FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 05 April 2018 07:11

‘Geen andere agenda dan er te zijn’

Tekst: Jeroen Fierens Tekst: Jeroen Fierens Beeld: Anita Pantus

‘Present zijn voor de thuislozen in de stad’ luidt de taakomschrijving van Harrie Lennaerts. Hij is pastor, maar preken doet hij niet. “Het begint bij gewoon op pad gaan, aanwezig zijn op straat en de mensen daar ontmoeten.”

Op de plek in Nijmegen waar Titus Brandsma naar verluid door de Duitsers werd gearresteerd, is een kapel gebouwd: de Titus Brandsmakapel. Het opmerkelijke gebouwtje in de stijl van de Bossche School is de thuisbasis voor het Nijmeegse straatpastoraat. Er wordt gekookt, geschilderd, gefotografeerd, muziek gemaakt, gehuild en gelachen. En het is het begin- en eindpunt van het rondje dat straatpastor Harrie Lennaerts (58) tweemaal per week maakt door de straten van de stad.

Koetjes en kalfjes
Op de koude winterochtend waarop ik met hem meeloop, is het rustig op straat. Ook wie geen vaste verblijfplaats heeft, zoekt in de winterse kou toch liever een warm plekje op, waarschuwt Lennaerts me vast. Inderdaad is onze eerste stop, het pleintje voor de Albert Heijn, verlaten. De volgende stop, de bibliotheek, blijkt ’s winters een populairdere plek – openbaar toegankelijk, warm, en bovendien met gratis toegang tot het internet. We lopen een rondje langs de tafels waar mensen gebogen over een boek of krant zitten. Hoewel ik ze zelf nauwelijks had herkend, vertelt Lennaerts me achteraf dat we meerdere daklozen zijn tegengekomen. Met slechts één van hen maakte hij kort een praatje. “Je hebt vaak een heel kwetsbare vertrouwensband met mensen opgebouwd, dus ik kan dan niet zomaar met een journalist en een fotograaf aan komen lopen.” Desondanks maakt de bibliotheek indruk op me. Blijkbaar bestaat hier midden tussen het drukke stadsleven een samenleving op zich waar ik totaal geen weet van had. En vandaag mag ik daar heel even een kijkje in nemen.
De volgende stop is het MFC, de dag- en nachtopvang van de verslavingszorg. Hier komt Lennaerts Richard tegen, die de vloer van het centrum staat de dweilen. Het zijn duidelijk bekenden van elkaar. Het gesprek gaat over de kleinkinderen en over een kettinkje met een kruisje dat verdwenen is. Lennaerts belooft de volgende keer een rozenkrans voor hem mee te nemen. In een afgesloten deel van de opvang zijn de ‘gebruiksruimtes’, waar verslaafden onder toezicht mogen gebruiken. De mannen in de alcoholkamer – alle drie met een halve liter bier in de hand – zagen Lennaerts buiten al aankomen en wenkten hem om binnen te komen. Ook hier gaan de gesprekken vooral over koetjes en kalfjes. Tussendoor komt een man uit een van de ruimtes even wat as uit de asbak halen voor in een pijpje. Later vertelt Lennaerts me dat daarmee basecoke gerookt wordt.

Als mens gezien
Lennaerts’ werk als straatpastor bestaat uit ‘present zijn voor de thuislozen in de stad’, een tamelijk open taakomschrijving die veel vrijheid biedt. “Je draait je eigen toko,” vertelt hij. “Het begint bij gewoon op pad gaan, aanwezig zijn op straat en de mensen daar ontmoeten. Zo kan het vertrouwen in elkaar groeien.” Het valt me op dat de gesprekken die ik meemaak nogal aan de oppervlakte blijven. Moet je het als pastor niet over geloofs- of op zijn minst levensvragen hebben? “Daar hoef ik bij de meeste niet mee aan te komen,” lacht Lennaerts. “Natuurlijk komt het er wel eens van, maar ik zoek ze niet op om diepe geloofsgesprekken met ze te voeren; het gaat erom er voor ze te zijn. Even bijpraten of zelfs alleen maar gedag zeggen is vaak al voldoende; dat er iemand is die naar je luistert, die om je geeft, die je als mens ziet. Ook als er dan een keer iets aan de hand is, weten ze dat ze bij mij kunnen aankloppen. Zo heb ik bijvoorbeeld een aantal mensen geholpen weer in contact te komen met hun familie, of komen ze met me praten als ze het ergens moeilijk mee hebben. Dat zijn momenten waarop je als straatpastor verschil kunt maken.”
Ook in de kapel wordt er minder gepreekt en gebeden dan je misschien in een kapel zou verwachten. Als we er aan het begin van de wandeling even een kijkje in nemen, lijkt het eerder op een soort buurtcentrum. Er staat een grote tafel in het midden waarop restjes papier en scharen liggen. Pas wanneer Lennaerts een klein altaar en kruisbeeld achter een gordijn vandaan tovert, zie je dat het een kapel is. “Het is belangrijk om het heel laagdrempelig te houden. Veel van onze activiteiten bestaan uit dingen doen: muziek maken, koken, schilderen, fotografie. Eens in de twee weken hebben we een viering, maar daar zit dan geen preek in. In plaats daarvan praten we met elkaar, bijvoorbeeld over wat een verhaal met ons doet. Als je gaat lopen preken, kun je het wel schudden.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda