loer, om mezelf een rad voor ogen te draaien of om anderen te manipuleren met ‘alternatieve feiten’. In Atwoods roman wordt echter vooral de bevrijdende kant belicht van de speelruimte die de taal op deze manier biedt.

Niet zwart-wit
Atwood zelf heeft als auteur volop gebruik gemaakt van deze speelruimte en de mogelijkheden die zij biedt. In die zin is De dienstmaagd ook een verwijzing naar haar eigen kunstbeoefening. Verhalen vertellen en schrijven is voor haar het experimenteren met de werkelijkheid, haar op afstand plaatsen en uitwegen zoeken uit de beklemming daarvan. Vertellen is niet het afspiegelen van de werkelijkheid, maar het reconstrueren ervan. Natuurlijk is Atwood zich ervan bewust dat je met verhalen kunt manipuleren en indoctrineren, maar ze kunnen ook een alternatieve, bevrij-dende kijk op de werkelijkheid bieden. Toen ze in 2017 de Vredesprijs van de Duitse boekhandel kreeg, was het precies om die reden: omdat ze haar schrijverschap beoefent als een bijdrage aan het bevrijden van gedachten en mensen. In haar aanvaardingsrede in Frankfurt zei ze het zelf zo: “Laten we het erop houden dat verhalen machtig zijn. Ze kunnen de manier waarop mensen den-ken en voelen veranderen – ten goede of ten kwade.”
Daar is het Atwood zelf om te doen, tot op de dag van vandaag. De argwaan dat ze daarmee alleen maar politiek-correcte boeken schrijft, is ongegrond. In haar dystopische romans roepen de ‘slachtoffers’ niet alleen sympathie op. We betrappen hen ook op naïviteit, opportunisme en half-slachtigheid. En meelopers en boosdoeners houden op hun beurt ondanks alles een menselijk ge-zicht en roepen zelfs empathie op. Er is volgens Atwood geen zwart-witte indeling van goed en kwaad mogelijk. Dit maakt het lezen van bijvoorbeeld haar recente roman Als laatste het hart tot zo’n avontuur, waarin ontroering en lachstuipen elkaar afwisselen. Het is juist de flexibiliteit en de vrije rijkdom van de taal, die het mogelijk maakt dat we niet star zijn in onze oordelen, dat we onze humor behouden, dat we ons kunnen verplaatsen in de complexe beweegredenen van anderen – en dus ook tot vergeving in staat zijn. Juist dat laatste is de grootste en ‘gevaarlijkste’ kracht van de taal: “Onthoud dat vergeving ook een kracht is”, zegt de ik-persoon van De dienstmaagd: “Erom smeken is een kracht, haar aan iemand onthouden of schenken is ook een kracht, misschien wel de grootste.”
Atwood is niet eendimensionaal en politiek-correct. Ze wil niet beleren, maar communiceren en verbindingen leggen. “Je vertelt een verhaal niet alleen aan jezelf. Er is altijd iemand anders. Zelfs als er iemand is. Een verhaal lijkt op een brief. Lieve jij, zal ik zeggen”, aldus de hoofdpersoon-verteller van De dienstmaagd. Wie schrijft bevrijdt zichzelf uit haar isolement en overstijgt haar situatie – een inzicht dat zo oud is als de Belijdenissen van Augustinus en andere klassieke egodo-cumenten. In haar aanvaardingsrede bij de uitreiking van de Vredesprijs van de Duitse boekhandel zei Atwood het nog anders. Ze karakteriseerde haar teksten als flessenpost, die na korte of lange omzwervingen een lezeres of lezer bereiken met een boodschap, een boodschap die wil worden doorgegeven, omdat deze boodschap een stem geeft aan diegenen die monddood gemaakt zijn – of aan datgene wat geen stem heeft, zoals de natuur. Lezen is het spitsen van onze oren voor deze stem. Lezen is zeggen: “Ja, ik kan jouw verhaal horen, jouw stem horen.”

Margaret Atwood: Het verhaal van de dienstmaagd (Prometheus, 329 blz., € 12,50).
De film en tv-serie The handmaid’s Tale is op dvd in de handel verkrijgbaar (film € 13,99; serie € 49,99).

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda