FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 11 May 2018 06:35

‘Liefde voor iedereen, haat voor niemand’

Tekst: Herman Koetsveld Tekst: Herman Koetsveld Beeld: Stijn Rademaker

Vrienden Enis Odaci, voorzitter van de stichting Humanislam, en Herman Koetsveld, predikant van de Protestantse Kerk, gaan voor Volzin op ‘spiegelreis’. Moslim Odaci bezoekt christelijke gemeenschappen van zeer uiteenlopende snit, christen Koetsveld ontmoet moslims van verschillende signatuur. Fotograaf Stijn Rademaker vergezelt hen. Deze maand aflevering 2: Herman Koetsveld bij de Ahmadiyya-moslimgemeenschap in Nunspeet. “Zij vertrouwen met hart en ziel op de goddelijke boodschap van liefde en vrede.”

‘Je moet je schamen’ mailt een stadgenoot me, nadat hij lucht kreeg van mijn bezoek aan de Ahmadiyya-moslimgemeenschap in Nunspeet. Dat ik als dominee contact zoek met moslims is voor hem volmaakt onbegrijpelijk. Maar ik schaam me niet, nou ja, soms wel, maar niet voor dit project.

Goddelijke aanspraak
Ahmadiyya. Eerst maar eens even googelen: islamnu.nl dus, met het in het oog springende motto: ‘Liefde voor iedereen, haat voor niemand’. Ik lees over de stichter in de wat de religieuze ontwikkelingen betreft zo spectaculaire negentiende eeuw: “Deze komst van de Beloofde Messias en Mahdi (= verlosser), en de Beloofde Hervormer van alle religies, heeft plaatsgevonden in de persoon van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (1835-1908) uit Qadian, een afgelegen dorp in India. Onder goddelijk bevel en in vervulling van de profetieën betreffende zijn komst, maakte hij bekend dat hij de Beloofde Messias en Mahdi was, en legde hij in 1889 de grondslag van wat vandaag de wereldwijde en dynamische Ahmadiyya Moslim Gemeenschap is.”
Ik lees verder. Artikel na artikel vol met zowel teksten uit de Koran als uit de Bijbel. Allemaal om mij als lezer te overtuigen dat die goddelijke aanspraak van Ghulam Ahmad klopt. Ik voel een zekere irritatie opkomen. Ik ken ‘van huis uit’ het gehussel met bijbelteksten om een bepaald standpunt met terugwerkende kracht van een goddelijke legitimatie te voorzien. Voor elk standpunt – hoe achterhaald of verwerpelijk dan ook – blijkt wel een bijbelse onderbouwing te bedenken. Ik moet mezelf toespreken: ga die mensen ontmoeten, open, en vraag naar hun inspiratie.
M’n navigatie leidt me naar een villawijk in een bos op de Veluwe. Hier een moskee? Veel te vroeg sta ik voor een groot wit gebouw - een voormalig hotel? Het kan niet missen: Het huis van licht staat in kapitalen op de gevel met daarboven in sierlijke kleinere letters: ‘Er is niemand aanbidding waardig behalve Allah. Mohammed is de boodschapper van Allah’. Ik ben vandaag te gast in het huis van licht, bedenk ik, terwijl ik een laantje in wandel om de tijd te overbruggen. Ik verbaas me over de enorme villa’s in deze wijk van Nunspeet. Wat vinden de bewoners van hun moslimburen?
Wat later zoek ik naar de ingang van de moskee. Een achterdeur zwaait open. Ik word verwacht. Van de imam Safeer Siddiquie krijg ik een knuffel. Een dertiger, schat ik, met een vriendelijk open gezicht: “Welkom.” Ik word voorgesteld aan een paar bestuursleden en een zorgzame man die ik in mezelf tot koster benoem.
Tijdens de lunch geef ik ons boek De Zeven Zuilen aan Siddiquie als dank voor de ontvangst. Ik vraag hem naar zijn positie in deze gemeenschap. Voor de buitenwacht is hij hier de imam, maar dat ligt intern net iets anders begrijp ik. Geboren en getogen in Nederland heeft hij zijn zeven jaar durende theologieopleiding gedaan in het Ahmadiyya-centrum in Londen. Daar zetelt ook het hoofd van deze wereldwijde 20 miljoen leden tellende organisatie, de vijfde kalief Mirza Masroor Ahmad. Straks, na het vrijdagmiddaggebed, zullen we zijn live uitgezonden vrijdagmiddagpreek beluisteren.

Een en al beweging
Ik vraag naar hoe ik mij heb te gedragen tijdens het gebed. Ik heb overwogen om in alle opzichten mee te doen. In gelid staan, buigen, neus op de grond. Zo fysiek je geloof tot uitdrukking brengen. Opgaan in het ritueel, jezelf overgeven aan wat van oudsher zo is doorgegeven, van generatie op generatie. Geen onderscheid tussen hoog en laag, tussen oost en west, noord en zuid. Wel tussen mannen en vrouwen, dat dan weer wel, maar dat is niet principieel, zo wordt mij met nadruk uitgelegd. Overal dat precies hetzelfde uitgevoerde ritueel. Knielen, ja, als kind deed ik dat ook – die associatie is er ineens, ’s avonds voor het slapen gaan, knielen voor het bed, handen gevouwen op de dekens: ‘Ik ga slapen, ik ben moe, sluit mijn beide ogen toe. Here, houdt ook deze nacht, over mij getrouw de wacht. Amen’.
Een beweging van overgave. De schoenen gaan uit als ik de sobere, maar lichte gebedsruimte in ga. Er is achterin een stoel voor me klaargezet. Ik krijg een gebedsboekje met vertaling. Zo’n dertig mannen en een paar jongens komen binnen en nemen een plek in. Er hangt een sfeer van concentratie en verstilling. Een jongen opent met de gebedsoproep. Ik heb van de imam begrepen dat hij dat stimuleert: jong geleerd is oud gedaan. Dan komt de imam naar voren. Plots een en al beweging: schouder aan schouder vormen zich twee strakke rijen.
Mijn aarzeling wel of niet volledig mee te doen is opgelost: ik ben te laat. Die stoel voelt niet goed. Ik laat me zakken op het zachte tapijt. Ik wil me openen voor wat hier gebeurt. ‘Allahoe Akbar.’ God is groter. Onder deze uitroep zijn de meest gruwelijke daden begaan. De onmenselijkheid ten top. De zachte stem van de imam zingt diezelfde woorden. Zijn timbre ontroert me, tot mijn eigen verbazing. Het Arabisch, de met zorg uitgevoerde wisselingen van de houdingen, deze intense sfeer van opperste concentratie. Zo vreemd en zo waarachtig. Ik denk aan de diensten die ik in een klooster meemaak als ik de stilte zoek. Zitten, staan, naar voren komen. Vorm zus of zo. Je moet het maar net weten. Met verzet of weerstand heb je er niets te zoeken. Zo zijn onze manieren. Het wordt stil in mijzelf.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda