FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 17 May 2018 07:31

’In zelfvertrouwen en godsvertrouwen’

Tekst: Eric Corsius Tekst: Eric Corsius Paula Modersohn-Becker: ‘Portret van een meisje’, 1901.

Het Rijksmuseum Twenthe toont deze maanden het werk van de Duitse schilder Paula Modersohn-Becker (1876-1096). Haar kunst is van zeer hoge kwaliteit, oordeelt Eric Corsius.  “Paula Modersohn-Becker liep niet ergens achteraan of ergens voorop. Ze was vooral toegewijd, vroom en gericht op datgene waar het om ging: het mysterie van de kunst.”

‘Wat jammer!’ Met deze woorden op de lippen sterft op 20 november 1907 de Duitse schilderes Paula Modersohn-Becker. Kort daarvoor heeft zij haar twee weken oude dochter in de armen genomen en gezegd: “Het lijkt wel een beetje Kerstmis.” Paula is 31 jaar oud als ze overlijdt, en bevindt zich in een beslissende fase van haar leven. Na veel twijfelen heeft ze definitief gekozen voor het bestaan als echtgenote van Otto Modersohn in het afgelegen Worpswede. Daarnaast is haar wens om een kind op de wereld te zetten in vervulling gegaan. En wat het belangrijkste is: ze staat op het punt om eindelijk door te breken als kunstenaar en te worden erkend als het genie dat ze is. Verkocht heeft ze tot dan toe nauwelijks iets. De kwaliteit en de originaliteit van haar doeken is echter onbetwistbaar. Niemand minder dan de dichter Rainer Maria Rilke (1875-1926) is een groot bewonderaar van haar. Des te meer is het een enorme tragedie dat deze grote vrouw sterft. Rilke is ontroostbaar en schrijft een woedende rouwzang.
Het is verleidelijk om uit te weiden over het feit dat Modersohn-Becker als vrouw werd gefrustreerd in de ontplooiing en erkenning van haar genie en daarom extra hard moest werken en vechten om erkenning. Dat was zeker ook het geval. Er valt echter zoveel meer over haar te schrijven dan het feit dat ze een vrouw was die het moeilijk had. We doen haar tekort als we haar levensverhaal reduceren tot een emancipatiegeschiedenis en daarmee voorbij te gaan aan haar kunstzinnige verdiensten. Modersohn-Becker was misschien een feministe avant la lettre. Vooral echter was ze een individualiste, gedreven door een compromisloze toewijding aan wat zij zag als haar roeping: de kunst. Daaraan danken we een verbazingwekkend groot oeuvre van een al even verbazingwekkend niveau.

Tomeloze energie
Paula Becker werd geboren in 1876 en groeide op in een burgerlijk Noord-Duits milieu, waarin ze haar teken- en schildertalent kon ontplooien, ondanks de aarzelingen die haar ouders daartoe moesten overwinnen. In Engeland, Bremen en Berlijn liet ze zich scholen in het artistieke hand-werk. Tentoonstellingen die ze daar en elders bezocht brachten haar in aanraking met de toon-aangevende kunst van haar tijd. In 1898 vestigde Becker zich in de kunstenaarskolonie Worpswe-de, waar zij zich toelegde op haar verdere ontwikkeling als schilderes.
Op oudejaarsdag 1899 ging een vurige wens in vervulling en reisde ze af naar Parijs, om eindelijk het mekka van de moderne kunst met eigen ogen te zien. Vanaf dat moment pendelde ze tussen het duistere kunstenaarsdorp in de Noord-Duitse laagvlakte en de bruisende lichtstad. De kunste-nares werd namelijk aangetrokken door twee polen: de traditionele kunstenaars op het platteland van Worpswede aan de ene kant, de grootstedelijke avant-garde in Parijs aan de andere kant. De-ze tweepoligheid werd mede bepalend voor haar werk. Enerzijds volgde ze de onderwerpkeuze van de laatromantische schilders in het Noord-Duitse heidegebied, met hun voorkeur voor het rustieke en rurale, voor landschappen, stillevens en uit de klei getrokken boeren. Anderzijds ging ze mee met de gedurfde vormentaal van post-impressionisten als Vuillard, Cézanne en Gauguin. Bovendien raakte ze gefascineerd door de soberheid een eenvoud van de primitieve, exotische en antieke kunst.
In 1901 trad Paula Becker in het huwelijk met de schilder Otto Modersohn: een huwelijk dat het karakter aannam van een moeizame latrelatie en voortdurend op de rand van een echtscheiding balanceerde. In 1907 leek, zoals gezegd, de keuze voor het gezinsleven te zijn gevallen. De strub-belingen in haar relatie met Modersohn zullen zeker te maken hebben gehad met haar eigenzin-nigheid en met de moeite die hij ermee had dat zijn vrouw een eigen weg ging en in de kunst zijn meerdere was. Voor Becker was de kunst bovendien een object van toewijding, dat haar onver-deeld opeiste. In feite was zij in de wieg gelegd als celibatair omwille van het koninkrijk der kunst. De tomeloze energie waarmee zij werkte, ook zonder daarvoor onmiddellijk te worden beloond in termen van erkenning, roem en aankopen, spreekt wat dit betreft boekdelen. Bovendien kwalifi-ceerde zijzelf haar werk als een vorm van vroomheid.

Eenvoud en helderheid
Een actief en doorleefd christen-gelovige was ze overigens niet en dus zeker geen religieus kun-stenaar. Wel voelde ze zich thuis in de culturele en folkloristische aspecten en uitingsvormen van het christendom. Uiteindelijk echter was de kunst zelf haar religie. Het scheppingsproces ervoer ze als een eerbiedig wachten en laten rijpen, een soort zwangerschap. Deze aandachtige en toege-wijde houding ging overigens niet ten koste van haar zelfbewustzijn en het besef van haar eigen genie. Ze schilderde, zoals ze het zelf formuleerde, ‘in zelfvertrouwen en godsvertrouwen’. Mis-schien zouden we Modersohn-Becker het beste een spirituele kunstenaar kunnen noemen – als we daarbij haar spiritualiteit niet opvatten als een louter naar binnen gekeerde houding. Het was juist haar extraverte, respectvolle en contemplatieve houding jegens de dingen, die bijvoorbeeld op Rilke zo’n grote indruk maakte. “Zonder nieuwsgierigheid of bezitsdrang was jouw schouwen!” - dichtte hij. Becker wilde de dingen in hun wezen laten en in hun kern vatten.
Daarmee hebben we ook de sleutel gevonden tot haar eigen kunstzinnige taal, die tot op het laatst in ontwikkeling was en waarin zij voortdurend nieuwe werelden verkende. Ze borduurde voort op het werk van de Franse schilderende voorhoede, die zowel het eendimensionale naturalisme van de romantiek achter zich liet als het impressionisme met zijn ambitie om de ervaren werkelijkheid van het moment weer te geven. Het was Modersohn-Becker zeker te doen om de werkelijkheid, maar dan de werkelijkheid zoals zij die aandachtig meende te kunnen doorgronden. Daarom zijn haar landschappen, stillevens en portretten, hoe trefzeker en sprekend ook, nooit fotografisch. Ze zijn visionair. Zorgvuldig componeerde Modersohn-Becker haar doeken, met een consequent stre-ven naar eenvoud en helderheid. Het resultaat was vaak een harmonieus geheel van lijnen, vlak-ken en kleuren, op het abstracte af. Het perspectief lost op in het vlak. Menselijke gestalten ver-smelten met landschappen en staan op gelijke voet met bomen, samen met hen verschijnende in één omvattende samenhang.

Moederboodschap
In andere gevallen hebben deze menselijke figuren juist een heel symbolisch karakter. Voor die symboliek maakte Paula even dankbaar als vrijmoedig gebruik van motieven en elementen uit de christelijke traditie. Een voorbeeld hiervoor is het beeld van de godsmoeder. Als rechtgeaarde Duitse onderging Modersohn-Becker het kerstfeest, met de centrale rol voor Maria, als een blij-vende bron van inspiratie. Zo schreef ze met Kerstmis 1900 in een brief aan haar man: “Ik koester mij aan de warmte van dit stukje christendom en neem het dankbaar aan als een sprookje. En ver-der, weet je, is het zulk een feest voor vrouwen, want deze moederboodschap leeft immers nog steeds voort in iedere vrouw. Dat is allemaal zo heilig. Dat is een mysterie, dat voor mij diep en ondoordringbaar is en tegelijk teder en alomvattend. Ik buig ervoor, waar ik het ook maar tegen-kom. Ik kniel ervoor in nederigheid. Dat en de dood: ze zijn mijn religie, omdat ik ze niet kan bevatten.”
In deze woorden laat de kunstenares zien, dat de religieuze traditie met haar symboliek haar niet onberoerd laat, zonder dat ze zich erdoor ingeperkt of geïndoctrineerd voelt. In tegendeel: ze kan die beeldtaal – in dit geval de beeldtaal van het moederschap van Maria – gebruiken als een uit-drukkingsvorm voor haar eigen levensvisie en gevoel voor het onaanraakbare van het moeder-schap. Het thema van dit heilige moederschap staat dan ook in veel van haar (zelf-)portretten cen-traal, die daardoor het midden houden tussen antieke godinnenportretten en christelijke madon-na’s. Dit moederschap was wellicht ook een metafoor voor het scheppingsproces, dat haar heilig was. Tevens was het een object van een persoonlijke hunkering, die in vervulling ging met de ge-boorte van Mathilde in 1907. Deze vervulling ontlokte haar – zoals hierboven beschreven – niet geheel toevallig de woorden: “Het lijkt wel Kerstmis!” Tragisch genoeg stierf zij indirect aan de gevolgen van de bevalling. Het was bittere ironie: het mysterie van de dood en dat van het moe-derschap, die voor Modersohn-Becker bij elkaar hoorden, volgden bij haar elkaar op de voet.

Volgeling noch voorloper
Bij een jong gestorven kunstenaar is het verleidelijk om erover te speculeren, wat er zou zijn ge-beurd als zij of hij langer had geleefd. Dit is zinloos. En bij Modersohn-Becker eigenlijk ook overbo-dig. Wie haar schilderijen en tekeningen ziet is vooral verbijsterd door de grote schoonheid en het consequent volgehouden hoge niveau ervan. Ze kruipen onder je huid enerzijds en openen zich anderzijds om je binnen te laten in hun wereld. Bovendien is haar oeuvre zo omvangrijk dat men er niet op uitgekeken raakt. Toch wordt haar naam niet spontaan genoemd in de rijtjes van pio-niers van de moderne kunst. Misschien komt dat doordat ze niet echt bij een stroming of groep hoort, noch als volgeling noch als voorloper. Paula Modersohn-Becker liep niet ergens achteraan of ergens voorop. Ze was vooral toegewijd, vroom en gericht op datgene waar het om ging – vanaf de dag dat ze haar eerste potlood op papier zette tot haar laatste dagen in het atelier in de mistige laagladen van Worpswede: het mysterie van de kunst.

De tentoonstelling Paula Modersohn-Becker tussen Worpswede en Parijs in het Rijksmuseum Twenthe in Enschede loopt tot en met 12 augustus 2018 (www.rijksmuseumtwenthe.nl). Van 9 september tot en met 6 januari 2019is de expositie te zien in Wuppertal, Duitsland (http://www.von-der-heydt-kunsthalle.de). Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde catalogus met achtergrondessays: Verena Borgmann e.a., Paula Modersohn-Becker – tussen Worpswede en Parijs (Waanders & de Kunst, 80 blz., € 19,95).

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda