FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 24 May 2018 06:12

‘Onze basisgemeente is een warm bad’

Tekst: Elze Riemer Tekst: Elze Riemer Beeld: Anita Pantus

“We hebben zeker niet allemaal hetzelfde geloof, maar daar gaat het ook niet om. Het gaat om God in de ander zien. Niet een God die de touwtjes in handen heeft, nee, die handen zijn wij.” Elze Riemer bezoekt de Oecumenische Basisgemeente in Apeldoorn.

Het koorgezang komt me tegemoet, wanneer ik de half openstaande deur van de kerk in Apeldoorn verder open. In deze kerk van de Doopsgezinde Gemeente Apeldoorn komt één keer in de maand de Oecumenische Basisgemeente van Apeldoorn bijeen.
Vanaf de jaren zestig werden her en der in het land basisgemeenten opgericht door mensen die zich niet meer thuis voelden in de traditionele kerken, die ze te behoudend vonden en te weinig betrokken bij de samenleving. In de rooms-katholieke kerk was weliswaar het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) geweest maar de ontwikkeling naar meer vrijheden en ontplooiingsmogelijkheden voor individuele leden stokte daarna, wat leidde tot teleurstelling. Het kerkelijk gezag werd in basisgemeenten niet langer erkend en het onderscheid tussen leken en voorgangers werd verregaand of helemaal opgeheven.
Maatschappijkritiek, verzet en tegencultuur karakteriseerden de jaren zestig, in Nederland maar ook daarbuiten. De vorming van basisgemeenten moet in lijn van deze ontwikkelingen gezien worden. Deze christenen wilden voortaan ‘de krant naast de Bijbel lezen’. Dat was toen. En dat is nu nog zo bij de Oecumenische Basisgemeente Apeldoorn.

Druiven delen
In de kerk word ik verwelkomd door Door Versluis, die er al bij is sinds de oprichting in 1976. Als zestiger blijkt ze tot de jongere garde te behoren; de gemiddelde leeftijd van deze gemeente is 71,5. Als ik naar de hoge leeftijd vraag zegt ze onomwonden: “Laten we eerlijk zijn, dit is een vergrijzende groep.” Niet veel later stelt een ander gemeentelid juist: “Je ziet, we zijn alive and kicking”, doelend op het aantal bezoekers, zo’n vijftig, wat landelijk gezien relatief veel is voor een basisgemeente. Beide uitspraken raken de werkelijkheid. De Apeldoornse groep is een van de weinige basisgemeenten die nog over zijn in Nederland, als gevolg van vergrijzing. En toch kan ik niet ontkennen dat ze qua sfeer en geest nog springlevend is.
De sfeer zit er goed in tijdens de viering. De mensen zijn ontspannen en er wordt regelmatig hartelijk gelachen. De viering is georganiseerd door een viertal gemeenteleden; elke keer zijn dit andere mensen en dus elke keer is het een geheel andere viering. Er zijn geen regels, vaststaande structuren of rituelen, en er is geen vaste voorganger. Dit keer gaat de viering erover dat geloven een weg is, en dus nooit af is. De vraag die centraal staat is: Wat neem je mee op die weg en wat laat je achter? Voorin staat een rugzak om te symboliseren wat er mee mag op weg, en gedurende de viering stoppen de verschillende sprekers daar dingen in. Een grote, oude bijbel gaat niet mee, een nieuwe vertaling wel. Een almachtige en straffende God ook niet, God in de ander zien wel. En, tot hilariteit van de rest, Volzin mag ook mee.
Er wordt gezongen – vooral liederen van Huub Oosterhuis– , uit de Bijbel gelezen, er zijn korte overdenkingen, er wordt gecollecteerd en zelfs ‘de bloemen gaan naar’. Bijzonder is het delen van druiven, waarmee de aanwezigen hun verbondenheid vieren. Het is de eerste keer dat ze dit doen en het gaat mooi: de druiven worden echt aan elkaar gegeven, in plaats van dat iedereen zelf iets pakt. De viering wordt na een uur afgesloten met een zegenlied. Ondanks wat overduidelijke verschillen met een kerkdienst in een traditionele kerk blijft bij mij toch het idee hangen dat deze, van oorsprong buitenkerkelijke groep, alsnog kerkje speelt.

Op de barricaden
Als ik na de viering wat leden spreek begrijpen ze dit gevoel wel. Zo zegt Heleen Verdonk (71), ook vanaf het begin betrokken bij de basisbeweging: “Vandaag leek het er behoorlijk op, inderdaad. Maar de vorige keer was er bijvoorbeeld een dansend meisje, toen was het een stuk minder het geval. Tegelijkertijd zijn we hier wars van dogma’s, tradities, vaste liturgie en rituelen. We bidden bijvoorbeeld ook niet op een traditionele manier. Dat heeft ook te maken met het gezelschap, alles zit hier door elkaar: agnosten, humanisten, protestanten, katholieken, mensen die veel met het boeddhisme hebben.”
In het ABC van de gemeente dat ik op de website lees staat inderdaad dat “grenzen tussen geloofsrichtingen sinds de start vrolijk worden overschreden”. Toch staat er ook: “Het geloof heeft ons samen gebracht en houdt ons bij elkaar.” Geloof in wat? Iedereen lijkt het hierover eens te zijn. Herma van Kampen (74) vat het mooi samen: “Daarin zijn we allemaal zoekende, wat ook wel blijkt uit de viering van vandaag. Godsbeelden zijn voor iedereen verschillend. We hebben zeker niet allemaal hetzelfde geloof, maar daar gaat het ook niet om. Het gaat om God in de ander zien. Niet een God die de touwtjes in handen heeft, nee, die handen zijn wij.”
Daarmee is het in 1976 ook allemaal begonnen, zo blijkt uit de verhalen die ik hoor. Hans de Haan (69) laat mij een document zien uit die tijd getiteld: ‘Discussiestuk om tot de vorming te komen van een basisgemeente in Apeldoorn’, geschreven door Douwe Brandsma. Daarin wordt een uitspraak van de Russische dissident Solzjenitsyn aangehaald: “De enige redding van de mensheid is hierin gelegen, dat iedereen zich alles aantrekt.” De Haan: “Het belangrijkst voor ons is wat zich in de buitenwereld voordoet. Het gaat om liefde, gerechtigheid en opkomen voor de ander. In het begin stonden we voor van alles op de barricades. Dat is nu veel minder, ook omdat we ouder zijn. Tegelijkertijd zijn we allemaal op onze eigen manier bezig om het ideaal dat ons samenbindt, een leefbaarder wereld voor morgen, handen en voeten te geven – maar dan wellicht op een wat rustigere manier. Dat heeft ook te maken met hoe de cultuur toen was en nu is. Toen was het nodig om ons op zo’n manier af te zetten tegen het gezag. Dat afzetten is nu niet meer nodig, we werken nu zelfs samen met kerken. Binnen de kerken is er veel meer ruimte gekomen voor andersdenkenden.” Ook de anderen die ik spreek getuigen van meer mildheid naar de kerken en de samenwerking die er nu is. Herma van Kampen is zelfs samen met haar man nog steeds lid van een PKN-gemeente en af en toe bezoeken ze daar een viering:
“We zien dat de kerken ons inhalen. Maar de basisgemeente is een warm bad, een soort familie. Daarom denk ik er niet over om hier weg te gaan.”

Elkaar vasthouden
In de jaren zestig en zeventig was de relevantie van de basisbeweging overduidelijk: losbreken van het kerkelijk gezag en vanuit de basis een beweging opbouwen die middenin de wereld staat. Gevraagd naar de relevantie nu antwoordt iedereen ongeveer hetzelfde: de maatschappelijke relevantie is nu minder geworden. De kerken pakken het ook op, er komen andere vormen en bewegingen. Daarom zijn ze er ook niet rouwig om dat deze beweging uiteindelijk zal ophouden te bestaan. Ze hebben alle vertrouwen in de volgende generatie, op basis van wat ze nu al zien gebeuren. De relevantie die nu meer naar voren komt is persoonlijk: de hechte gemeenschap zelf en alles wat daarbij hoort – de gedeelde geschiedenis, verdieping, met elkaar leren, bezinnen en leven, elkaar stimuleren en steunen. De Haan: “We houden elkaar vast, in de belijdenis van de liefde, in het vieren van de hoop.”
In die zin zijn de ervaringen die deze mensen in de afgelopen veertig jaar hebben opgedaan goud waard voor hen die net beginnen. Ze laten zien hoe zo samenleven een leven lang stimulerend en uitdagend kan blijven. Misschien is de belangrijkste reden daarvoor wel dat iedereen er andere overtuigingen op nahoudt en dat dit prima is. Het maakt dat mensen scherp, flexibel en open blijven, in plaats van verstarren en indutten.

Samen één kant op
Als laatste spreek ik Lodewijk Versluis (71), die er bij was toen Douwe Brandsma de discussiebrief verspreidde. Hij moest en moet niets hebben van een kerk. Het zint hem dan ook niet dat de gemeenschap nu samenkomt in een kerk. Ze zijn niet gebonden aan welk gebouw dan ook en hebben slechts een kist waar hun spullen zitten; in theorie zouden ze dus elk moment ergens anders naartoe kunnen gaan. Toch zitten ze nu al een paar jaar in deze kerk: “De meerderheid van de club vindt dit een fijne plek. Ik vind dat een openbaar zaaltje beter past. We zaten eerder in een duivensportcentrum en dat vond ik prima. Maar de meeste mensen voelden zich daar niet thuis. Met de vieringen heb ik sowieso niet zoveel. De maandelijkse Basisvergadering is voor mij veel belangrijker. Daar is het contact met de mensen van onze basisgemeente en vindt het gesprek en de discussie plaats over persoonlijke en maatschappelijke vraagstukken. Voor mij gaat het uiteindelijk om de praktijk, om de actie. Dat je samen één kant op loopt, met alle schakeringen die er zijn. De progressieve kant op, dat het beter zal worden met de mensheid en de wereld en dat je daar samen naartoe werkt.”

Vrije en onafhankelijke opstelling
De christelijke basisbeweging is een product van kerkelijke en maatschappelijke veranderingen. In Nederland ontstonden de eerste basisgemeenten in de jaren zestig. In 1979 sloten ze zich aaneen tot de Basisbeweging van Kritische Groepen en Gemeenten in Nederland (BBN). Basisgroepen in Latijns-Amerika – christenen in verzet tegen de heersende klassen en het kapitalisme – vormden voor hen een belangrijke inspiratiebron. Solidariteit met ‘de verdrukten’ was een belangrijke waarde. In het document Eerste visie en program uit 1979 wordt dan ook Karl Marx aangehaald: “Het is een onvoorwaardelijke eis alle verhoudingen omver te werpen, waarin de mens een vernederd, een geknecht, een verlaten, een verachtelijk wezen is.”
De Oecumenische Basisgemeente Apeldoorn werd opgericht in 1976. "Wil het rijk gods in de wereld gestalte krijgen, dan vraagt dat een omvorming te midden van de gevestigde grote strukturen van kerk en maatschappij, tot kleine strukturen, gemeenschappen waarin experimenteel vooruit wordt gegrepen op de nieuwe orde van God. Men zou in dit verband kunnen spreken van subculturen, oefenplaatsen voor een nieuwe levensstijl, proeftuinen van een andere samenleving”, zo heette het in het discussiestuk dat aan de oprichting van de Apeldoornse groep vooraf ging.
De vergrijzing en gewijzigde maatschappelijke en kerkelijke structuren hebben geleid tot een nieuwe, lossere organisatie, 2of3bijEEN geheten. Bij dit ‘netwerk van geloofsgemeenschappen in vrije en onafhankelijke opstelling’ zijn momenteel twintig gemeenten en groepen aangesloten.

Meer informatie: www.oecumenische-basisgemeente-apeldoorn.nl, www.2of3bijeen.nl.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda