FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 01 February 2018 11:04

Een leermeester in aandacht

Tekst: Eric Corsius Tekst: Eric Corsius Beeld: Johannes Vermeer: Vrouw met weegschaal, National Gallery of Art, Washington.

Over de schilder Johannes Vermeer weten we weinig, en al helemaal niet over zijn innerlijk leven.  Maar tegelijk weten we juist heel veel dankzij hem en kunnen we hem een spiritueel kunstenaar noemen. Want dankzij hem weten we waartoe het licht in staat is.  En we weten vooral wat de kunst vermag: uit niets iets scheppen.

Het is altijd een stukje thuiskomen. Ik slenter door een museum ergens in het buitenland en be-treed een nieuwe zaal. Meteen word ik aangetrokken door het schilderij aan de overkant van de muur. Een oude bekende groet me. Reeds vanuit de verte herken ik hem terstond: Frans Hals, Rembrandt van Rijn of Johannes Vermeer. Vergissing is uitgesloten: hier was onmiskenbaar de hand van de meester aan het werk. Voor zover ik in staat ben tot patriottisme, stel ik op zo’n mo-ment met voldoening vast dat de Nederlandse schilderkunst uit de zeventiende eeuw tot de abso-lute top behoort. Als ik naderbij kom smelten het chauvinisme en het gevoel van herkenning – gemoedsaandoeningen die nog iets egocentrisch hebben – weg voor een sensatie waarin alleen nog maar de kunstenaars in het middelpunt staan: bewondering en verbijstering. Hoe spelen ze het toch klaar? Met die ogenschijnlijk improviserende stippen, vegen en streken toveren ze een wereld tevoorschijn die mij helemaal in bezit neemt. Hier is sprake van magie of – liever - van genade.

Iets raadselachtigs
Onder de schilders uit de Gouden Eeuw neemt Johannes Vermeer (1632-1675) een bijzondere plek in. In het Amsterdamse Rijksmuseum heeft hij een plek in de eregalerij. Uiteraard steelt Rem-brandts Nachtwacht hier de show - al is het maar vanwege het formaat. Niettemin is de Delftenaar vertegenwoordigd met vier pareltjes. Het vereist altijd even wat geduld om tot deze werken door te dringen. Je moet door een woud van selfie-makende toeristen heen. Maar dan sta je ook oog in oog met iets overweldigends. Je kijkt als het ware door een raam naar een andere wereld – een indruk die wordt versterkt door de aanpak van de schilder, die zijn interieurs benadert als waren het kijkdozen.
Er gaat een bijzondere fascinatie uit van kunstenaars die iets geheimzinnigs hebben. Die geheim-zinnigheid draagt zeker ook bij aan de populariteit van Vermeer – al blijft zijn meesterschap door-slaggevend. Het begint er al mee dat er heel weinig bekend is over het leven, de persoon en de zielenroerselen van de ‘sfinx van Delft’, zoals hij wel is genoemd. Vervolgens moeten we het doen met een relatief klein oeuvre van vijfendertig werken, merendeels bestaande uit doeken en pane-len van een bescheiden formaat en hebben de onderwerpen meestal iets raadselachtigs. Ten slot-te is er de unieke stijl, waardoor Vermeer niet is te herleiden tot een bepaalde stroom of scholing. Al met al roept hij meer vragen op dan dat hij antwoorden geeft. Wie was hij? Waar kwam hij vandaan? Wat dreef hem? Wat wilde hij ons zeggen?

Dagelijks leven
We weten, zoals gezegd, weinig over Vermeer als mens. We moeten het met name hebben van de werken zelf en hun schoonheid. Een schoonheid die Vermeer verovert op de alledaagse werkelijk-heid. In zijn lofdicht op de Gouden Eeuw, Het Land van Rembrand (1882-1884) schreef Conrad Busken Huet, dat juist dit de kracht was van de Hollandse meesters en van Vermeer in het bijzon-der: “Het leven der natuur en der mensen op zulke wijs voor te stellen dat het alledaagse onge-meen wordt, het gemene geestig, het huiselijke dichterlijk, het onbezielde schilderachtig, het aardse waar het pas geeft bovenzinnelijk, is het geheim die kunst geweest.” En over het bekende Straatje schrijft Busken Huet: “Naast een openstaand poortje, toegang verlenend tot een gang of slop met een oude vrouw aan de wastobbe, laat hij de zon de gevel ener Delftse burgerwoning verlichten: rode bakstenen omhoog, beneden een blanke pleisterlaag. Er valt een straal op de wit-te muts ener vrouw van minder leeftijd, bezig met brei- of naaiwerk in het voorhuis. In de schaduw ener bank, aan de straat, spelen twee kinderen. Verder niets.”
De kern van Busken Huets loftuiting zit in die laatste twee woorden: Vermeer weet uit bijna niets iets te scheppen. Hij ontleent zijn onderwerpen vrijwel altijd aan het dagelijks leven en bezielt dat. Hiervan was overigens niet alleen Busken Huet onder de indruk. In de tweede helft van de negen-tiende eeuw herontdekten meer kunsthistorici Vermeer en waardeerden vernieuwende kunste-naars hem als een leermeester. Het droeg bij aan zijn definitieve doorbraak. Het was de tijd waarin de kunst het dagelijkse leven opzocht, niet om het te romantiseren, doch om het in zijn wezen te laten en juist zo te laten glanzen. Daarbij kwam dat de impressionisten in Vermeer een van de voorlopers zagen van hun manier van omgaan met licht en kleur. Hij schilderde niet de kleuren die hij dacht te zien, doch de kleuren zoals hij ze op dat moment en dankzij een bepaalde lichtinval daadwerkelijk zag.
Natuurlijk kan het voorafgaande worden afgedaan als pathetiek. Is dit geen mythevorming? Zoe-ken we niet te veel achter Vermeers werk? Misschien gebruikte hij de dagelijkse werkelijkheid eenvoudigweg als een vertrekpunt voor uiterst fraaie, tweedimensionale composities van kleur en vorm, zonder dat hij iets ‘dieps’ ambieerde. Het Delftse Straatje is om die reden zelfs al eens ver-geleken met een moderne vlakcompositie. Bovendien is uit onderzoek de theorie ontstaan dat Vermeer dankbaar gebruik maakte van de optische technieken die in zeventiende eeuw in zwang raakten. Wellicht projecteerde hij de objecten van zijn kunst via een zogenaamde camera obscura op een plaat, waarna hij de projectie als het ware uiterst gedetailleerd ‘overtrok’. Dit zou de inti-miteit van de interieurs, de directheid van de taferelen en de feilloosheid van de lichteffecten ver-klaren. Geen magie of mysterie dus, doch techniek, wetenschap en ambachtelijkheid zouden dan het ‘genie’ Vermeer verklaren. Toch kan op deze manieren niet de betovering van Vermeer wor-den wegverklaard. Al gebruikte Vermeer technische hulpmiddelen: niemand kan het hem nadoen tot op heden.

Mariaportretten
We weten weinig over Vermeer, en al helemaal niet over zijn innerlijke leven. Was Vermeer een spiritueel mens? Wat bezielde deze bezielende kunstenaar? Bekend is dat hij stamde uit een niet al te fanatiek protestants milieu en dat hij zich tot het katholicisme bekeerde vanwege zijn militant katholieke schoonmoeder. In zijn werk, zoals we dat nu kennen, hebben het geloof en de confessie van Vermeer echter niet al te veel rechtstreekse sporen achtergelaten. Twee ondubbelzinnig religieuze werken zijn bekend. In zijn jonge jaren schilderde hij een bijbelse voorstelling, Christus bij Martha en Maria (1654-1655), en aan het eind van zijn leven de Allegorie van het geloof (1671-1674). Met name het laatstgenoemde werk valt uit de toon in Vermeers overwegend realistische werk, doordat de afgebeelde vrouw een allegorische figuur is en nogal uitdrukkelijk en nadrukke-lijk poseert. Toch is Vermeers aanpak ook in dit ietwat plichtmatige werk onmiddellijk herkenbaar, zoals het toepassen van het kijkdooseffect op het interieur. In dit verband is het interessant dat de schilder een aantal wel erg katholiek aandoende elementen en attributen invoegt, zal het kruis-beeld en de kelk. Een eenduidige belijdenis van de mens Vermeer tot het katholicisme is het werk echter niet. Kunsthistorici zien in bepaalde details, zoals de tekst op de globe, juist een knieval voor het huis van Oranje. Dat doet uiteraard niets af aan het feit, dat we hier te maken hebben met een religieus werk, hoe ambivalent de religie hier ook uit de verf komt. 
Nu hangt de religieuze lading van een schilderij niet uitsluitend af van het uitdrukkelijke thema ervan. Het geloof kan ook op indirecte manier tot uiting komen. Zo staat het bijvoorbeeld vast, dat veel taferelen bij Vermeer  een moraliserende betekenis hebben. Ze lijken te waarschuwen voor drankgebruik en buitenechtelijke verbintenissen – gevaren die ook met elkaar samenhangen, zoals blijkt uit in de Soldaat en het lachende meisje (1658) of het Meisje met het wijnglas (1659-1660). Zijn deze genrestukjes daarmee echter  religieus? Moraal is immers maar een ondergeschikt as-pect van het geloof. 
Wellicht is het echter mogelijk om Vermeers meer neutrale  taferelen wel religieus te duiden. De vrouwenportretten, zoals het bekende Meisje met de parel en de Vrouw met weegschaal, lijken te staan in de traditie van de Mariaportretten. De kleding, de kleuren en de attributen suggereren dit tenminste. Het grote doek De schilderkunst kan verder worden gezien als een variatie op het klas-sieke motief van de evangelist Lucas die Maria schildert. Was Vermeer dus een discrete katholieke schilder, die zijn geloof indirect binnensmokkelde in zijn werk? Bij dergelijke duidingen bestaat echter het risico van inlegkunde. Op zijn minst zijn er meer interpretaties mogelijk. De vrouw met de weegschaal kan, met haar sluier, maagdelijk witte parels en haar zorgvuldig afwegende houdingen, worden gezien als Onze Lieve Vrouw, maar evengoed als een verpersoonlijking van ijdelheid en hebzucht – of gewoon als… een vrouw met een weegschaal. En in De schilderkunst lijkt het model vooral de muze van de geschiedschrijving te verpersoonlijken en niet een verkapte Mariafiguur.

Teder en helder
Is de zoektocht naar het geestelijke bij Vermeer vergeefs? De woorden van Busken Huet laten zien, dat het spirituele karakter van een kunstwerk niet per se samenhangt met het onderwerp ervan, doch ook en vooral met de benadering ervan. Precies in die zin is voor mij Vermeer een spiritueel kunstenaar. Zijn werken hebben een sterk naar binnen gekeerd karakter en verlokken de toeschouwer om een binnenwereld te betreden en van nabij gade te slaan. Dit komt op de eerste plaats door de intimiteit van de voorstellingen en door het nadrukkelijk aanwezige perspectief van de kleine ruimte, versterkt door de gordijnen of kozijnen die het tafereel vaak omlijsten – hetgeen ik hierboven als ‘kijkdooseffect’ aanduidde. Hierdoor gaat het stille tot ons spreken en krijgen klei-ne dingen een bijzondere zeggingskracht. Vermeer is een leermeester in aandacht. Doorslagge-vend is daarbij het tedere en toch heldere licht dat er op de ruimtes, de voorwerpen en de perso-nages valt. Dit licht vestigt de aandacht op nuances en details en dwingt ons als het ware om daarbij te verwijlen. De zorg die Vermeer besteedt aan de details, zoals een spijker in de muur, tilt die details boven zichzelf uit. Daardoor overstijgt het dagelijkse zichzelf. Het straaltje melk, met toeleg geschilderd door de kunstenaar en gedoseerd door het ‘melkmeisje’, eist ons helemaal op. Het lijkt eeuwig te stromen, waardoor het schilderij bijna een kosmische dimensie krijgt. 
We weten weinig van Vermeer. Juist dat maakt het mogelijk en verleidelijk om te speculeren over diepere lagen. Maar tegelijk weten we juist heel veel dankzij hem. We weten waartoe het licht in staat is. Dat licht dat door hem gevierd en bejubeld wordt. We weten dankzij Vermeer dat schoonheid verborgen ligt onder de oppervlakte van de dingen en slechts een tedere aanraking nodig heeft om op te lichten. En we weten vooral wat de kunst vermag: uit niets iets scheppen.

Mariaportretten
We weten weinig over Vermeer, en al helemaal niet over zijn innerlijke leven. Was Vermeer een spiritueel mens? Wat bezielde deze bezielende kunstenaar? Bekend is dat hij stamde uit een niet al te fanatiek protestants milieu en dat hij zich tot het katholicisme bekeerde vanwege zijn militant katholieke schoonmoeder. In zijn werk, zoals we dat nu kennen, hebben het geloof en de confessie van Vermeer echter niet al te veel rechtstreekse sporen achtergelaten. Twee ondubbelzinnig religieuze werken zijn bekend. In zijn jonge jaren schilderde hij een bijbelse voorstelling, Christus bij Martha en Maria (1654-1655), en aan het eind van zijn leven de Allegorie van het geloof (1671-1674). Met name het laatstgenoemde werk valt uit de toon in Vermeers overwegend realistische werk, doordat de afgebeelde vrouw een allegorische figuur is en nogal uitdrukkelijk en nadrukkelijk poseert. Toch is Vermeers aanpak ook in dit ietwat plichtmatige werk onmiddellijk herkenbaar, zoals het toepassen van het kijkdooseffect op het interieur. In dit verband is het interessant dat de schilder een aantal wel erg katholiek aandoende elementen en attributen invoegt, zal het kruisbeeld en de kelk. Een eenduidige belijdenis van de mens Vermeer tot het katholicisme is het werk echter niet. Kunsthistorici zien in bepaalde details, zoals de tekst op de globe, juist een knieval voor het huis van Oranje. Dat doet uiteraard niets af aan het feit, dat we hier te maken hebben met een religieus werk, hoe ambivalent de religie hier ook uit de verf komt.

Nu hangt de religieuze lading van een schilderij niet uitsluitend af van het uitdrukkelijke thema ervan. Het geloof kan ook op indirecte manier tot uiting komen. Zo staat het bijvoorbeeld vast, dat veel taferelen bij Vermeer  een moraliserende betekenis hebben. Ze lijken te waarschuwen voor drankgebruik en buitenechtelijke verbintenissen – gevaren die ook met elkaar samenhangen, zoals blijkt uit in de Soldaat en het lachende meisje (1658) of het Meisje met het wijnglas (1659-1660). Zijn deze genrestukjes daarmee echter  religieus? Moraal is immers maar een ondergeschikt aspect van het geloof.
Wellicht is het echter mogelijk om Vermeers meer neutrale  taferelen wel religieus te duiden. De vrouwenportretten, zoals het bekende Meisje met de parel en de Vrouw met weegschaal, lijken te staan in de traditie van de Mariaportretten. De kleding, de kleuren en de attributen suggereren dit tenminste. Het grote doek De schilderkunst kan verder worden gezien als een variatie op het klassieke motief van de evangelist Lucas die Maria schildert. Was Vermeer dus een discrete katholieke schilder, die zijn geloof indirect binnensmokkelde in zijn werk? Bij dergelijke duidingen bestaat echter het risico van inlegkunde. Op zijn minst zijn er meer interpretaties mogelijk. De vrouw met de weegschaal kan, met haar sluier, maagdelijk witte parels en haar zorgvuldig afwegende houdingen, worden gezien als Onze Lieve Vrouw, maar evengoed als een verpersoonlijking van ijdelheid en hebzucht – of gewoon als… een vrouw met een weegschaal. En in De schilderkunst lijkt het model vooral de muze van de geschiedschrijving te verpersoonlijken en niet een verkapte Mariafiguur.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda