FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 01 February 2018 10:22

Schrijven uit ontheemding

Tekst: David Roelofs Tekst: David Roelofs Beeld: Hollandse Hoogte

Ze werd geboren in Suriname, maar groeide op in Nederland. Schrijver Karin Amatmoekrim maakte intussen naam met romans waarin migratie en het land van haar familie een grote rol spelen, maar ze laat zich niet in een hokje stoppen. Steeds ontglipt ze de eenduidigheid en neemt ze hoogstens de positie in van iemand die net buiten de groep valt. Portret van een ontheemde auteur.

"Mijn inspiratiebronnen? Onder andere het werk van Harry Mulisch en Menno Wigman.” De zaal kijkt haar met verbazing aan. Hier en daar wordt wat gemompeld over oude witte mannen, tot de stem van Karin Amatmoekrim verklarend stelt: “Ik houd van de Nederlandse literatuur, daarom zit ik hier!” Het is op zaterdag 14 oktober 2017, tijdens het literaire festival Read My World in Amsterdam dat drie vooraanstaande sprekers bijeenkomen om in een paneldiscussie de Nederlandse literaire canon te kraken. Het festival met dit keer de ondertitel Black USA Literature of Resistance nodigde universitair docent en neerlandica dr. Saskia Pieterse, redacteur van Amsterdam University Press Ebissé Rouw en schrijver Karin Amatmoekrim uit om hun visie te geven op de ‘overweldigende witheid’ van de Nederlandse literatuur. Al snel komt de ondervertegenwoordiging van Surinaamse of Caribische literatuur in de canon ter sprake en ook de man-vrouwverdeling en wit-zwartverhouding van de canonieke auteurs wordt gewogen. De avond ademt behoefte aan verandering, zoals ook duidelijk wordt door de opmerkingen vanuit het publiek. Wanneer wordt nagegaan of Gerard Reve representatieve literatuur is voor de huidige generatie, klinkt een stellig negatief geluid. Er sluipt een opmerkelijke felheid in het debat en naarmate de avond vordert wordt het wel of niet omarmen van een canonieke schrijver een politieke stellingname. Dat Amatmoekrim dat toch doet, tekent haar. Al bleven in de Tolhuistuin de gemoederen rustig en het debat genuanceerd, de voelbare spanning is exemplarisch voor de beladenheid van het literaire erfgoed.
Talloze opiniestukken, boekbesprekingen en lezingen over literatuur die de afgelopen tijd zijn verschenen, maken duidelijk hoezeer ook binnen de literaire wereld identiteitspolitiek een plaats heeft gevonden. Schrijvers in de huidige tijd sluiten zich immers niet meer enkel op in hun zolderkamer maar mengen zich volop in het publieke debat. Spanning tussen de politieke stellingname en het eigen schrijverschap is vaak het gevolg. Jezelf identificeren als zwarte auteur bijvoorbeeld, schrijven over je migratie naar Nederland of het hervertellen van de verhalen van je vaderland, het heeft allemaal consequenties voor de manier waarop je als schrijver wordt bezien. En daarmee ook hoe je wordt gewaardeerd. Ben je de activistische schrijver? De ‘neutrale’ romancier? Of misschien wel de bewust niet geëngageerde auteur? Schrijver Karin Amatmoekrim lijkt in dezen een heel eigen positie in te nemen.

Chaos en migratie
Amatmoekrim wordt in 1976 geboren in Paramaribo als dochter van de beroemde taekwondomeester Eric Lie. Op jonge leeftijd verhuist ze met haar moeder naar Nederland. Ze groeit op in een achterstandswijk onder het juk van een dronken stiefvader. Na het gymnasium te hebben doorlopen, waar ze ingeschreven staat als Karin Boersma (de achternaam van haar stiefvader), gaat ze studeren in Amsterdam en neemt de naam van haar moeder aan. Inmiddels weet ze van het bestaan van haar echte vader, maar kiest er voor om zich te identificeren met de familie Amatmoekrim. Aan de Universiteit van Amsterdam studeert ze af als letterkundige. In 2004 debuteert ze met haar roman Het knipperleven. Ze ontvangt lovende kritieken, vooral om haar rake vertolking van thema’s als eenzaamheid en de dood.
In haar tweede roman, Wanneer wij samen zijn, diept ze deze thema’s verder uit, maar in een andere context. Amatmoekrim vertelt in dit boek haar moeders familiegeschiedenis en beschrijft drie generaties van haar Javaans-Surinaamse familie. Het is een geschiedenis waarbij de moeilijkheden van een eerste generatie migranten om te moeten aarden in een Suriname onder Nederlands bewind, pijnlijk aan het licht komen. De gevoelens van ontheemding die ze bij haar voorouders treft zijn haar, immers ook migrant, niet vreemd. Ook zij kwam ongewild in een vreemd land terecht waar de bevolking haar steevast als de ander blijft zien. In hoeverre je invloed kan hebben op een vreemde omgeving onderzoekt ze in haar daaropvolgende roman Titus. Deze handelt over de vraag of een mens zichzelf kan redden in een situatie waar niet voor gekozen is en wat voor kansen men heeft als de chaos de orde telkens overschaduwt. Met Titus won Amatmoekrim de Black Magic Woman literatuurprijs en wist zij aan De Groene Amsterdammer de uitspraak te ontlokken dat zij zich als schrijver niets aantrok van “wat wel en niet past in de literaire krabbenmand”. Met inmiddels een literaire prijs en drie romans op haar naam plus enkele bijdrages aan verhalenbundels, mag Amatmoekrim zich met recht een gevestigd schrijver noemen.

Multiculturele kramp
Na de uitgave van Titus begint ze met het schrijven van columns voor NRC.next en korte verhalen voor De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland. Veel van haar essays gaan over discriminatie en ze besteedt actief aandacht aan het in- en uitsluitingsproces van mensen van kleur. Al gauw merkt ze dat geen enkel debat in Nederland zo snel verhardt als dat over racisme. Amatmoekrim mist in dit debat de nuance en probeert via haar stukken misverstanden uit de wereld te helpen en sentimenten van zwart én wit uit te leggen. De essayvorm of de column vindt ze hiervoor echter ontoereikend. Het is uit een verlangen naar meer ruimte om uit te leggen wat je werkelijk bedoelt, dat haar vierde roman Het Gym tot stand komt. In deze roman keert ze terug naar haar middelbareschooltijd waarin ze als Surinaams meisje op en neer pendelt tussen de achterstandswijk waar ze woont en het witte gymnasium waar ze naar schoolgaat. De oplopende spanning tussen beide werelden wordt pijnlijk maar ook ironisch beschreven. Waar de ouders van een vriendin in de volksbuurt haar zien als een “goeie bruine, anders dan de rest”, benadrukken de ouders van haar gymnasiumvriendinnen hoe knap het is dat zij “als Surinaams meisje” op het vwo zit. De lezer ziet zich geconfronteerd met openlijk racisme ten opzichte van sluimerende discriminatie en wordt zich bewust van de Nederlandse kramp om mensen van kleur als ‘gelijke’ te aanvaarden.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda