FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 04 April 2018 09:59

Aan het lege graf voorbij

Tekst: Sytze Ypma Tekst: Sytze Ypma Ugolino di Nerio (1280-1330): Verrijzenis van Christus.

Angst is een grondtoon in het menselijk bestaan. Religie biedt mensen een taal en een vorm om hiermee om te gaan. Godsdienstpsycholoog Sytze Ypma over de uittocht uit het ‘angstland’ Egypte, de therapie van de Psalmen en het lege graf van Pasen.

‘De diepste angst die we kennen, is de angst om onszelf. We zijn bang om ons leven, om onszelf te verliezen”, aldus spiritueel auteur Anselm Grün. Er zijn situaties waarin dit extreem reëel wordt. Sinds een half jaar heb ik contact met een illegale vluchteling, een jongen van 19. Drie jaar geleden vluchtte hij uit Iran. Hij komt bij ons in Franeker in de kerk en af en toe spreken we elkaar. Als ik hem vraag wat angst voor hem betekent, proeft hij het woord eerst als een snoepje op zijn tong. Dan zegt hij: “Ik ken geen angst.” “Dat geloof ik niet”, antwoord ik. “Ja”, zegt hij, “dat is écht zo.” Hij licht toe: ”Sinds het rubberbootje, weet je. Alleen maar zee en nacht.” Niet dat hij – als illegaal – niet bang is om door de politie opgepakt te worden, maar dat is iets anders dan die angst. Die angst-in-het-rubberbootje was zo immens dat voor hem daarbij kennelijk alle andere vormen van angst verbleken.
‘Wees niet bang’: het is een zinnetje dat in zo’n extreme situatie een gotspe is. Er zijn situaties waarin angst een ervaring van dreiging van de buitencategorie blijkt; uiterlijke en innerlijke catastrofes overspoelen de mens en maken hem tot speelbal van angstgevoelens. Angst, zo leert de filosoof Kierkegaard, is een mentale pijn die ons in zijn greep heeft en als ze de kans krijgt ons opvreet of verteert. Angst duidt bij hem op een angstwekkende mogelijkheid en is gerelateerd aan de toekomst. Het verwerkelijken van de toekomst is de grote onzekere factor in ons leven. Wat staat ons te wachten? Hoe werken de keuzes die wij nu maken, uit in de toekomst?

De angst de baas
Achter onze angsten gaan twee psychische processen schuil die ook in religie een belangrijke rol spelen: hechting en coping. Hoe we die beide mechanismes kunnen aanwenden, bepaalt voor een belangrijk deel of we wel of niet bang zijn.
De angst om onszelf te verliezen gaat terug op een oerervaring in onze vroegste kindertijd, namelijk die van de afwezigheid van de moederfiguur van wie ons leven afhangt. De eerste maanden na de geboorte leeft het kind in een soort paradijselijke droomtoestand die zich laat vergelijken met het leven van Adam en Eva. Het kind ervaart zichzelf en de moeder als één organisme. Vanaf de achtste maand echter, zo wijst onderzoek uit, maakt het kind zichtbaar hevige verlatingsangsten door. Het kind ervaart de afwezigheid van de moederfiguur als zeer bedreigend. Omdat het nog geen besef heeft van tijdelijkheid, ervaart het die afwezigheid als een afwezigheid voor altijd. Het kind kan de paniek die dan opsteekt, als een catastrofe beleven. In gunstige omstandigheden merkt de ‘goede’ moeder dat op en speelt zij daar op in met variaties van troost die het kind gerust stellen.
Tegelijk wijst de psychologie erop dat er altijd een tekort aan empathie blijft. Het kind verlangt namelijk meer dan de ouders kunnen geven. Dat komt omdat er door de breuk met de moeder een leegte of gap in de psychische bodem van het kind is ontstaan. De ervaring van het tekort is voor het kind in geestelijke zin broodnodig, wil het verder groeien. Deze ervaring is motor van verlangen en angst tegelijk.
Om hun angst de baas te worden maken mensen gebruik van allerlei strategieën. Zo splitsen zij delen van hun angst af en projecteren die op een ander. Psychologen spreken hier van coping. Het Engelse woord to cope betekent ‘omgaan met’ en ‘bekappen’ of ‘bedekken’. Als angst de kop opsteekt, hanteren mensen een coping-strategie om haar te lijf te gaan. Zij zullen zich afvragen wat er eigenlijk aan de hand is en zoeken naar manieren waarop zij de ervaren problemen het beste kunnen oplossen.
Religie kan in het proces van coping een belangrijke rol vervullen. Mensen zijn, zo leert onderzoeker Kenneth Pargament, op zoek zijn naar een gevoel van zin en betekenis in wat hen overkomt. Religie helpt om taal en vorm aan hun angst te geven. Ook reikt religie hogere doelen of een weg aan waarlangs angst te dragen is. Religie geeft antwoorden op vragen als ‘waarom overkomt mij dit?’ en ‘hoe kan ik dit dragen?’

Materie of geest
Ik licht er een vorm van religieuze coping uit, die volgens mij fundamenteel is en in onze huidige beeldvormingscultuur wordt verwaarloosd en onderschat. Ik doel op het luisteren naar en lezen van heilzame woorden en teksten. Ik beperk me hier nu tot de Bijbel. Bijbelse teksten zijn principieel bedoeld om ons van angst te bevrijden. Ze beschrijven welk gedrag ons uiteindelijk weer angstig maakt en welke keuzes ons innerlijk grondwater angstvrij maken.
Wat leert de Bijbel ons over angst? Een bekende zegswijze luidt dat in de Bijbel 365 keer het zinnetje ‘vreest niet’ voorkomt: één ‘vreest niet’ voor elke dag van het jaar dus. Overigens klopt dat getal van 365 niet, ruim 400 komt meer in de buurt. Wat daar ook van zij, de auteurs van de bijbelse geschriften zijn zich er duidelijk van bewust dat ons dagelijkse leven niet zonder angst is en zijn nemen die angst serieus. De Bijbel weet, dat angst een grondtoon in het menselijk bestaan is. Dat blijkt op vele plaatsen in de Bijbel.
Neem, om te beginnen, het bijbelboek Exodus, het verhaal van de uittocht van het joodse volk uit het ‘angstland’ dat Mitsrajim heet, onder ons beter bekend onder de naam Egypte. Die naam verstaan we al snel als een plek op de kaart, maar het gaat hier niet om een plek, maar om een principe. Dat principe heerst waar je als mens tot knecht en slaaf gemaakt wordt. Daar komen wij niet tot ons recht en onze bestemming. Wat is dit voor knechtschap en slavernij? Het gaat hier over slaaf zijn van materie in de brede zin van het woord, van geld en goederen, van lichaamsbeheersing, van succes en groei. Onze hechting aan die materie maakt ons zomaar tot slaaf. In Egypte staat de vruchtbaarheid in dienst van de materie; geboorte staat in dienst van vergroting van materiële welvaart. Als je aan dat principe te zeer gehecht bent, er niet zonder kunt, dan ben je eraan verslaafd. De angst die hiermee gepaard gaat, is die voor het verliezen van die welvaart, van die consumptie of groei. Je leven staat geheel in dienst van dit systeem en dat ervaart Israël als verstikkend, onderdrukkend en benauwend.
Israël verbeeldt in het verhaal van Exodus de mens in zijn benauwenis. Israël brengt tegelijkertijd een andere wereld binnen in deze wereld van de materie: het principe van de geest. Dat principe wordt bewaard in het woord. Het woord komt de wereld van de materie binnen. Het wonder van dat woord is dat het ons leven een nieuwe betekenis geeft die geestkracht schenkt. De angst voor het proces van onthechting van materie verandert in vertrouwen. Dat is het principe van ‘exodus’, de uitweg waarin we vrij raken van druk en beklemming. Met de vlucht uit Egypte en daarmee uit de verkleving aan de materie, belandt Israël in de woestijn. Ook dat is wederom geen geografische plek maar een principe, namelijk van het vertrouwen dat we in het gesprek een weg vinden. Het Hebreeuwse woord voor woestijn is midbar, dat ‘vanuit het spreken’ betekent. De woestijn symboliseert ook de ervaring dat je de toekomst niet via verzekeringen en systemen controleert en beheert. In de woestijn begeef je je in een geestelijke ruimte waarin je onder ogen ziet dat je niet weet waar je uitkomt als mens en de toekomst zich niet laat controleren.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda