FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 19 March 2018 09:17

De roman als spiegelbeeld van wie wij zijn

Tekst: Nico Keuning Tekst: Nico Keuning Beeld: Hollandse Hoogte

De recente roman Klont van Maxim Februari beschrijft de botsing van twee werelden: die van de roman en die als optelsom van harde data. “Het idee dat data neutraal en objectief zijn en een juiste afspiegeling vormen van de werkelijkheid is een misvatting van jewelste.” Februari keert zich ook buiten de literatuur tegen maatschappelijke ontwikkelingen die de verkeerde kant op dreigen te gaan.

We ontmoeten elkaar in kunstsociëteit Arti et Amicitiae aan het Rokin in Amsterdam. Een sociëteit in negentiende-eeuwse stijl, waar schilders als Breitner, Israëls en Maris zaten te bomen over kunst en literatuur. Een tijd waarin men langzaam leefde, veel las en zich per paardentram vervoerde, of per trein of boot om buitenlandse steden of landschappen te zien. De tijd van de industriële revolutie, impressionisme en – in de literatuur – van naturalisme, waarin de toekomst van de mensen vastlag door hun milieu, afkomst, achtergrond. In onze tijd is alles mogelijk voor iedereen. Zij het voor de een ’n beetje meer dan voor de ander. De gelijkheid schuilt in ons gedeelde lot van digitalisering en dataficering. Het individu als consument: als optelsom van gegevens. Literatuur bewijst dat er een andere werkelijkheid bestaat: de werkelijkheid van intermenselijke verhoudingen en onderhuidse psychologie.

U bent filosoof, kunsthistoricus, jurist en schrijver. Wat bent u van deze vier het meest?
“Ik ben schrijver. Die andere dingen hebben met mijn opleiding te maken. Schrijven heeft te maken met hoe je reageert op de wereld. Ik denk erover na terwijl ik schrijf. Het minst ben ik kunsthistoricus. Toen ik jong was dacht ik: ik weet alles van literatuur en alles van muziek, maar niets van beeldende kunst, laat ik dat gaan studeren. Toen ik die studie deed, besefte ik ook waarom ik daar het minst van af wist; ik houd meer van muziek en literatuur.”

In uw debuutroman De zonen van het uitzicht (1989) komt de tegenstelling kunst en geloof ter sprake.
“Dat boek heb ik letterlijk in de collegebanken geschreven, midden in mijn studie. Vooral over de maatschappelijke rol van de kunst. De kunstprogramma’s die ze indertijd hadden om te zorgen dat je middels kunst de samenleving zou kunnen verbeteren.”

In die roman leidt kunst in de kerk in de twaalfde eeuw tot een verbod.
“De gebrandschilderde ramen moesten om religieuze redenen vernietigd worden, maar de prior, abt en keldermeester weigeren. Zij moeten vasten, of het raam verwijderen. Zij kiezen voor behoud van het raam en dus voor vasten. Dat gaat ten koste van hun vitaliteit, wat gelijk staat aan langzame zelfmoord: jezelf uithongeren om de kunst in stand te houden, of geef je toe aan de eisen van het geloof. Botsende belangen. Het is meer een vraagstuk over autonomie, jezelf de wet stellen, zoals in Een hongerkunstenaar van Kafka. Er zijn onder juristen in de Harvard Law Review prachtige discussies gevoerd over de hongerkunstenaar. Toont hij zijn autonomie door zichzelf uit te hongeren of niet. Je kunt zijn gedrag zien als zelfstandigheid, maar ook als krankzinnigheid.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda