FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
dinsdag, 20 March 2018 05:33

‘De overheid heeft een januskop’

Tekst: Willem van der Meiden Tekst: Willem van der Meiden Beeld: Stijn Rademaker

“De overheid is zelf minstens ten dele verantwoordelijk voor armoede. Ze heeft een januskop. Ze verlaagt aan de ene kant uitkeringen en aan de andere kant maakt ze zich sterk om de gevolgen van deze maatregelen te bestrijden met een armoedebeleid.” Onderzoeker Jurriaan Omlo over het falen van de overheid.

Veel Nederlandse gemeenten zijn trots op hun armoedebeleid. Politieke partijen zullen er zich in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen op beroemen. En al zullen zij beamen dat elke arme er één te veel is, toch dragen ze bij aan het algemene gevoel dat het aantal mensen dat in ons land in armoede moet leven toch maar mooi lager is dan in de landen om ons heen. Terecht? “Als Nederland wat betreft armoedecijfers laag scoort in Europa, wil dat niet zeggen dat er geen probleem is”, meent Jurriaan Omlo. Volgens de Utrechtse onderzoeker is de gemeentelijke overheid bezig te dweilen waar ze zelf de armoedekraan heeft opengezet. Omlo (37) heeft al over menige netelige kwestie in onze samenleving onderzoek gedaan en gepubliceerd. Als het gaat om de kwaliteit van overheidsbeleid is voor hem steeds het criterium: ‘Welk beleid werkt en welk beleid niet?’ “Mooie woorden en fancy projecten zijn er te over, maar de effecten ervan worden zelden deugdelijk gemeten.”
Elk gesprek over armoede en armoedebestrijding begint wat Omlo betreft met de vaststelling wat armoede is. Daarover is de laatste jaren veel te doen. “De discussie over de definitie van armoede is van groot belang. Jarenlang was de armoedegrens die werd gehanteerd een kil cijfer. Zat je eronder, dan was je arm, daarboven niet. Daar komen steeds meer wetenschappers van terug. Armoede heeft meer facetten dan financiële schaarste alleen. Dat is een te smalle opvatting. Het gaat ook om emotionele, culturele en sociale schaarste. Natuurlijk is de financiële kant van belang, maar er komt bij armoede veel meer kijken. Neem ‘sociale schaarste’. Je kinderen kunnen bijvoorbeeld niet naar verjaardagen omdat ze geen cadeautje kunnen meenemen. En zelf vieren ze hun verjaardag ook niet omdat dat geld kost. Dat heeft gevolgen voor hun sociale leven en ook voor het netwerk van hun ouders. En sociale netwerken heb je nodig om aan werk te komen bijvoorbeeld. Niet naar een bioscoop kunnen of naar de bibliotheek zorgt voor culturele schaarste. En armoede heeft ook gevolgen voor je psychische en emotionele welbevinden. Armoede kan zorgen voor een gebrek aan eigenwaarde, voor schaamte en gevoelens van machteloosheid. Mensen kunnen daaronder meer lijden dan onder geldgebrek. Daarom pleit ik voor een brede definitie van armoede, waarin de verwevenheid van deze verschillende ‘tekorten’ tot haar recht komt. Maar los daarvan vind ik het ook belangrijk om in je definiëring mee te nemen hoe mensen hun armoede zélf ervaren: subjectieve criteria dus. Er zijn mensen onder de armoedegrens die zich goed kunnen redden en er zijn mensen boven die grens die het lastig hebben om rond te komen. Een goed salaris hebben betekent nog niet dat je veel overhoudt. Kijk maar eens welke invloed het op mensen heeft als zij geen goed sociaal vangnet hebben.”

Is de visie op armoede van de overheid dan zo eenzijdig?
“Ja, vaak wel. Politici en wetenschappers bepalen in ons land wat armoede is en aan die norm meten ze hun landgenoten. Dat vind ik beperkt. Ze zouden op zijn minst de stem van de doelgroep zelf kunnen meenemen. Bij de vaststelling en verbetering van armoedebeleid zijn hun ervaringsverhalen van groot belang. De Amsterdamse hoogleraar arbeidsverhoudingen en prominente PvdA’er Paul de Beer heeft gemeentelijk armoedebeleid eens getoetst aan drie verschillende definities van armoede: bij het hanteren van de eerste definitie was het overheidsbeleid succesvol, bij de tweede had hetzelfde beleid geen enkel effect en bij de derde had dit beleid regelrecht gefaald.”

De Amsterdamse socioloog en econoom Ruben Gowrincharn zegt ronduit dat de overheid zelf armoede creëert en zichzelf altijd buiten schot houdt. Mee eens?
“Ja, grotendeels wel. De overheid is zelf minstens ten dele verantwoordelijk voor armoede. Ze heeft een januskop. Ze verlaagt aan de ene kant uitkeringen en aan de andere kant maakt ze zich sterk om de gevolgen van deze maatregelen te bestrijden met een armoedebeleid. Ook de systematiek van uitkeringen heeft een negatieve invloed op mensen onder de armoedegrens. De bureaucratie van de overheid en de onbereikbaarheid van ambtenaren buiten kantooruren zijn voor veel mensen uit de doelgroep een flinke sta-in-de-weg. Straffen van mensen in armoede omdat ze bijvoorbeeld niet bij elk sessie van een cursus aanwezig zijn, gaat voorbij aan de realiteit dat geldzorgen arme mensen sterk kunnen beheersen. Hierdoor maken zij soms keuzes die voor de langere termijn onproductief zijn. Niet disciplinering is nodig, maar meebewegen, uit zijn op empowerment en activering. Standaardinterventies helpen niet: het beleid moet flexibel zijn en rekening houden met de verschillende oorzaken van armoede en de verschillende manieren waarop mensen die verwerken. Iets anders is dat de overheid vaak focust in het armoedebeleid op de usual suspects, zoals mensen in de bijstand. Maar er is ook een grote groep werkende armen. Die worden nogal eens vergeten. Werk krijgen is wel een belangrijke stap om uit de armoede te komen, maar je bent als je werk hebt niet vanzelfsprekend beter af.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda