FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
vrijdag, 29 June 2018 07:45

De mensen zoals ze werkelijk zijn

Tekst: Jurgen Tiekstra Tekst: Jurgen Tiekstra

Deze maand in de filmrubriek deze maand aandacht voor de nieuwe Hongaarse speelfilm On body and soul. Twee introverte mensen, allebei werkend in een slachthuis, dromen dezelfde droom. Deze film van Ildikó Enyedi maakt gelukkig, omdat de regisseuse laat zien dat ze de kunst beheerst van het zwijgende kijken. Elk shot op zich is een blijk van toewijding.

Toen in de jaren twintig van de vorige eeuw de geluidsfilm zijn intrede deed, en de zwijgende cinema langzaamaan echt verstilde, gingen niet bij iedereen de handen op elkaar. Bij sommigen leefde twijfel: cinema zou met geluid zijn kracht kunnen verliezen. En dat was een vrees die niet volledig onbewaarheid bleef. Een kleine honderd jaar later, nu dus, rouleren genoeg speelfilms in de bioscopen die begeleid worden door een soundtrack die de kijker met klem laat weten welke emoties hij kan voelen bij de scènes op het doek. Niet altijd meer hoeft iets verbeeld of gesuggereerd te worden. Het kan altijd nadrukkelijk worden uitgelegd: door een in detail pratend personage, door muziek die dwingender is dan de filmbeelden zelf.
Maar voor een wezenlijk deel blijft cinema nog steeds de kunst van het kijken. De kunst zelfs van het zwijgende kijken. Film kan soms net zo intens en nauwgezet observerend zijn als schilderkunst of fotografie. Ook een speelfilm kan onze blik scherpen. Een gelukkigmakend voorbeeld daarvan is de Hongaarse speelfilm On Body and soul, die vorig jaar de Gouden Beer won op het filmfestival in Berlijn en nu net op dvd is verschenen. Het gaat hier om een speelfilm van de in Boedapest levende regisseuse Ildikó Enyedi (63). Ze schreef ook zelf het scenario, dat ze liet gaan over de groeiende intimiteit tussen twee introverte mensen.

Bok en hinde
De setting is een slachthuis. Financieel directeur van het abattoir is Endre, een man op leeftijd, zijn linkerarm verlamd, zijn gezicht ingevallen. Hij is niet onvriendelijk, wel opvallend op zichzelf. In de kantine van zijn bedrijf valt zijn oog op Maria, een in zichzelf gekeerde jongere vrouw. Door de inspectie is zij als kwaliteitscontroleur toegewezen aan het slachthuis.
Maar voordat de camera op die locatie arriveert, zien we beelden van een nationaal park in Hongarije. Of beter gezegd: we zien twee herten in een bos, een bok en een hinde. Ildikó Enyedi toont hoe ze om elkaar heen draaien, hoe ze de neuzen tegen elkaar duwen, hoe het mannetje zijn grote kop met gewei even in de nek van het kleinere vrouwtje legt.
Die openingsscène is er een van totale rust. En in deze scène leren we weer waarom het toch zo’n wonder is dat de geluidsfilm bestaat. Niet omdat we mensenstemmen horen of omdat er muziek is gemonteerd onder deze beelden. Maar omdat de rust in dat Hongaarse bos wordt benadrukt door kleine, rijke geluiden: het gesnuif van de herten, hun poten stappend in de sneeuw, het galmende geroffel van een specht verderop, het vederlichte geluid van vallende sneeuwvlokken en de wind die onophoudend ruist tussen de gladde boomstammen.
Door de trefzekerheid van deze beelden, en alle beelden die volgen, maar ook door het soevereine kalme tempo van de montage, is het in een paar ogenblikken duidelijk: deze speelfilm is door vakmensen gemaakt. Maar meer nog: dit is een speelfilm gemaakt met zorg, met een oog voor wat vaak ongezien blijft. Elk shot op zich is een blijk van toewijding.
Neem alleen al de close-up, ergens verderop in de film, van een hand die met een huishouddoekje kruimels van een tafelblad veegt. Dat shot richt een monument op voor precies de schoonheid soms in dit alledaagse gebaar: hoe een hand, in alle rust, met een wegwerpdoekje, broodkruimels van een tafel kan halen. En de schok van herkenning, die gek genoeg samenvalt met een lach om de onnozelheid van het moment, als veel later in de film diezelfde hand met net zo’n huishouddoekje, van dezelfde tafel, bloeddruppels veegt.
De film voelt precies zo aan als Ildikó Enyedi het dit jaar uitlegde in een interview over On body and soul: “De intentie is om exact te zijn, zo exact als een gedicht. Een gedicht is nooit iets dromerigs. Het is heel, heel exact. Je kan geen woord of regel veranderen, of iets weg laten, omdat dan de hele constructie uit elkaar zou vallen. Dit type exactheid was mijn doel.”

Dezelfde droom
In de tweede scène van de film vangt de camera de kop van een stier in een veekar, tussen de schotten kijkend naar medewerkers van het abattoir die een sigaretje roken. Het rund kijkt omhoog naar de lenteblauwe lucht, waar de zon doorbreekt en in omvang lijkt te groeien. Hetzelfde zonlicht valt op het ingevallen gezicht van een man bij een open raam. Hij sluit zijn ogen en kantelt vergenoegd zijn hoofd, terwijl hij de warmte op zich in laat werken.
Op de binnenplaats onder zijn raam staat even later een vrouw, gekleed in een geplooide rok, een effen shirt, haar voeten in open zomerschoenen. Haar lange bleekblonde haar valt langs haar waakzame gezicht. Ze staat in de halfschaduw. Als ze merkt dat het zonlicht op haar tenen valt, trekt ze haar voeten een voor een terug. Zelfs de zon mag niet aan haar zitten.
Dit zijn Endre en Maria. Met alle piëteit en liefde wordt getoond wie ze zijn. Veel woorden worden er niet aan vuil gemaakt. We lezen hier geen boek, we kijken een film.
Vooral Maria is een opmerkelijke mens: ze is bedeesd, haast mensenschuw. Zij zou nooit tot een andere man zijn gekomen, ware het niet door de kunstgreep die Ildikó Enyedi in haar scenario stopte. Die ingreep is in alles gekunsteld, maar overtuigend in zijn eigen logica.
Gaandeweg blijkt namelijk dat, als ze beiden ’s avonds in hun desolate appartementen in slaap vallen, dat ze dan hetzelfde dromen. En die gezamenlijke droom blijkt de eerdere openingsscène te zijn: dat ze als een hert, met een ander hert, door een besneeuwd bos lopen. In die verstilde intimiteit tussen twee droomdieren krijgt hun diepste verlangen vorm.
Als ze erachter komen wat ze delen, de intimiteit van elke avond dezelfde droom, kunnen ze er nauwelijks over praten. Wat voor woorden zijn er te gebruiken voor iets wat zo vertrouwelijk is, zo deel van hun persoonlijke beslotenheid? De onverwachte verbondenheid tussen hen kan nauwelijks uitgesproken worden, of zelfs maar in een menselijke taal worden omgevormd. Vooral niet door mensen in wie het doorvoelde praten al jaren geleden lijkt stilgevallen.
Maar Maria ontwaakt. Door de intimiteit die ze ineens met een ander deelt, komt ze uit zichzelf tevoorschijn. Ze verlaat voetje voor voetje haar binnenwereld. Ineens krijgt ze oog voor de zinnelijke genoegens van wat zich om haar heen bevindt. Voorzichtig leert ze zich aan te voelen: ze pakt een bord met aardappelpuree en legt haar hand erin. Dat doet denken aan die scène in de Franse speelfilm Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain uit 2001, waarin de jonge vrouw uit de filmtitel het zalig vindt haar hand diep in een zak vol bonen te duwen.

Vergevend licht
In wezen is On body and soul een voorjaarsfilm. Dat is te zien aan het weldadige, klare licht dat de beelden opvult. Het is het licht van na Pasen, als de lente zijn aanvang heeft genomen en de grauwheid en de kilte ineens uit de dagen wijkt. Dit is een film precies zoals die zich aan het begin heeft getoond: op een onverwacht moment brengt de zon je tot stilstand omdat hij, na zo lang absent te zijn geweest, zijn warmende licht op je gezicht laat vallen. Dit is het licht van een zon die nog niet te hoog aan de hemel staat, en dus niet de verblindendheid heeft van de hoogzomer. Dit is het vergevende lentelicht dat ons, door zijn volheid, de kans geeft om dingen en mensen te zien zoals ze werkelijk zijn. Dit is het licht dat de dingen hun omtrek geeft.

De dvd van On body and soul is uitgebracht door distributeur September Film(€ 14,99).

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda