FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 27 April 2018 05:29

Kunstenaar met een roeping

Tekst: Eric Corsius Tekst: Eric Corsius Masereel: ’Boetekleed.’

Houtsnijder en graficus Frans Masereel beleefde een eeuw geleden zijn doorbraak. Het grootste deel van zijn werk is in zwart- wit. “Het contrasteren van licht en donker paste bij zijn behoefte om de contrasten van het menselijke leven en samenleven meedogenloos weer te geven.” Portret van een gelauwerd en geëngageerd kunstenaar.

Het grootste deel van het oeuvre van de Belgische kunstenaar Frans Masereel (1889-1972) bestaat uit houtsneden met het daarvoor kenmerkende, scherpe zwart-witcontrast. Masereel had een grote voorliefde voor dit genre. In deze vorm maakte hij illustraties voor tijdschriften en boe-ken. Vooral echter maakte hij op deze manier opzichzelfstaande kunstwerken, die hij veelal uitgaf in verzamelbundels of het licht liet zien als losse prenten. De kunstenaar waagde zich weliswaar ook aan andere technieken. Hij begon als politiek tekenaar en maakte ook schilderijen in de tradi-tie van de Vlaamse expressionisten. In zijn grafische werk was hij echter op zijn best. Hij wordt gerekend tot de top in dit genre – voor zover het de twintigste eeuw betreft.

Zonder woorden
Het spreekt niet vanzelf dat in een tijdschrift als Volzin een stuk verschijnt over een man wiens werk voor het grootste deel bestaat uit zwart-witprenten. Hij is een ondankbaar onderwerp voor een full colour magazine. Niettemin spreekt Masereels werk, ook honderd jaar na zijn doorbraak, nog steeds tot de verbeelding, ondanks zijn keuze voor het sobere uitdrukkingsmiddel van de houtsnede. Dit komt door de grote virtuositeit die hij in deze techniek ontwikkelde. Dat laatste was een hele prestatie. De houtsnijtechniek plaatst de kunstenaar immers vanouds voor een grote uitdaging. Doordat de houtsnijder de zachte kant van het hout bewerkt met een guts, is hij beperkt in de mogelijkheid om kleine nuances, grijstonen en details weer te geven, terwijl andere grafische technieken zoals de houtgravure of de ets zich wel lenen voor verfijnde werkwijzen. Als bekwaam ambachtsman en geniaal kunstenaar compenseerde Masereel deze inperking onover-troffen. Dat deed hij door trefzeker gebruik te maken van het grote gebaar en door handig drama-tische effecten na te streven. Vooral echter beheerste hij de kunst om met enkele lijnen en vlak-ken een hele wereld op te roepen en een sprekend tafereel neer te zetten. Het contrasteren van licht en donker was daarbij méér dan een onvermijdelijke eigenaardigheid van de gekozen tech-niek. Het paste ook bij zijn behoefte om de contrasten van het menselijke leven en samenleven meedogenloos weer te geven.
Masereel dankt zijn blijvende actualiteit, behalve aan zijn grote talent, ook aan iets anders. Hij publiceerde namelijk bij voorkeur samenhangende reeksen van houtsnedes of beeldverhalen, die in boekvorm werden uitgegeven en waarin nauwelijks een geschreven woord voorkwam. Hiermee was hij uiterst modern, want het beeld als drager van een boodschap en als vehikel voor verhalen was ten tijde van Masereels bloeiperiode als graficus in opkomst, onder andere via de (toen nog stomme) film en het stripverhaal. Ook vakgenoten beoefenden het genre van het beeldverhaal. Net als Masereel appelleerden ze aan de voorkeur van het publiek voor het beeld boven het woord. Vaak werd dat ingegeven door de behoefte om laag- en ongeletterden te bereiken. Het medium van de ‘roman zonder woorden’ bleek echter ook een op zichzelf staande, eigen uitdruk-kingskracht te hebben, die tot op heden alle lagen van de bevolking aanspreekt.

Ambachtelijke aanpak
Hoe modern hij ook was in zijn toeleg op het beeldverhaal: met zijn voorkeur voor de eeuwenou-de, omslachtige techniek van de houtsnede was Masereel juist ook weer ouderwets. Hij zag zich-zelf als een deel van een eerbiedwaardige traditie, namelijk die van de zogenaamde blokboeken uit de late middeleeuwen. Dit waren drukwerken die merendeels religieus van aard waren en waarin paginagrote prenten waren afgedrukt. Door de verfijning van de boekdrukkunst raakte dit genre in onbruik. Ook begaf Masereel zich uitdrukkelijk in het voetspoor van klassieke kunstenaars als Albrecht Dürer (1471-1528), die de grafische kunst tot een hoger plan hadden verheven. Met zijn ambachtelijke aanpak en toeleg, alsmede met zijn bekwaamheid om op één blad en met een-voudige middelen een heel verhaal te vertellen, was Masereel als het ware een vertegenwoordi-ger van de middeleeuwen en de renaissance te midden van een zich razendsnel ontwikkelende samenleving, waarin avontuurlijke en experimenterende kunstenaars de toon aangaven. Dit gaf aan zijn werk in zekere zin een paradoxaal karakter.
Binnen de klassieke vorm die hij hanteerde, deed hij qua inhoud echter volop recht aan de samen-leving waarvan hij deel uitmaakte. De maatschappij van zijn tijd was het overheersende onder-werp van Masereels prenten. Dat was een maatschappij die werd gekenmerkt door grote tegen-stellingen: tegenstellingen tussen armoede en rijkdom, tussen machteloosheid en macht, tussen defaitisme en verzet. Masereel had daarnaast oog voor de uitersten die eigen zijn aan het mense-lijke bestaan in het algemeen: liefde en eenzaamheid, leven en dood, hoop en wanhoop. Het met de houtsnijtechniek gegeven spel van licht en donker leende zich, zoals gezegd, bij uitstek om deze dubbelheid te verbeelden. Het bleek overigens ook erg geschikt voor het weergeven van de katho-lieke vroomheid van zijn vaderland. De religiositeit was in het Vlaamse levensgevoel van zijn tijd verweven met het collectieve en individuele lijden en had ook haar duistere kanten. In Masereels prenten van boeteprocessies en religieuze stoeten komt deze ambivalentie goed naar voren.

Lijden en hoop
Masereels contrastrijke verbeelding van de realiteit kwam mede voort uit zijn sociale gedreven-heid en bewogenheid. In het Vlaamse Blankenberge geboren uit een Gents middenklassemilieu, kwam hij via zijn kunstopleiding en zijn rondreizend bestaan al spoedig in aanraking met armoede en misère, alsmede met progressieve bewegingen en tijdschriften, waaraan hij vlijmscherpe spot-prenten ging leveren. Hij was hard op weg een gerespecteerd illustrator te worden, toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Hij raakte verzeild in een internationaal netwerk van pacifistische kunste-naars als Stefan Zweig en Romain Rolland en stond als vrijwilliger van het Rode Kruis oog in oog met de gevolgen van de oorlog. Tegelijk drongen de licht- en schaduwzijden van de industriële maatschappij steeds meer tot hem door. Zijn compassie en passie vonden na de oorlog zijn weg in werken die zijn doorbraak betekenden. Dat was op de eerste plaats zijn reeks van vijfentwintig prenten, die hij de titel De Lijdensweg van de Mens (1918) gaf. Dit werd al snel gevolgd door zijn eveneens als beeldverhaal vormgegeven Getijdenboek, een werk over de levensweg van de mens in de hedendaagse wereld (1919). De in de titels vervatte verwijzingen naar de religieuze traditie van de blokboeken zijn onmiskenbaar. Daarna volgden De zon (1919), De stad (1925) en vele an-dere reeksen.
Deze reeksen of beeldromans zijn nog steeds het ‘lezen’ waard. De mens die erin naar voren komt is de mens van en in zijn tijd. We zien hem worstelen met uitsluiting en uitbuiting, ontheemding en onderdrukking, maar ook vechten voor lijfsbehoud en lotsverbetering van anderen. Tegelijk heeft Masereel de ambitie om op tijdloze wijze te spreken over de mens als zodanig, over Elckerlyck met zijn verlangens naar intimiteit en liefde, vrijheid en ontplooiing. De weergegeven prent uit het beeldverhaal De zon spreekt wat dit betreft boekdelen: tussen aarde en hemel staat de mens fier opgericht, de aardse stad van de mens verbindend met de zon als bron van alles wat goed is. De mens die het dominante middelpunt vormt van Masereels ‘stripverhalen’ – al is het meestal een mannelijk personage – belichaamt ons aller lot of trekt het zich plaatsvervangend aan. In elke prent lijkt Masereel te willen zeggen: Ecce Homo! ‘Zie, de mens!’ Hij zou in 1949 overigens een reeks prenten uitgeven onder deze titel. En op het bij dit artikel afgebeelde schilderij schemert de traditie van Maria als moeder van smarten door. In de mens van Masereels prenten komt alles samen wat een mens beweegt en overkomt, alle lijden en alle strijd, alle tegenslag en alle hoop.

Roeping
Na de Tweede Wereldoorlog zou Masereel een gevestigd en alom erkend kunstenaar worden. Tot die tijd had hij wellicht vooral de reputatie van een pacifistisch activist en een geëngageerd pro-testkunstenaar. Zijn kwaliteit ging daar echter ver boven uit en na 1945 werd hij internationaal beschouwd en benaderd als een autoriteit op artistiek gebied en een waardig vertegenwoordiger van zijn generatie. Het leverde hem leeropdrachten, eredoctoraten en prijzen op. De sociaal-realistische traditie en gedrevenheid werd hij nooit ontrouw. Hij zag zichzelf steeds als een artiest met een maatschappelijke roeping. Masereel voerde consequent de lijdende en strijdende mens ten tonele, de mens die enerzijds slachtoffer is van machtsmisbruik en anderzijds zijn lot in eigen hand nam. Hij toonde de mens in de volle glorie van zijn passie. ‘Zie, de mens. Ecce Homo.’

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda